Zoek de kracht van de sjamaan

Hedendaagse sjamanen hebben succes omdat zij aansluiten bij het neoliberale individualisme, concludeert Jeroen Boekhoven in zijn proefschrift.

Op het Eigentijds Festival in het Gelderse Vierhouten (‘over natuur, kunst en spiritualiteit’) en op de Onkruidbeurs voor esoterie kun je ze vinden. Want daar komt publiek dat ontvankelijk is voor hun boodschap. Ze brengen deelnemers aan hun workshops door getrommel in trance en zetten hen op het spoor van hun ‘krachtdier’. Anderen leiden luisteraars in gedachten langs hun voorgeslacht om kwade spreuken van heksen en tovenaars uit het verleden onschadelijk te maken. Ze noemen zich ‘sjamanen’ of ‘sjamanisten’ en maken aanspraak op ‘oeroude kennis’ over natuurkrachten en genezing.

Sjamanisten bedienen zich van archaïsch aandoende attributen en rituelen, maar ze horen bij de nieuwe religieuze bewegingen van Europa. Het woord sjaman komt uit de taal der Toengoezen, een volk uit Siberië, en betekent zoiets als charismatische gebedsgenezer. Hedendaagse sjamanisten plaatsen zich in die traditie, maar zij ontlenen hun repertoire vooral aan de Amerikaanse avant-garde van de jaren zeventig. Ze zien zichzelf als een tegenhanger van de westerse consumptiemaatschappij, maar hun technieken om ‘bij je innerlijke kracht te komen’ vinden gretig aftrek in het bedrijfsleven. Dat staat in het heel leesbare proefschrift Genealogies of Shamanism – Struggles fort Power, Charisma and Authority waarop antropoloog en godsdienstwetenschapper Jeroen Boekhoven gisteren promoveerde in Groningen.

In de zeventiende eeuw, schrijft Boekhoven, expandeerde het tsarenrijk oostwaarts en in de Siberische taiga stuitten Russen op de nomadische Toengoezen. Bij hen vonden ze het archetype van de sjamaan: mannen of vrouwen die in trance contact kregen met geesten, die ze overreedden om ziekte of onheil af te wenden. Russische intellectuelen die in de negentiende eeuw door het tsarenbewind naar Siberië waren verbannen, waren de eersten die serieuze studie maakten van deze sjamanen. Zij gebruikten de term niet alleen voor de Toengoezische sjamaan, maar ook voor andere mediums. Rond 1900 herkenden Amerikaanse antropologen in dit Siberische personage de indiaanse medicijnman. Zij namen de term over en ‘sjamaan’ werd opgenomen in het antropologische vocabulaire, net als animisme, totemisme en taboe.

Er lopen bijna onontwarbare lijnen tussen dit tribale sjamanisme en het neo-sjamanisme van de Onkruidbeurs. Boekhoven haalt ze uit elkaar. In de twintigste eeuw kwamen in de VS en Europa esoterische stromingen op die de sjamaan zagen als de belichaming van oeroude kennis die in de loop van het moderniseringsproces teloor was gegaan. Boekhoeven: „In de VS waren er al vóór de Tweede Wereldoorlog avant-garde kunstenaars die zich identificeerden met sjamanen, die ze beschouwden als buitengewone persoonlijkheden. Zij waren kritisch over de eigen cultuur en namen een voorbeeld aan de indiaanse levenswijze die zij beschouwden als ‘authentiek’.”

De geschiedenis van het sjamanisme bijt zichzelf in de staart, zegt Boekhoven: „In de jaren zestig werd sjamanisme populair en gingen Amerikanen in Siberië op zoek naar de ‘real thing’. Daarmee hadden ze een grote invloed op de opleving van het Siberische sjamanisme, zozeer dat je daar niet meer kunt spreken van ‘authentiek sjamanisme’.”

Via de VS kwam het sjamanisme naar Europa en Siberische sjamanen speelden in op de groeiende vraag. „Een Russische sjamaan, Ahamkara, verzorgt hier workshops en organiseert reizen door het Altaigebergte. Zijn clientèle is vooral Europees: Scandinaviërs en Nederlanders.”

Het beeld van de sjamaan dat opduikt uit de etnografische literatuur is een, al of niet neurotische, krachtige persoonlijkheid. In het neo-sjamanisme is de charismatische hoofdrolspeler een beetje op de achtergrond geraakt. Boekhoven: „Sjamanisme is nu iets voor iedereen. Vroeger noemden kunstenaars zich sjamaan en zo verhieven ze zich boven het klootjesvolk. Nu liggen mensen met z’n allen in een zaal op kleedjes om zichzelf te ontdekken, op reis in de geestenwereld.”

Sjamanisten denken dat zij zich afzetten tegen de westerse consumptiemaatschappij, maar dat is een vergissing, zegt Boekhoven: „Het is een tegencultuur in die zin dat ze zich kleden als neo-hippies, heel lief zijn voor elkaar en in hun blote kont door het water lopen. Maar ze zijn veel meer verbonden met de tijdgeest dan ze zelf beseffen. Ze volgen de neoliberale, individualistische logica dat je in jezelf de kracht moet vinden om het te maken in deze wereld. En dat verklaart voor een deel het succes van het sjamanisme.”

Een handelseditie van het proefschrift verschijnt bij Barkhuis Publishing (www.barkhuis.nl).