Dit kabinet wordt vanzelf ideologisch

Wanneer overschrijdt het kabinet-Rutte zijn bezuinigingsopdracht en gaat het over op een ideologische opdracht? Die vraag wordt interessant omdat, negen maanden na aantreden, de bezuinigingen nu concreet worden ingevuld. En tegelijkertijd de economische parameters verbeteren.

Om met die laatste te beginnen: het totale financiële plan van het kabinet, waarbij het begrotingstekort moet zijn teruggedrongen van 5,8 procent van het bruto binnenlands product in 2010 tot 0,9 procent in 2015, is gebaseerd op een gemiddelde economische groei van 1,25 procent over de hele periode. Dat is prudent, maar het laat daarmee ook een enorme ruimte. Die ruimte kan worden ingeruimd voor economische tegenvallers, zoals een tweede recessie. Of hij komt van pas als bezuinigingen het politiek niet of slechts gedeeltelijk halen. Als de economie dan meevalt, wordt aan het einde van de rit de doelstelling alsnog gehaald.

Hoe zit het daarmee? Het is uitermate vroeg, maar de eerste vis is al binnen. In de Voorjaarsnota van vorige week maakt het kabinet gewag van een meevaller. Het begrotingstekort zal in 2011 geen 4 procent bedragen, maar 3,6 procent. Dat is onder meer te danken aan belastingmeevallers, maar uiteindelijk terug te voeren op het feit dat de economie dit jaar geen 1,25 procent zal groeien, zoals in het onderliggende scenario, en geen 1,5 procent, zoals in de Startnota van het kabinet, maar 1,75 procent. Dat scheelt zo maar een half procentpunt in het begrotingstekort.

Geen rekening is nog gehouden met de economische groei in het eerste kwartaal van dit jaar, die een verassend sterke 0,9 procent bedroeg van kwartaal op kwartaal. Zó gunstig is dit cijfer, dat de economie voor de rest van het jaar helemaal geen kwartaalgroei meer hoeft te vertonen om over het hele toch op een groei van 1,75 procent uit te komen. Het zal dus verder meevallen. Bij een gemiddelde bescheiden kwartaalgroei van 0,3 procent, komt het hele jaar al op 2,25 procent economische groei. Het zou zo maar kunnen dat dit cijfer zijn weg al vindt naar de Macro Economische Verkenning die aan de vooravond van Prinsjesdag wordt gepubliceerd – mits de economische groei in het tweede kwartaal niet te zeer tegenvalt. Maar dat weten we tegen die tijd al. Het is dus helemaal niet ondenkbaar dat minister De Jager over 2011 al afstevent een een begrotingstekort van iets meer dan 3 procent.

Ja, dit is speculatief. Maar kijk eens naar de onderliggende parameters voor 2011 in de Voorjaarsnota. Een lange rente van 3,5 procent. Die is nu al lager, en als dat zo blijft scheelt dat rente. Een olieprijs van 97 dollar per vat. Die is nu al hoger, en dat brengt extra baten met zich mee. Een werkloosheid van 390.000. Die is nu al gehaald, en dat scheelt uitkeringsgeld. Een eurokoers van 1,34 dollar. Die is veel hoger, en dat is goed voor de export. Er zit het kabinet veel mee.

Maar wat dan? Als ook over de drie jaar daarna het oorspronkelijke scenario van 1,25 procent economische groei blijft gelden, dan loopt het gat in de begroting veel sneller dicht dan voorzien. Dat is een heugelijk feit, gezien de vergrijzingskosten in de toekomst, en de noodzaak om de door de kredietcrisis gestegen staatsschuld weer af te bouwen. Maar het betekent wel dat de noodzaak om te bezuinigen verandert in de wil om te bezuinigen. Of, om met premier Rutte te spreken, de staat terug te dringen. Dat de VVD zich daar in kan vinden, ligt voor de hand. Het wordt de vraag of coalitiepartner CDA daar tegen die tijd ook nog zo over denkt.

Maarten Schinkel