Wandelend zand

In zee voor Zuid-Holland verrijst een zandeiland dat de kust moet helpen versterken. Idealiter verspreidt het zand zich keurig langs de kustlijn, maar hoe de 70 miljoen euro kostende ‘zandmotor’ echt werkt, moet nog blijken.

Fffvvv. Ffffvvvvvvvvvvvv. De wind zwaait over de vlakte. Een enkele vrijbuiter ligt naakt op het strand en kijkt uit op nieuw land, een schiereiland van ongeveer honderd hectare groot voor de kust van Zuid-Holland, tussen Kijkduin en Ter Heide. Vijf sleephopperzuigers hebben in drie maanden anderhalf miljoen kuub zand per week gestort. Het zand werd op tien kilometer uit de kust gewonnen. Over een maand ligt er 19 miljoen kuub zand in het eiland. Daarna wordt nog gewerkt aan 2,5 miljoen kuub zand onder water, tegen de stromingen die de stranden aan weerszijden van het eiland zouden kunnen eroderen.

Een onwaarschijnlijk breed strand. Enkele jaren geleden was dit nog een van de zwakke plekken in de kustverdediging van Nederland. Nu liggen er een nieuwe duinenrij, een nieuw strand, en het nieuwe eiland. „We staan hier op een uniek stukje land”, roept projectmanager Maarten Reinking van Rijkswaterstaat tegen de wind in. Uniek, omdat nog nergens ter wereld een eiland was aangelegd dat als het ware zelf mag bepalen hoe het zich ontwikkelt. Dit DeltaDuin zal langzamerhand zelf van vorm veranderen. Deze zandmotor zal met name in noordelijke richting gaan wandelen, om uiteindelijk, naar verwachting, te verdwijnen. Dat wil zeggen: over een jaar of twintig zal al het zand vermoedelijk over een lange strook van de Zuid-Hollandse kust zijn gaan liggen, waarmee het bijdraagt aan extra ruimte voor natuur en recreatie en aan de bescherming tegen overstromingen, óók als de zeespiegel hard zou blijven stijgen. Bouwen met de natuur, noemen waterbeheerders dat.

Het landschap is nu weids als een woestijn. De eerste groene plantjes zandraket zijn geworteld, met een piepklein duintje eromheen. Kitesurfers denderen de lagune in en draaien rondjes in de baai. „Stoute jongens”, zeggen ze bij Rijkswaterstaat, want surfen en zwemmen is voorlopig nog verboden in het werkgebied. Tijdens en na aanleg geldt nog een zwemverbod. Want eerst moet in samenwerking met de reddingsbrigades nauwkeurig worden bepaald hoe de stromingen zullen gaan en waar eventuele gevaarlijke plaatsen ontstaan. Er wordt wel gevist. „De zandmotor is voor zeevissers een hotspot geworden. Een leuke bijkomstigheid”, zegt Reinking. De vissen komen af op de ondiepten en zullen deze vermoedelijk gebruiken om te paaien.

De vorm van de zandmotor is goeddeels voltooid. Er moet nog een buitenschil aan vast worden geplakt. Dat doen twee sleephopperzuigers, die een mengsel van zand en water via metersdikke stalen pijpen spuiten op wat nu nog een glibberige zandbank is, met stroompjes zeewater die glinsteren in de zon. Honderden aalscholvers en meeuwen staan er naast, ogenschijnlijk onverstoorbaar. Aan de noordelijke kant, niet ver van de eerste strandtenten van Kijkduin, spuit een andere sleephopperzuiger zand als een douche omhoog, een techniek die rainbowen wordt genoemd. Een derde gebruikte methode is eenvoudigweg een klep in het ruim openzetten en het zand weg laten glijden. Dat heet klappen.

We wandelen naar de noordelijke punt van het haakvormige landje en daar is te zien dat zich al iets opmerkelijks heeft voltrokken. Het zand is veel sneller dan verwacht bezig richting strand te trekken. „Mijn persoonlijke opvatting is dat het niet lang zal duren tot we een tweede binnenmeer zullen hebben”, zegt aannemer Wilbert van Boldrik van de combinatie Van Oord-Boskalis die het werk uitvoert. „Wij hadden gedacht dat dit veel langzamer zou gaan”, zegt Evelien van Eijsbergen, fysisch geograaf bij Rijkswaterstaat en verantwoordelijk voor de onderzoeken die de komende jaren naar de zandmotor worden verricht. „Dat er eerst wadvormige zandplaatjes zouden ontstaan die langzaam naar het strand toegroeien.”

