Wildwaterkanoën met peddelsensoren

Door sensoren in hun peddels is de techniek van Nederlandse wildwaterkanoërs die meedoen aan het EK in het Spaanse Sue d’Urgell op cruciale punten verbeterd. Tijdens trainingen meten de sensoren direct de kracht die peddels uitoefenen op het water. Ook in de voorbereiding op de Olympische Spelen in Londen is de nieuwe technologie van belang.

„Vooral de jonge talenten kunnen wij op deze manier veel beter begeleiden”, zegt technisch Adrie Berk van de Nederlandse Kanobond. De metingen toonden aan dat K1-slalommer Bas Wesselink met zijn linkerarm minder krachtig afzette dan met zijn rechter. Berk: „Zoiets kun je met krachttraining corrigeren. Een onevenwichtige slag kan ook ontstaan doordat iemand zijn peddel draait zodat die door het water slipt. Dat resulteert in een lagere druk en een langzamere slag. Zulke nuances kun je niet zien als je naar een kanoër kijkt.”

Tijdens de training zijn de sensoren in de peddels verbonden met een beeldschermpje voorop de boot. Dat helpt, vertelt Berk, om te kanoën in zones: tijdsintervallen met een verschillende trainingsintensiteit. Berk: „Je spreekt bijvoorbeeld af dat iemand een tijdlang rustig peddelt, dat betekent dat hij op zijn peddels een kracht uitoefent van tussen 100 en 200 Newton.” Als de kanoër te veel of te weinig kracht gebruikt, wordt hij gewaarschuwd door een pieptoon en een rood licht op de voorkant van de boot.

Tijdens de wedstrijden zijn meetsystemen als deze verboden. Volgens Berk zou het niet wenselijk zijn om wildwaterkanoërs er tijdens wedstrijden mee te coachen. „Het zou alleen maar de aandacht afleiden.”

Bij kanoën over vlakwater zou het nuttiger zijn: „Door de peddelkracht te registreren kan je ervoor zorgen dat iemand zijn race juist opbouwt en dat hij een slagfrequentie gebruikt die daar goed bij past.” Deze manier van coachen is niet alleen bij het kanoën verboden. Berk: „Bij zwemwedstrijden hoor je zwemcoaches tijdens schoolslagraces wel op vingers fluiten om de juiste slagfrequentie aan te geven. Dat mag officieel ook niet.”

Dat een training die is aangepast op basis van de metingen vruchten afwerpt, bleek bij EK-deelnemer Maarten Hermans. Vorig jaar was Hermans nog tiende op het WK Junioren. Met de sensoren kon worden vastgesteld wanneer Hermans een groter peddelblad kon hanteren. „Hij heeft in anderhalf jaar een spectaculaire vooruitgang geboekt. Hij kan nu mee met de senioren”, zegt Berk.

Hij verwacht dat zijn kanoërs in juli de kans zullen krijgen om het Olympische parcours in Lee Valley Regional Park in Hertfordshire te verkennen. Ook dan komen de sensoren van pas, bijvoorbeeld doordat ze kunnen laten zien hoeveel kracht er nodig is om in het parcours de poorten tegen de stroom in te nemen. „Wij vermoeden dat de slalombaan minder zwaar is dan die van de Olympische Spelen in Peking”, zegt Berk, die ook werkt voor de Nederlandse Triathlonbond. „Daar liepen de krachten op de peddels op tot 600 newton en 400 à 450 gemiddeld. Als je daarover exacte gegevens hebt, kan bondscoach Michael Seibert er in de trainingen rekening mee houden.”