Brazilië moet geld besparen

Brazilië werd niet of nauwelijks geraakt door de crisis, maar nu lijkt ook een periode van economisch hoogtij aan het land voorbij te gaan. Brazilië moet zorgen voor een begrotingsoverschot en zijn reserves opbouwen.

De combinatie van een onverbiddelijke stijging van de real en de vervelende neiging van de inflatie om niet te willen dalen, speelt de Braziliaanse beleidsmakers al het hele jaar parten. Omdat buitenlandse beleggers een indrukwekkende rente kunnen incasseren – de kortetermijnrente staat na de stijging van woensdag op 12,25 procent – als ze beleggen in een munt die het afgelopen jaar 16 procent méér waard is geworden ten opzichte van de dollar, is een grote instroom van geld onvermijdelijk.

In theorie zijn zelfs Keynesianen en hun tegenstrevers, de aanbodzijde-economen, het er over eens dat de oplossing voor de oververhitting van de economie een begrotingsoverschot is. De Braziliaanse regering zou een deel van dat overschot moeten gebruiken voor het opzetten van een stabilisatiefonds, dat kan worden aangesproken om de economie te ondersteunen als de prijzen dalen. Noorwegen en Chili hebben ook zulke fondsen.

Maar het Braziliaanse begrotingsbeleid was in het verkiezingsjaar 2010 uitermate lichtzinnig. Hoewel er wel pogingen in het werk zijn gesteld om in 2011 begrotingsdiscipline te bereiken, is een surplus nog steeds niet binnen handbereik. Het primaire begrotingsoverschot, vóór aflossing van de schulden, ligt op koers om op ongeveer 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uit te komen. Maar het totale tekort koerst nog steeds af op 2 procent van het bbp.

Uit vroege aanwijzingen voor de begroting van 2012 blijkt dat er wat boekhoudkundige trucs zijn gebruikt om te voorkomen dat het primaire begrotingssurplus afneemt. Het voorlopige budget voor komend jaar voorziet ook in een stijging van 13 procent van het minimumloon. In Brazilië heeft dat grote invloed op de overheidsuitgaven, omdat alle ambtenarensalarissen in het algemeen berekend worden als een meervoud daarvan.

Intussen moet president Dilma Rousseff het stellen zonder Antonio Palocci, een voormalige minister van Financiën die vorige week ontslag heeft genomen als haar stafchef. Palocci was in ieder geval nog in staat de bestedingsdrang van sommige politici enigszins in te tomen Zonder hem zijn de kansen daarop nog kleiner geworden.

Martin Hutchinson