Als ik 20 jaar jonger was, zou ik emigreren

Dirigent en pianist Reinbert de Leeuw (72) speelt op het Holland Festival pianomuziek uit de esoterische periode van Erik Satie, waaronder Uspud – een compositie die hij eerder niet aandurfde. tekst Jochem Valkenburg foto Ringel Goslinga

Satie

„Waar komt het nou vandáán? Dat fascineert mij aan Erik Satie. Aan het eind van de negentiende eeuw werd de kunst steeds grootser, exuberanter, psychologischer. En dan schrijft hij muziek die daar zó volkomen haaks op staat. Je komt er niet achter waarom: dat is het goede. Er was destijds in Parijs een sterke esoterische beweging. Ook Satie stichtte zijn eigen kerk, waarvan hij het enige lid was. Hij schreef composities die zó eenzelvig zijn, zich zó afkeren van alles. In Danses gothiques en Messe des pauvres gaat de harmonie geen kant op, de muziek blijft maar in zichzelf ronddraaien.”

Uspud

„Uspud, uit 1892, zag ik altijd als zó vreemd en eigenaardig, dat ik niet wist hoe je het moest uitvoeren. Ook doordat het behoorlijk lang is. Het is muziek voor een ballet met de meest bizarre, surrealistische beelden: mensen met hagedissenhoofden, grote instortingen. En Satie doet daar helemaal niets mee. De muziek staat stil. De enige spelaanwijzing is ‘très lent’, zeer langzaam. Zevenendertig keer, elke keer weer. Er zitten ook rare dingen in zoals een akkoordje dat 26 tellen moet doorklinken. Dat kán helemaal niet op een piano, maar toch houd ik de toetsen ingedrukt. Het is de meest extreme muziek die Satie ooit geschreven heeft.”

Hype

„Eind jaren zeventig werden mijn plaatopnames met de pianomuziek van Satie een enorme hype. Ik was helemaal verbaasd. In kleine kring, vooral bij beeldend kunstenaars en schrijvers, was hij bekend, maar bij het grote publiek niet. Toen ik de muziek opnam, zei men: 1.500 lp’s, dat is het maximum. Maar het explodeerde, het werd een rage. Omdat de Molukse treinkaping toen speelde, dacht ook Radio 3 dat het gepaster was om Satie te draaien dan popmuziek. Óveral klonk die muziek. Ik heb in popprogramma’s gezeten, in het Concertgebouw zaten de mensen tot op een meter van de vleugel. Je kon geen documentaire over de derde wereld zien zonder die muziek. Het ging toen wel vooral om de veel toegankelijkere Gnossiennes en Gymnopédies. Die komen nu niet aan bod.”

Pensioen

„Ik moet er niet aan denken om op te houden en ‘van mijn pensioen te gaan genieten’. Als ik mijn AOW ontvang, heb ik telkens weer het idee dat ik het moet terugsturen. Nou ja, vroeger kon ik als ik thuiskwam na een hele dag repeteren met een ensemble ook nog wel even een paar uur piano studeren. Nu doe ik dat niet meer. Maar ik heb verbazingwekkend genoeg nóóit ergens spierpijn. Ook niet laatst bij de Gurrelieder van Schönberg, met negen uur repeteren per dag.”

Onzekerheid

„Als zo’n intense repetitieperiode is afgesloten met een aantal concerten, krijg ik geestelijk een terugslag, maar dat had ik altijd al. Dan vind ik het allemaal maar niets, ben ik ontevreden. Later zie ik het weer helderder en positiever, en dat wéét ik op dat moment ook wel, maar het helpt niets om mezelf dat voor te houden. Dat slijt nauwelijks naarmate ik ouder word. Het is hetzelfde met spanning vooraf. Ik kan wel tegen mezelf zeggen: ‘Ik heb toch Saint François d’Assise van Messiaen gedirigeerd, dan kan ik dit toch óók wel?’ Maar dat helpt niet.”

