Hollandse waarden in onvrije landen

De Wereldomroep moet bezuinigen. De landgenoot op reis is geen doelgroep meer, de omroep richt zich op onvrije landen. Heeft dat zin?

Rond de grote middentafel van de Wereldomroep, koperen wereldkaart op het ronde tafelblad, staan de bureaus van de redacteuren in rijen gegroepeerd. Vanaf iedere rij klinkt een andere taal. Arabisch, Chinees, Papiaments, Indonesisch, Sarnami, Portugees, Spaans, Frans, Engels. Op de middentafel een Europese bel en een boeddhistische klankschaal om al die volkeren samen te roepen voor de vergadering. Radio Babylonia.

Onder druk van forse bezuiniging op de subsidie – het kabinet beslist volgende week over het lot van de omroep – gaat Radio Nederland Wereldomroep (RNW) de Nederlandstalige radio voor landgenoten in den vreemde afbouwen. De omroep legt zich volledig toe op uitzendingen in buitenlandse talen, die dus juist níet op Nederlanders zijn gericht.

Heeft de Wereldomroep bestaansrecht? Nederlandse radio voor andere landen, is dat nodig? „Dankzij onze uitzendingen vanuit Hilversum, weten ze in het binnenland van Suriname wat er gebeurt in Paramaribo”, zegt Scarlet Windster van de Caraïbische afdeling. Haar Marokkaanse collega Karima Idrissi: „Als Geert Wilders wist hoe populair hij is in de Arabische wereld, zou hij onze uitzendingen niet willen opheffen.”

De Wereldomroep maakt radio voor arme landen waar persvrijheid niet of nauwelijks bestaat, om de bevolking daar toch van neutraal, vrij nieuws te voorzien. Pablo Gámez van de Latijns-Amerikaanse redactie: „Wij kunnen bijvoorbeeld berichten over de vele drugsmoorden in Colombia en Mexico, wat de lokale media niet doen, wegens financiële belangen en uit angst om zelf vermoord te worden.”

Maar er is meer. „Nederland heeft de wereld wat te vertellen”, vindt directeur Jan Hoek. De Wereldomroep draagt de Dutch values uit. Hoofdredacteur Rik Rensen: „Wie vindt dat Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft, kan niet om de Wereldomroep heen. Bijdragen aan bewustzijn in landen waar geen persvrijheid is en aan het bevorderen van mensenrechten en democratisering is voor ons belangrijk.”

Typisch Dutch zijn deze values niet. Het zit hem meer in de uitwerking. Karima Idrissi van de Arabische redactie: „Nederland blijft voor de Arabische wereld een uniek, gek vrij landje wat betreft euthanasie, homoseksualiteit, seks, drugs. Alleen al het feit dat we op de radio open over die onderwerpen praten, is uniek. Nederland is een spiegel voor de Arabieren. We doen alles anders, waardoor ze zich vragen gaan stellen over hoe ze het zelf doen.” En Wilders? „Als we iets over Wilders op de Arabische site hebben, dan zien we de cijfers omhoogvliegen. Arabische luisteraars zien het feit dat Wilders hier vrijuit mag spreken, als een enorme reclame voor Nederland.”

De eigen radiozender via de korte golf begint aan belang in te boeten. Internet is een belangrijk medium voor de Wereldomroep, maar zeventig procent van de wereldbevolking heeft geen toegang tot internet, volgens Hoek. En een goed deel van de andere dertig procent heeft alleen toegang tot een gecensureerde versie van het web. In de landen die de omroep bedient, ligt het percentage mensen dat van het vrije web is verstoken nog vele malen hoger. Dus werkt de Wereldomroep samen met meer dan drieduizend lokale radiozenders die hun programma’s doorgeven. Dat is nu de belangrijkste en grootste doelgroep. Volgens Hoek bereikt de Wereldomroep alles opgeteld zo’n tientallen miljoenen luisteraars. Via lokale mediapartner Medi1 hebben de Arabische programma’s bijvoorbeeld alleen al 2,5 miljoen luisteraars in Marokko. Idrissi: „Wij kunnen dingen zeggen die ze zelf nooit zouden mogen zeggen. Bij klachten van het regime kunnen ze doorverwijzen naar ons.”