Op het hoogste punt van het eiland, zeven meter hoog, staat nu nog een paal met een houten kikker, grapje van de werkers hier. Straks komt daar een meetmast, met videocamera’s en een radar die in kaart brengen hoe het zand zich verplaatst en hoe de golven en stromingen zich gedragen. „Dat is het allerbelangrijkste om te weten”, zegt Van Eijsbergen. Ook op vele andere manieren wordt het eiland straks besnuffeld. Bootjes zullen monsters nemen om te zien of zich nieuw bodemleven, benthos voor biologen, vestigt. Met jetski’s wordt de diepte van het water gemeten. Een vliegtuig maakt foto’s. Ecologen speuren in de lagune, het binnenmeer en de achterliggende duinen naar veranderingen bij flora en fauna. Daar worden successen verwacht. „In plaats van dat wij hier in een keer in de vijf jaar zand moeten suppleren om de kust te versterken, hebben wij het nu in één keer voor twintig jaar gedaan. Flora en fauna worden dus minder verstoord”, zegt Evelien van Eijsbergen. We verwachten dat hier veel broedvogels komen en dat er zeehonden komen rusten.”

We lopen langs kleine kliffen die de zee heeft gevormd langs de rand van het eiland. Die zullen verdwijnen door de aanleg van een flauwe vooroever. Aannemer Van Boldrik bukt zich om een enorm bot op te rapen. „Ik heb laatst ook zoiets gevonden. Misschien wel van een mammoet.”

Bij de aanleg kwam meer kijken dan het storten van zand. „Spannend” waren volgens Reinking vooral de gesprekken met Dunea, het drinkwaterbedrijf dat pal achter het nieuwe eiland drinkwater wint in de duinen van het natuurgebied Solleveld. „Dunea was terecht bezorgd. We hadden niet voorzien dat de zoetwaterbel in de duinen zich zou kunnen verplaatsen door de verbreding van duinen en de aanleg van het schiereiland”, zegt Reinking. „Dat zou invloed kunnen hebben op de drinkwaterwinning”. Gezamenlijk is een oplossing gevonden; er wordt grondwater aan het gebied onttrokken zodat de productie van drinkwater niet in gevaar komt.

Het eiland is sneller klaar dan verwacht. Dat komt door het mooie weer van de afgelopen maanden. De aannemer begon met de aanleg van een soort strekdam van zand, loodrecht op het strand, waarin ook de eerste aanvoerpijpen werden gelegd. „Als er een grote storm had gewoed, dan zou alles zijn weggespoeld en hadden we opnieuw moeten beginnen”, zegt bouwer Van Boldrik. Dat gebeurde niet, zodat de aannemer een aardige business case heeft kunnen maken, ondanks de strenge voorwaarden waaraan de winnaar van de Europese aanbesteding moest voldoen. Die kwamen erop neer dat het werk hoe dan ook niet meer dan vijftig miljoen euro mocht kosten. „We hebben het zand voor de helft van de normale prijs gekregen”, zegt Reinking. Aannemer Van Boldrik lacht: „Jullie hebben ons uitgeknepen.” In totaal kost het project Rijk en de provincie Zuid-Holland, zeventig miljoen euro.

Als het eiland klaar is, begint het wetenschappelijk onderzoek. Alle kennis kan van pas komen, niet alleen om elders langs de kust over enkele jaren wellicht ook zandmotoren aan te leggen, maar ook als exportproduct. De belangstelling in het buitenland is groot. Veel is al onderzocht, honderden modellen van stromingen zijn op computers gedraaid. Maar niet alles is zeker. Burgers zijn bezorgd over onvoorziene gevolgen. Er is nog veel te ontdekken. Stel dat al dat zand met de doorgaans noordelijke stroming wordt meegevoerd en tegen de pier van Scheveningen komt te liggen? Ook al wordt die noordelijke stroming beperkt door een retourstroming die ontstond door de aanleg van de Maasvlakte en die het water ter hoogte van Hoek van Holland als in een krul terugvoert? Stel nu eens dat al dat zand in de haven van Scheveningen terechtkomt? Reinking: „Daar hebben we met de gemeente Den Haag over gesproken. Er is een financiële regeling met als uit uitgangspunt dat de veroorzaker betaalt.”

Arjen Schreuder