50, en nog steeds sexy

Waarin Kelder en Van Regteren Altena de Jaguar E-Type bewonderen, al een halve eeuw soeverein en sensueel.

Noem de 15e maart 1961 en iedere petrolhead zal prevelen: de geboorte van de E-Type! Op die dag, rond theetijd in het Restaurant du Parc des Eaux Vives, openbaarde Jaguar-oprichter sir. William Lyons, een stuk speeltuig dat de geschiedenis in zou gaan als ‘probably the most beautiful car in history’. Een halve eeuw en tweeënzeventigduizend geproduceerde E-types later, verheft de schepping van sir William zich ver boven autokerkhoven vol nondescripte modellen. Afgelopen weekend vierden de leden van de Jaguar Daimler Club Holland het 50-jarige jubileum van hun droommodel op Circuitpark Zandvoort. Het toch al troosteloze decor van een racebaan op z’n retour in combinatie met miezerig Hollands weer bewijst eens te meer de kracht van ‘the ultimate cat’. De 115 verzamelde E-Types detoneren op het natte asfalt. Bij aankomst staat een cabriolet te roken als een Japanse kerncentrale. Anglofiele automobilisten reageren daar nauwelijks op, gewend als ze zijn aan het berucht onbetrouwbare elektriciteitssysteem van de firma Lucas, bijgenaamd ‘The Prince of Darkness’. Stoïcijns incasseren blijft een belangrijke graadmeter voor ‘Britishness’.

De E-Type werd gelanceerd als een sportauto ‘affordable for the middleclasses’; hij kostte de helft van een Aston Martin of Ferrari. ‘The beautiful girl next door’, vatte Jay Leno samen, zelf een beroemd verzamelaar en bezitter van een (grondig mishandelde) E-Type. Beatle George Harrison reed ’m, maar ook de zwoele actrice Britt Ekland en de voetballer George Best. Of die laatste echt reclame voor het merk was valt te betwijfelen. Zijn zucht naar drank en vrouwen ontlokte Best ooit de vrolijke verzuchting: „Negentig procent van mijn geld is opgegaan aan vrouwen en drank, de rest heb ik verbrast.” Maar ach, ook dat soort types overleeft de ‘E’ al een halve eeuw, soeverein en sensueel. „Er zit iets heel basaals in de verschijning van de E-type”, sprak een berijder poëtisch, „maar weinigen kunnen de roep van de Sirene weerstaan”.

En zo is het. Al blijkt bij aankomst op het ‘50 Jaar E-Type’-evenement dat de Engelse standenmaatschappij is doorgedrongen tot het circuit. Uw rijdende reporters worden met vorsende blik ontvangen in hun E-Type V12, Series III. De laatste serie, gemaakt vanaf 1971 tot stakingen en een oliecrisis het einde inluidde in 1975. Connaisseurs prefereren de spartaanser Series I (1961-1967) of anders de Series II met zwaardere 4,2 liter V6. Minstens zo belangrijk: is-ie origineel? Met auto’s verzamelen is het net als met een oude meester: er overheen schilderen is hoogst ongepast. Daar ging het vaak mis met de E-Type. Dat begon al kort na de lancering, nadat de auto een grootse entree had gemaakt in The Ed Sullivan Show op CBS. Meteen werd het land van de onbegrensde wansmaak de grootste klant. Gevolg: de auto kreeg zwaardere motoren en nuttige onzin als stuurbekrachtiging, automaat, airco en een achterbankje. Veiligheidsvoorschriften deden de rest: vollere bumpers, lelijker lampen. Toch bleef het lijnenspel van de E-Type ademstokkend. Sensueel als de rijpe Sophia Loren, gracieus als Deneuve op jaren.

Niettemin: kritische blikken als onze V12 Coupé in het vizier komt. „Import?”, stelt een jurylid retorisch. „Ehhh…”, hakkelen wij, wetende dat de Amerikaanse zijreflectoren alles verraden. „Sorry, in 1994 uit de VS gekomen.” Minpuntje. Volgende vraag: „Deze kleur blauw is niet origineel. Mogen we uw papieren zien?” Pijnlijk. Chassisnummer J711s71792BW had ooit de populaire kleur ‘signal red’, maar dat vond de vorige eigenaar kennelijk te frivool. Nu is-ie blauw met een delicaat toefje paars. Weer een minpuntje. De klep moet open. Of ze de machtige 5,4 liter mogen horen? Jurylid, tikje streng: „Ik hoor dat u de startmotor hebt vervangen door een moderner exemplaar?” En weer verschijnt een streepje op het concours-formulier. Tsja, onze E-type wilde nog weleens lastig ontwaken; vandaar die gemodificeerde startmotor. Daar wordt onze ‘Double Six’ wel opgewonden van. Iets té, aldus de jury. „Hij loopt stationair minstens vijfhonderd toeren te snel.”

Alleen nette mensen bij Jaguar, dus sussende woorden laten niet lang op zich wachten. „Uitstekende lak, trouwens.” Vlekjes, daar houden ze hier niet van. Hoewel. Onze achterligger in het concours wijst trots op zijn rode Series III. „Deze was van drugsdealer Charles Zwolsman, ik heb ‘m van Domeinen gekocht.” Opluchting. We zijn weer onder elkaar.

Voor een bespreking van de Jaguar XJ 3.0 V6 Diesel zie pagina 29