Retoriek over Grieken past in Europees spel

Als Europa niet met een oplossing komt, gaat Griekenland in juli onderuit. Tot die tijd spelen alle deelnemers hoog spel: concessies worden op het allerlaatst gedaan. De ECB zit inmiddels klem tussen politiek en markt.

Voilà, dit is, kort samengevat, de oogst van mededelingen en dreigementen die de belangrijkste deelnemers aan het ‘Grote Griekenlanddebat’ afgelopen dagen hebben gedaan:

1Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Financiën, schrijft in een brief aan Europese collega’s dat banken en pensioenfondsen die Griekenland leningen hebben gegeven, ook moeten helpen de Grieken extra lucht te geven, zodat ze hun schuld later of makkelijker kunnen afbetalen. Volgens Schäuble vinden Duitse belastingbetalers dat de financiële sector ook maar eens op de blaren moet zitten. Schäubles baas, Angela Merkel, is muisstil. Zíj is wel degene die hierover in Duitsland moet beslissen.

2De Fransen zeggen eerst dat ze absoluut niet willen dat banken betrokken worden bij wat voor herschikking of uitsmering van Griekse schuld ook. Anders vertrekken de banken misschien uit Griekenland. Maar later komt uit Parijs de nuance dat het okay is als banken vrijwillig meedoen. Sommige banken zeggen dat ze wel mee willen doen.

3Niet-Griekse banken halen euro’s uit Griekenland, blijkt uit cijfers van de Bank voor Internationale Betalingen in Bazel. Ook andere landen krijgen last van euro-vlucht.

4Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, zegt wat hij iedereen al weken (soms met slaande deuren) probeert duidelijk te maken: banken dwingen om de Grieken langere afbetalingstermijnen te geven, oude Griekse staatsobligaties door nieuwe te vervangen of wat ook, leidt tot een regelrechte catastrofe. Als dat gebeurt, dreigt hij, draait de ECB de kraan naar Griekse banken dicht. En die leven, zoals bekend, op goedkoop ECB-krediet.

Het belang van dit debat is enorm: als er eind juni geen extra financiële regeling komt voor Griekenland, kunnen ‘oude’ noodleningen van het IMF en noodfonds EFSF ook niet worden overgemaakt en glijdt het land in juli uit. Banken, pensioenfondsen en overheden in Europa kunnen dan naar hun geld fluiten, want dan betaalt Griekenland niets meer terug. Financieel specialisten spreken van een Europees ‘Lehman’. Of de eurozone dit kan overleven, is zeer de vraag. Geen wonder dat de deelnemers aan dit debat – 27 regeringen, de ECB en het IMF – zo hoog in de boom zijn geklommen, en elkaar met nieuwe en oude eisen om de oren slaan. Allen hebben een eigenbelang, en vaak een parlement dat krasse taal wil horen.

Maar er is nóg een manier om naar deze titanenstrijd te kijken. Omdat er zoveel op het spel staat, en de EU-regeringsleiders op 23 en 24 juni in Brussel de knoop moeten doorhakken, is iedereen wel gek om nú al concessies aan te bieden. Een goede onderhandelaar buigt nooit te vroeg – zeker niet als het gaat om de toekomst van de eurozone. Een betrokkene in Brussel wijst erop dat het al anderhalf jaar, sinds deze schuldencrisis begon, een vast patroon is: steeds als regeringsleiders een acuut probleem moeten oplossen, wordt hun top voorafgegaan door hoog spel. Dat gebeurde in februari 2010, toen Griekenland de verzekering kreeg dat eurolanden „pal voor de euro” stonden. En toen Griekenland bilaterale leningen kreeg. Toen het tijdelijke noodfonds werd opgezet. Toen de begrotings- en sanctieregels uit het stabiliteitspact werden aangescherpt. Eind maart gebeurde het opnieuw, toen het permanente noodfonds dat in 2013 ingaat, werd opgezet: elke dag schroefden de hoofdrolspelers hun retoriek verder op. Doel is dat ze, als de onderhandelingen écht beginnen, een zo sterk mogelijke positie hebben opgebouwd. „Daarom denk ik”, zegt de bron, „dat we er wel uitkomen. Dit is nu eenmaal de dynamiek. Maar er is geen alternatief.”

In werkelijkheid is hier een complex schimmenspel aan de gang. De onderhandelingen vinden grotendeels plaats buiten Brussel. Belangrijkste betrokkenen zijn bondskanselier Merkel, de Franse president Nicolas Sarkozy, ECB-voorzitter Trichet en Grieks premier Papandreou. De lijntjes lopen grotendeels tussen een paar hoofdsteden; dit is Chefsache. Voor Portugal leningen kreeg, werden de onderhandelingen op dezelfde manier gevoerd. Merkel besprak de prijs die Portugal moest betalen – bezuinigingen, hervormingen – direct met premier Sócrates. Een paar mensen waren op de hoogte. De enige in Brussel in dit kerngroepje is Europees president Herman Van Rompuy. Hij kan zwijgen, is een goed bemiddelaar en is een van de weinigen die als oud-begrotingsminister verstand heeft van de materie.

Eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker, Commissievoorzitter José Manuel Barroso en eurocommissaris Olli Rehn zitten in de tweede onderhandelingsring. Dat geldt ook voor veel ministers van Financiën – behalve Wolfgang Schäuble, die een sleutelrol speelt tussen de kerngroep en de tweede ring onderhandelaars (al heeft hij soms een andere agenda dan Merkel). Financieel specialisten op ambassades in Brussel hebben vaak geen idee wat er boven hun hoofd wordt uitgedokterd. „Het is te gevoelig”, zegt een betrokkene in een van de hoofdsteden, „om met Jan en alleman te bespreken.” Juncker, een kundig, ervaren man, heeft zichzelf uit de kerngroep gemanoeuvreerd en is in de tweede groep beland. Hij is bitter omdat hij gepasseerd is voor Europese topfuncties en het verhaal gaat dat hij te veel drinkt. Soms flapt hij er dingen uit die, vinden anderen, onderhandelingen bemoeilijken.

Meestal vinden de Chefs, ondanks alle dreigementen die ze via de pers aan elkaars adres doen om hun eigen achterban te plezieren, daags voor een top een compromis. Tot voor kort stuurden ze de tekst daarvan vlak van tevoren naar andere regeringsleiders. Maar dat veroorzaakte zoveel lekkages, dat de compromistekst vorige keer, in maart, pas werd uitgedeeld toen de regeringsleiders in Brussel aankwamen. Daar wordt ter plekke, in een sessie van soms vele uren, een akkoord gesmeed: onder hoge druk wordt alles vloeibaar, zelfs de hardste dreigementen van Europese politici.