'Dure opera is een overheidstaak'

De overheid moet dure kunstvormen als opera subsidiëren, vindt staatssecretaris Zijlstra. De markt kan de rest doen.

Staatssecretaris Zijlstra heeft scherpe keuzes gemaakt. Hij spaart topinstellingen ten koste van kleinere. En hij voert de bezuinigingen in één klap door. „De vanzelfsprekendheid dat je subsidie krijgt, die is er natuurlijk niet”, zegt hij. „Kunstinstellingen moeten continu bewijzen dat rijkssubsidie gerechtvaardigd is.” Om voor subsidie in aanmerking te komen moeten instellingen van hoge kwaliteit zijn, en ook beschikken over voldoende publiek en eigen inkomsten. De norm varieert van 17,5 procent voor musea tot 21,5 procent voor podiumkunsten.

U bezuinigt fors, waarom überhaupt nog subsidie voor kunst?

„Omdat ook dít kabinet vindt dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft op het gebied van cultuur. Daar waar de markt onvoldoende aanbod genereert moet de overheid inspringen. Dat geldt voor topinstellingen, die goed in staat zijn veel eigen inkomsten te halen maar die ook veel kosten. De Nederlandse Opera bijvoorbeeld scoort goed met eigen inkomsten, maar is ook een dure kunstvorm die nooit volledig door de markt is op te brengen.”

De Rijksakademie is zo’n topinstelling maar valt er buiten.

„In alle sectoren wordt het postacademisch onderwijs betaald door de sector zelf of door de werknemers in die sector. Wij zien geen reden om het postacademisch onderwijs in de culturele sector te subsidiëren. Hetzelfde geldt voor productiehuizen. Talentontwikkeling moet binnen de gezelschappen plaatsvinden. Het is geen overheidstaak.”

De musea hoeven veel minder in te leveren dan de podiumkunsten en de beeldende kunst. Waarom?

„In het regeerakkoord hebben we afgesproken cultuurhistorisch erfgoed zoveel mogelijk te sparen. Desondanks bezuinig ik ook op musea. Ik ben overtuigd dat bij de musea winst te behalen is.”

Grote theatergezelschappen krijgen alleen nog geld voor grootschalige producties. Waarom?

„Ook hier hebben we gekeken: wat is de taak van de overheid? Wij vinden dat er een bepaald aantal grote producties moet worden gemaakt: voor een grootschalig theatergezelschap ten minste drie per jaar. Als ze ook kleinere producties willen, prima.”

U gaat op punten in tegen het advies van de Raad voor Cultuur. De raad heeft gezegd dat hij zich zal beraden. Is zijn positie houdbaar?

„Ik heb de raad heldere uitgangspunten gevraagd, geen bezuinigingen met de kaasschaaf. De raad heeft wel gekozen voor de kaasschaaf. Dan is het niet gek dat ik dat aspect van het advies niet opvolg. Het advies de bezuinigingen gefaseerd in te voeren volg ik niet. Er is nu veel onrust in de sector. Ik wil de onzekerheid over de subsidies snel wegnemen.

„De raad heeft een advies moeten uitbrengen waarbij flink bezuinigd moest worden. Dat raadsleden hebben geworsteld kan ik begrijpen. Ik neem delen van het advies over en andere niet, daarvoor is het een advies. Maar ik ga er niet van uit dat de raad zal opstappen.”

Had u uw plannen ook kunnen maken zonder het advies?

„Dat had gekund. Maar het heeft mij ook inzichten gegeven. Niet voor niets nemen wij een aanzienlijk deel wel over. Op het gebied van dans, theater, presentatie-instellingen.”

U wil een bemiddelaar voor het mecenaat. De directeur van het Rijksmuseum heeft al gezegd: laat ons alsjeblieft zelf met die mecenassen praten.

„Oh, dat mag ook. Het is niet zo dat wij alles via een instelling gaan regelen. Musea als het Rijksmuseum en het Concertgebouworkest kunnen het prima zelf. Maar er zijn veel instellingen die hier jarenlang geen aandacht aan hebben besteed. Die willen we helpen om het zoeken van mecenassen op gang te brengen.”

Heeft u niet een overspannen verwachting van de markt?

„Culturele instellingen doen het in verhouding nog niet goed als het gaat om het werven van particulier geld. Er zit 4,7 miljard euro aan charitatieve giften in de markt. Daar is een wereld te winnen. Maar ze moeten ook kijken naar het besparen van kosten. Je kunt gezamenlijke inkoop doen, gezamenlijk personeelsbeleid voeren. Het Oosten van het land maakt plannen om met het geld voor één volwaardig symfonieorkest twee orkesten in stand te houden. Ze denken tientallen procenten te besparen. Dat is precies wat we proberen te bewerkstelligen: meer in dit soort samenwerkingsconstructies denken.”