Psychothriller maakt reclame voor orgaandonatie

Vandaag gaat de polderpsychothriller ‘Claustrofobia’ online. Bobby Boermans maakte de eerste Nederlandse film die alleen op het internet in première gaat. En gratis. Als je je gegevens tenminste beschikbaar stelt aan de opdrachtgever.

Bobby Boermans (1981) maakte Claustrofobia speciaal voor internet. De bioscoop is al lang niet meer heilig voor filmvertoning, maar exclusieve webfilms hadden we in Nederland nog niet veel. Sinds de simultane bioscoop- en onlinepremière van Theo van Goghs 06/05 in 2004 is het de eerste Nederlandse film die voor het eerst, en nu ook exclusief, via web en mobiel te zien is.

Claustrofobia is niet gefinancierd door de traditionele filmfondsen, maar in opdracht van een reclamebureau dat zoekt naar een nieuwe mix van entertainment en adverteren. Dus is de film gratis te bekijken voor diegenen die zich registreren op de website. Wie dat doet kan worden gebeld door de Maag Lever Darm Stichting of de Vriendenloterij met het verzoek om aan de loterij deel te nemen en zo goede doelen als de MLDS te ondersteunen. De stichting bemoeide zich niet inhoudelijk met de film – een psychothriller over een gestoorde ontvoerder en illegale orgaantransplantatie. Niet direct een traditioneel verhaaltje om meer aandacht voor orgaandonatie te vragen.

Boermans werd ingehuurd als regisseur: „In januari stond opeens het geld op de rekening. Ze zeiden alleen: ‘Dit is het script, dit is het budget, wil je het doen?’ Toen vroeg ik letterlijk aan de producenten: ‘Jongens, hebben ze het script wel gelezen?’ Maar voor hen was het belangrijk om de boodschap niet geforceerd op te dringen, maar via de thematiek van de film aan het publiek aan te bieden. In die manier van film produceren geloof ik wel.

„Zo kun je op zoek naar alternatieve financieringsvormen. En jongeren zijn heus mediawijs genoeg om zich niet zomaar iets aan te laten smeren. Dus als je de sponsoring en de reclame er op een subtiele manier in kunt verwerken, zonder dat je je artistieke integriteit verliest, dan hoef je niet meer alleen afhankelijk te zijn van het filmfonds. En bovendien: ik wil gewoon films maken. Ik wilde voor m’n dertigste mijn eerste speelfilm maken.”

Boermans, zoon van theatermaker Theu Boermans, „groeide min of meer op” in de filmstudio van Stan Schram in Amsterdam-Noord. Hij studeerde montage aan de Filmacademie in Amsterdam en ging daarna regie studeren aan het American Film Institute in Los Angeles. „Zoals je wel aan mijn film kunt zien, is mijn liefde voor de Amerikaanse film groot. Het is het soort films waar ik mee ben opgegroeid. Maar ik hoef me daar niet toe te beperken. Ik hou van alle soorten films, maar ze moeten je raken, of ze nu klein- of grootschalig is, of ze je nu emotioneel of intellectueel iets doen.

„Natuurlijk zou ik ook wel Inception 2 willen maken, maar dat gaat nu effe niet gebeuren. Ik zie ook wel wat voor film dit is: snel gemaakt, voor een beperkt budget van maar een paar ton, en binnen een genre. Maar het belangrijkste wat ik in Amerika heb geleerd is dat film een industrie is, en dat je je kans moet grijpen om te regisseren wat je kunt. Het gaat erom dat je als je jong bent de kans krijgt om je te ontwikkelen en je vak leert beoefenen.”

Dus stond hij in Los Angeles voor zijn studentenfilm „opeens op de Universal backlot” (een permanente set voor buitenopnames) te draaien, was hij de shadow (het manusje-van-alles, letterlijk de schaduw van de regisseur) op de set van tv-serie The West Wing, of zat hij met rappers Yes-R, Ali B en Lange Frans te onderhandelen over de sponsoring van een videoclip. Maar er zijn grenzen: „Gek genoeg komt de film die ik echt wil maken, over twee mensen die verliefd worden en een road trip maken, er steeds maar niet door bij het Filmfonds. Ik wil die best laten sponsoren door een automerk, maar dan moeten het wel leuke oude Renaultjes zijn, en niet een of andere glimmende sportwagen. Ik ben misschien wel af en toe een commerciële hoer, maar niet tegen elke prijs.”