Een voorbeeld is ‘reproductieve gezondheid’, ofwel sekszaken: aids, condooms, de pil, verkrachting, vrouwenrechten; onbespreekbaar in grote delen van de wereld. Voor Latijns-Amerika heeft de Wereldomroep het programma Hablemos de Amor. Rensen: „Nederland kenmerkt zich door een totaal gebrek aan preutsheid. Die libertijnse houding over seks is voor veel luisteraars een verademing.”

Nederland en onze waarden uitleggen aan de wereld. Hoek benadrukt dat hier geen zendingsgedachte, idealisme of propaganda achter schuilt. „We vertellen hoe het in Nederland vergaat, we dragen het niet uit als lichtend voorbeeld. We hadden ook een reeks onthullingen – samen met NRC Handelsblad – over kindermisbruik in de Rooms-Katholieke kerk. Toch geen Nederlandse waarde die we verkopen, mag ik hopen.” Fediya Andina van de Indonesische afdeling: „We zijn geen Jan Pronk die aan de wereld uitlegt hoe het moet, maar Nederland blijft voor velen een voorbeeldland.” Nederland Gidsland bestaat nog.

En hoe zit met de invloed? Hoofdredacteur Rensen: „Tijdens de opstand in Egypte zei een diplomaat in Kairo: ‘Met jullie Arabische uitzending over de opstand hebben jullie meer bereikt dan wij met jaren diplomatie. De elite en het volk bereiken we niet, maar wel die twintig procent gestudeerde, opkomende middenklasse die zoekt naar verandering.”

Hoek: „Je kunt niet stellen: dankzij de Wereldomroep zijn de mensenrechten drie procent gestegen. Maar onze impact blijkt bijvoorbeeld uit reacties die we krijgen op de Chinese site. Luisteraars die schrijven: ‘Wat ik zo waardeer is dat jullie geen mening opdringen’. In landen die niets anders gewend zijn dan propaganda, is dat van grote waarde. We hadden ook een keer een Libische blogger die, naar aanleiding van onze uitzending over haar, op de thee is gevraagd bij Gaddafi. Hij beloofde haar verder niet meer te hinderen bij het bloggen. Dat was nog voor de opstand tegen zijn regime.”

Waarom moet het vrije woord verspreid worden vanuit Nederland? Die arme, onderdrukte volkeren kunnen toch ook naar grote internationale zenders luisteren of kijken?

Hoek: „We hebben de wereld zo’n beetje verdeeld. Wij doen bijvoorbeeld veel in Latijns-Amerika, waar BBC World nauwelijks werkt.” De Wereldomroep richt zich vooral op landen waar Nederland een band mee heeft: de oude koloniën en de thuislanden van de migranten in Nederland. De band met Latijns-Amerika is een erfenis uit de jaren zeventig, toen de Wereldomroep veel goodwill verwierf door verslag te doen van de strijd om democratie. Pablo Gámez: „Wij hebben het voordeel dat we een klein land zijn. BBC World en Voice of America worden in de regio geassocieerd met het imperialistisch beleid van de Britse en Amerikaanse regering en dus gewantrouwd.”

De verworpenen der Aarde hebben dus baat bij de Wereldomroep, stelt de omroep. Heeft Nederland er ook iets aan? Rensen gelooft in het Nederlandse koloniale duo: dominee én koopman. „De Wereldomroep dient ook een zakelijk belang: als klein land dat voor driekwart afhankelijk is van export kun je niet zonder internationale zender. Wij zijn het gezicht van Nederland. Het is veel makkelijker handel drijven met landen waar de Wereldomroep uitzendt.”