Zo weinig mogelijk kwaad

De burger die de wereld zo weinig mogelijk kwaad wil doen krijgt tips. Wat is goed en wat is fout. Ook de krant helpt. Vorige week brandstof voor barbecuen. Houtskool is fout, stond geschreven. Wie etenswaren schroeien wil op een vuur in de openlucht doet dat bij voorkeur op brandende kokosnotenbast. Kokosnoot is goed.

Het was geen doordacht advies. Er is houtskool van slechte komaf. Maar ook goede. De enige Nederlandse houtskoolproducent, in Almelo, is de schoonste ter wereld. Gassen uit afvalhout worden schoon opgebrand waarbij de hitte wordt gebruikt om gassen uit afvalhout te drijven die worden opgebrand om opnieuw gassen uit afvalhout te halen. Kringloop. Als de gassen uit het hout zijn is er houtskool over. De stokerij is een Nederlandse vinding om minder milieubezwaarlijk houtskool te stoken. De warmte die overblijft wordt gebruikt om nat afvalhout te drogen. Dan is er nog genoeg warmte voor het opwekken van elektriciteit. Dat gebeurt nog niet, er waren plannen voor, maar de stokerij ging eventjes failliet, is weer opnieuw begonnen en gaat nu ernst maken met een elektriciteitscentraletje.

Houtskool uit Almelo wordt gebruikt in filterinstallaties van ondermeer drinkwaterbedrijven, in zwarte maagtabletten, en wat er dan nog over is kan verstookt worden onder een worstje.

Maar gas?

Uit reclamefolders is op te maken dat gasgestookte barbecues populairder worden. Ik hoorde al een culinair publicist mopperen dat dat niet het ware werk is. Het moet stinken. Gas stinkt niet. Nou doet houtskool dat ook niet. Wat stinkt is vet dat op het vuur druppelt.

Het gas uit een fles is propaan, butaan of een mengsel van de twee. Dat gas wordt nog steeds hier en daar op de wereld verbrand als afvalproduct van olieraffinaderijen. Een halve eeuw geleden was dat overal gewoonte. Pernis stond dag en nacht in brand, je had er geen lantaarnpalen nodig. Het gas werd afgefakkeld om ongelukken te voorkomen. In moderne installaties wordt het nu veilig afgevoerd en als vloeistof verpakt: flessengas.

Misschien zijn er nuttiger bestemmingen voor te bedenken, maar wie er twee keer per jaar een maïskolfje op roostert, doet de wereld geen ernstig verdriet.

Twee keer per jaar? Gemiddeld wordt zo’n ding maar één keer gebruikt. Een gasbarbecue, een droomkeuken op wielen voor de man met opstandig instinct die rook wil zien en dampen opsnuiven, is een bezopen investering. Als het moet, schroeipret met de pinkster, voldoet evengoed een gasbrandertje van een paar tientjes met een flesje gas van 1,50 euro. Te koop in Chinese supermarkten, af en toe in de wonderlijke winkel Action, soms ook bij Duitse stuntkruideniers en op het internet. En het mooie van het flesje gas: dat is na het feestje leeg en kan zo in de recycling.