Geuren en kleuren

De meeste dieren hebben saaie kleuren. Logisch: dan vallen ze tegen de achtergrond van gras of struiken niet op voor roofdieren. Of juist voor hun prooien. Andere dieren zijn uitgerekend bont gekleurd om mannetjes of vrouwtjes van de eigen soort te lokken. Of om andere dieren te waarschuwen dat ze maar beter uit de buurt kunnen blijven. Kijk maar naar die gemeen geelzwart gestreepte wespen, of helblauwe pijlgifkikkers.

Amerikaanse onderzoekers denken dat de strepen op sommige marters dat ook doen. En dat ze zelfs direct wijzen naar de gevaarlijkste kant van het dier. Dassen zijn bijvoorbeeld bijtgrage beesten die er niet voor terugschrikken grotere vijanden zoals lynxen bij de lurven te grijpen. Precies daarom heeft dat dier strepen op zijn kop, zeggen die biologen. Die geven exact aan waar het gevaar vandaan komt: van zijn vlijmscherpe tanden.

Een andere marterachtige met gekke strepen is het stinkdier. Dat beest heeft onder zijn staart een klier waaruit het een riekende vloeistof kan sproeien die zelfs een volwassen olifant van afschuw doet trompetteren. En de strepen van de skunk, zoals hij ook wel heet, lijken precies naar de bron van die stankbron te wijzen.

Op het eerste gezicht lijkt het gek dat die strepen verraden wat de verdedigingstactiek van het stinkdier is. Maar toch is het wel logisch. Een klier kan maar één keer sproeien, daarna is het ‘wapen’ leeg. Het is dus beter als het stinkdier de aanvallers eerst waarschuwt voor wat er kán gebeuren.

Nou kun je zeggen: misschien is het wel toeval, die streepjes die naar die klier wijzen. De hele natuur zit immers vól streepjes, van zebra’s, hoppen, coloradokevers. Maar in Afrika loopt ook een beestje rond, een zorilla, die nauwelijks verwant is met stinkdieren, maar óók een afschuwelijk riekende klier onder zijn soort heeft en óók van zulke strepen. De natuur haalt dit kunstje dus vaker uit. Menno Steketee