Componisten

„Ik heb ooit vastgesteld dat mijn eigen drang om te componeren niet sterk genoeg is. Het gevoel dat je iets móet opschrijven, dat maakt een componist tot een componist. Louis [Andriessen, red.] is bijvoorbeeld een 100-procent-componist, daar wijkt bij hem alles voor, punt uit. Ik ken die euforie van iets opschrijven wel, en daardoor sta ik als uitvoerder ook dicht bij componisten. Maar als componist moet je je wereld begrenzen. Je moet andere muziek afwijzen om je eigen dingen te kunnen doen. Neem Stravinsky, die heeft nooit iets aardigs over één levende componist gezegd. Ik ben van nature juist iemand die ongelooflijk wordt meegesleept. ‘Moeten we doen! Geweldig!’ Dat is een plus voor een uitvoerder, maar absoluut niet voor een componist.”

Huilen

„Ik word steeds weerlozer voor muziek. Dat herken ik ook bij generatiegenoten. Toen ik jong was, had ik een intellectuele instelling: dat is een goed stuk, dat niet. Die afstandelijkheid is helemaal weg. Er is nu echt muziek waar ik voorzichtig mee moet zijn omdat ik anders in tranen uitbarst. Tegelijk kan zo’n stuk aan me zuigen, dan moet ik het voortdurend spelen. Veel van die composities komen uit het fin de siècle. Laatst deden we Das Lied von der Erde van Mahler, daar kan ik zó onwaarschijnlijk in verdrinken. Of Nur wer die Sehnsucht kennt van Hugo Wolf. Een stuk in g-mineur, maar het g-mineurakkoord komt er helemaal niet in voor! Je vóelt dat er een verlangen is dat niet vervuld wordt. Fenomenaal.”

Herenclub

„Met het overlijden van Harry Mulisch en Hans van Mierlo is in één jaar tijd het hart van de ‘Herenclub’ verdwenen. Zij hebben hem samen bedacht, 35 jaar geleden, en vormden het natuurlijke centrum. Voor die twee kwam je eigenlijk, hun aanwezigheid was bepalend. Ik dacht altijd: Harry overleeft ons allemaal, maar zo is het dus niet gegaan. De club bestaat nog steeds, al heb ik nog altijd periodes dat ik er maanden niet kom. De gemiddelde leeftijd is inmiddels boven de zeventig, en het is nu toch een beetje: wie is de volgende? We missen die twee. Ik mis ze ook persoonlijk, als vrienden.”

PVV

„Met Harry heb ik vaak gebotst over politieke onderwerpen, maar dat ging nooit ten koste van de vriendschap. Wij konden het gepassioneerd oneens zijn, ook met anderen, maar dat leidde nooit tot haat. In dat opzicht is er wel iets veranderd in Nederland. Er is ressentiment in de samenleving gekomen. Wilders vernedert en zet mensen doelbewust in de hoek met woorden als ‘kopvoddentax’ en ‘stemvee’.

„Het komt ook op het terrein waar ik me mijn leven lang voor heb ingezet. Dat wordt weggezet als waardeloos en betekenisloos. Het is bon ton om te spreken over ‘tromboneclubjes’ en ‘subsidie-infusen’. Het Muziekcentrum van de Omroep dreigt zonder enige argumentatie te worden afgeschaft. Ik ben te oud om te verkassen, maar als ik twintig jaar jonger was geweest zou ik emigreren.”

Toekomstplannen

„We leven in de muziek vaak van incidenten; we spelen iets, en dan is het weer voorbij. Maar ik doe juist graag iets blijvends. Dat Ligeti ons destijds gevraagd heeft al zijn muziek op cd te zetten, was het resultaat van niet ‘eens een keer’ iets doen, maar van 25 jaar lang investeren. We bekijken of we een soortgelijk project met de muziek van Kurtág kunnen ondernemen. Dat is mijn grote ambitie, en het lijkt te gaan lukken. Met medewerking van het Muziekcentrum van de Omroep. Als dat dan tenminste nog bestaat.”

Reinbert de Leeuw (piano) en Arjen Klerkx (video). De esoterische wereld van Erik Satie. 13/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. In oktober tournee, de gespeelde werken verschijnen binnenkort op cd.