Boeiende verhalen over bezeten vrouwen

Elsbeth Etty neemt de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week onder meer Het Blauwe Boekje en een vroegmoderne heksenpsychiater.

De arts Jan Wier (1515-1588) behoort tot de erflaters van onze beschaving. Hij vergaarde vermaardheid als bestrijder van de heksenprocessen. Hij geldt als een vroege grondlegger van de mensenrechten met zijn pleidooien tegen marteling van verdachten en het recht op een eerlijk proces. En hij wordt gezien als een voorloper van de psychiatrie omdat hij de bezetenheid van de ‘heksen’ als geestesziekte diagnosticeerde. Vera Hoorens (hoogleraar sociale psychologie) nuanceert het beeld van de eeuwenlang vereerde en verguisde Wier in een evenwichtige biografie, die alles heeft: goed geschreven, gebaseerd op gedegen onderzoek en ook nog eens vol boeiende verhalen over ‘vastenmeisjes, bezeten vrouwenkloosters en seksueel misbruik door geestelijken en artsen’. Uit Een ketterse arts voor de heksen (Bert Bakker, 634 blz., € 50,-) komt een genuanceerd beeld van Wiers leven en werk naar voren. Hij was beslist niet tegen hardvochtige straffen en op wetenschappelijk gebied was hij niet vies van laster en plagiaat. Zijn primaire drijfveer was de bestrijding van de Rooms-Katholieke Kerk die hij toverij en duivelaanbidding verweet. De biografie als genre heeft zich de afgelopen tijd in Nederland ontwikkeld tot een ware schatkamer waar dit boek een nieuw juweel aan toevoegt.

Volgens Het blauwe boekje. Stijlgids voor manieren, eten drinken en kleding (Dwarsligger, 783 blz. €17,50) is ’t maar goed dat het Nationaal Museum niet doorgaat. Onder het kopje ‘Chauvinisme’ staat: ‘Het denken in landen is een achterhaalde 19de eeuwse reflex. In plaats van te pronken met uw eigen cultuur, is het veel stijlvoller, interessanter en leerzamer om u te verdiepen in andere culturen.’ Helemaal mee eens. Toch vertrouw ik samenstellers De Vries & Wolbrink van dit etiquetteboekje niet. Er staan te veel onjuistheden in. Bij ‘Promotie’ lees ik bijvoorbeeld dat de promovendus een ‘lekenpraatje’ mag houden, wat lang niet bij alle universiteiten het geval is.

Wie zich nooit aan regels heeft gehouden, is de Amsterdamse zanger/schilder, ex-junk en ijdeltuit Dirk Polak (1953). Misschien juist daarom heb ik Mecano. Een muzikaal egodocument (Lebowski, 319 blz. €18,90) ademloos uitgelezen. Polak, van jongsaf aan gefascineerd door meccano-speelgoed en oprichter van de band Mecano, is geen begenadigd schrijver. Zijn boek wemelt van onbegrijpelijke zinnen, maar ook van bizarre anekdotes en roddels over spraakmakende Amsterdammers. Hij groeide op in een communistisch milieu, als zoon van de legendarische Lou Polak, oud-boksverslaggever van De Waarheid. Dirk had een liefdesrelatie met de in Griekenland verongelukte Marina Schapers, vrouw van componist Peter Schat. Later werd hij de geliefde van Heleen Hartmans, ex-vrouw van Theo van Gogh en moeder van hun zoon Lieuwe. Samen met haar moest Polak Van Gogh na de moord identificeren, een drama.

Geen drama, wel een zwarte komedie is het eerbetoon van de Vlaamse schrijver Tom Lanoye aan Tsjechov. Na zijn grensverleggende Shakespeare-maraton Ten oorlog en zijn Euripides-bewerkingen nam hij nu twee van Tsjechovs vroege stukken, Platonov en Ivanov onder handen. Onder de titel De Russen! gaat deze bewerking op 19 juni in première in Amsterdam, maar voor wie niet kan wachten is de superieure tekst van theaterbeest Lanoye al in boekvorm beschikbaar (Prometheus, 182 blz. €19,95).

Er valt geen duidelijke lijn te ontdekken in de opstellen die 21 ‘jonge denkers’ (geboren tussen 1969 en 1983) wijden aan de toekomst van Nederland. (Dappere nieuwe wereld, red. Joop Hazenberg, Farid Tabarki en Rens van Tilburg. Van Gennep, 232 blz., €17,50). Ook de samenstellers hebben geen gemeenschappelijke noemer kunnen vinden, zij beperken zich in de inleiding tot een compilatie van de bijdragen. Die zijn van uiteenlopende kwaliteit. Een jonge denker verwacht heil van ‘onze feminiene volksaard’ die wij te danken zouden hebben ‘aan onze Germaanse voorouders’. Serieus bedoeld. Interessante betogen over diversiteit en participatie van de burgers worden afgewisseld met goedbedoelde platitudes over zingeving en reactionaire prietpraat: politici moeten er volgens een auteur ‘eigenlijk van uitgaan dat overheidsbeleid in principe schadelijk is’. Pleit de één voor radicale decentralisatie om de democratie nieuw leven in te blazen, dan houdt de ander een even krachtig pleidooi voor schaalvergroting in het binnenlands bestuur.