Hongerende zwaluw

Op 27 mei heb ik mijn website www.boerenlandvogels.nl aangevuld met gegevens over de onrustwekkende achteruitgang van de gierzwaluw in Nederland. Met interesse heb ik uw artikel over de gierzwaluw (wetenschapsbijlage 4&5 juni). Ook ik bewonder deze bijzondere vogel. Op de inhoud van uw artikel is niets aan te merken. Heel jammer is echter dat het onvolledig is. Naar mijn gevoel op cruciale punten.

Feit is dat het Amsterdamse oppervlaktewater zwaar verontreinigd is (waarbij honderden keren de in Nederland toegestane waarde wordt overschreden) met het neonicotinoide-insecticide imidacloprid. Feit is ook dat door onderzoek van de universiteit Utrecht is aangetoond dat vliegen en muggen in Nederland schaarser worden naarmate de concentratie van imidacloprid in het oppervlaktewater toeneemt. Er zijn dus duidelijke aanwijzingen dat de Amsterdamse gierzwaluwen niet genoeg insecten vinden om jongen groot te brengen en daarom andere broedplekken opzoeken. Een verbetering van nestmogelijkheden in Amsterdam lost dan niets op.

Uit recent onderzoek van onafhankelijke wetenschappers over de hele wereld (Bonmatin, Belzunces, Alaux, Maini, Girolami, Cresswell, Dittbrenner, Kreutzweiser, etcetera.) blijkt overduidelijk dat neonicotinoide-insecticiden het ecosysteem ontregelen, met catastrofale gevolgen voor flora en fauna. Zoals ook al uit uw recente artikel over bijensterfte bleek, worden deze nieuwe wetenschappelijke inzichten nauwelijks serieus genomen. De achteruitgang van gierzwaluwen wordt toegeschreven aan het ontbreken van nestmogelijkheden, net zoals de achteruitgang van de honingbij wordt toegeschreven aan parasieten zoals de varroamijt. Het mag schijnbaar aan alles liggen, behalve aan bestrijdingsmiddelen. Wint hier de industrie?

Henk Tennekes

Toxicoloog