Psst, wat kost die nier van jou?

Chirurgen maken donorklier klaar voor vervoer. Foto Flip Franssen

Iedereen bezit twee nieren en kan één daarvan missen. Toch staat bijna niemand een nier aan een vreemde af. Twee partijen zijn slachtoffer van deze praktijk: patiënten op de wachtlijst en arme Aziaten die in het illegale circuit hun nier verkopen. Bio-ethici pleiten daarom voor een overheidsgestuurde orgaanmarkt.

Kavre, een dorpje in Nepal, heet in de volksmond ook wel ‘nierbank’. De bewoners leven van twee euro per dag en verkopen daarom ‘graag’ een nier. Ook voor handelaren een lucratieve bezigheid: een nier doet op de Indiase zwarte markt 5.000 euro, terwijl de Nepalese donor nog geen 700 euro ontvangt.

“Dit is een ernstig probleem in ons dorp”, zegt Badri Prasad Dhungana in de weekkrant Nepali Times. “Zes jaar geleden waren er slechts vier mensen die hun nier verkocht hadden”, aldus de leraar. “Nu weet ik het van 95 mensen. In sommige families hebben vier tot vijf leden hun nier verkocht.”

De vraag is natuurlijk of dit wel zo problematisch is. Inwoners van Kavre worden er financieel beter van en patiënten kunnen weer zonder dialyses verder met hun leven. Een win-win-situatie. Bovendien heb je maar één van je twee nieren nodig. Ook als reserveonderdeel is de extra nier vrijwel nutteloos: als één niet meer goed functioneert is dat doorgaans ook het geval bij de andere.

Kortom, wat weerhoudt je als patiënt om een nier te kopen in landen waar de orgaanhandel welig tiert? Je helpt mensen toch uit de armoede? Bovendien word je in Pakistan, China, de Filippijnen, Moldova, Oekraïne en Roemenië als orgaantoerist snel geholpen, terwijl je in Nederland misschien helemaal niet aan de beurt komt.

Handelaren geven niet om welzijn donor
Het eerste argument tegen orgaanhandel is de wet. In voornoemde landen is het verboden om een orgaan te kopen. Het tweede argument is de reden van die wet. De handel, zelfs als deze gelegaliseerd zou zijn, lokt onethische praktijken uit. Iemands armoedige levensomstandigheden kunnen misbruikt worden voor het lichamelijke welzijn van een vermogend persoon. Misschien wordt de donor wel benaderd in opdracht van een schuldeiser. Wat voor druk zit er achter de verkoop? Lastig voor een arts om dat te achterhalen. De donor heeft er namelijk belang bij om te liegen.

Logisch dus, zo’n verbod. Maar ook daar zijn argumenten tegenin te brengen. De praktijk leert dat de wet op grote schaal overtreden wordt, dat mensen om financiële redenen gedwongen worden hun nier af te staan en dat omgekochte chirurgen de operatie onder erbarmelijke omstandigheden uitvoeren. Ga er maar niet vanuit dat de donor in dat illegale circuit uitgebreide voorlichting krijgt en geholpen wordt als er complicaties optreden.

De reportage in Nepali Times bevestigt in ieder geval dat orgaanhandelaren niet zuiver te werk gaan. Een 24-jarige man werd onder valse voorwendselen naar een ziekenhuis gebracht. Zogenaamd voor een medische test in het kader van een werkopdracht. Op dag 1 werd zijn bloed getest en op dag 2 lag hij op de operatietafel. Een som geld weerhield hem ervan naar de politie te stappen.

Orgaandonatie is in Nepal alleen toegestaan binnen de familie. Daarbuiten, dus als commerciële activiteit, staat er een straf van tien jaar cel op. Dit moet vooral handelaren afschrikken. Maar de wet wordt slecht gehandhaafd, aldus de krant. Toch kwam het in april tot een arrestatie toen een Nepalees in New Delhi de nier van zijn van vrouw te koop aanbood.

Alleen donatie-bij-leven bestrijdt niertekort effectief
In Nederland is het wel toegestaan om een nier bij leven af te staan aan een onbekende, maar de Wet op Orgaandonatie verbiedt financiële vergoedingen. Zowel ontvangers als donoren zijn in dergelijke situaties strafbaar. Toch is het niet uit te sluiten dat een ‘vrijwillige’ donor onderhands betaald is voor zijn ‘altruïstische’ daad. De Vereniging van Nierdonoren ziet daarom toe op goede begeleiding van donoren. Alle leden van de vereniging hebben in het verleden zelf een nier afgestaan of zitten middenin het proces van transplantatie. Zij leggen zich erop toe om donoren voor te lichten, omdat de beslissing “ingrijpend en onomkeerbaar” is. Donatie-bij-leven is volgens hen de enige manier om het chronische niertekort effectief te bestrijden. Inmiddels zijn meer nieren van levende dan van overleden donoren afkomstig.

De goede zorg en begeleiding in Nederland staat dus in schril contrast met de duistere orgaanhandel in armere landen. Donoren aldaar hebben een veel groter risico op complicaties, omdat niemand zich om hen bekommert. Nederlandse verzekeraars willen zich daarom verre houden van deze praktijken. Buiten de Europese Unie vergoeden zij sinds 1 januari 2010 alleen transplantaties als de verzekerde kan aantonen dat de donor familie, echtgenoot of geregistreerde partner is. Nederlanders die toch een orgaan kopen in landen als Nepal, China of Roemenië, moeten beseffen dat zij als ‘orgaantoerist’ niet alleen een strafbaar feit begaan, maar ook met de gezondheid van de arme donor spelen.

Dat een heel dorp geteisterd wordt door louche orgaanhandelaren is weerzinwekkend. Maar het valt in het niets bij de handel op internet. Toen de 17-jarige Xiao Zheng in april thuiskwam met een gloednieuwe iPad en iPhone, biechtte hij zijn moeder op dat hij zijn nier voor 2.059 euro verkocht had. Dat bleek ook uit de correspondentie die de politie onderzocht. Het ziekenhuis was niet bevoegd om orgaantransplantaties uit te voeren, meldden de autoriteiten aan een lokaal televisiestation. Van de handelaar was geen spoor meer te bekennen.

Lichaam verkopen is heel gewoon
Zou het geen goed idee zijn als de overheid zelf een orgaanmarkt creëert? Een systeem waarin donoren uitgebreid voorgelicht worden, een veilige operatie ondergaan en goede nazorg krijgen. Een systeem, ook, waarin mensen zichzelf aanmelden als donor en niet benaderd worden door de patiënt of vertegenwoordigers daarvan. Daarmee ondervang je de medische risico’s en voorkom je dat mensen uitgebuit of actief geworven worden. En omdat de overheid de nieren zelf koopt heeft iedere patiënt, arm of rijk, evenveel kans op een transplantatie.

Het Centrum voor Bio-ethiek van de Universiteit van Pennsylvania beveelt dit de Amerikaanse overheid aan. Onderzoeksleider dr. Scott Halpern meent dat met een overheidsgestuurde markt het niertekort verleden tijd wordt. Hij bestrijdt dat de ‘verkoop van je lichaam’ een maatschappelijk taboe zou zijn. Spelers in de top van het American Footbal doen namelijk niets anders. Die lopen in hun beroep aantoonbaar hersenletsel op. Of denk aan stuntmensen, die voor minder geld hun leven in de waagschaal leggen. Hetzelfde geldt voor prostituees. Hoewel hun beroep wel taboe is, verbiedt de wetgever het niet. Zelfs in de huidige orgaanpraktijk hebben mensen er financieel belang bij om te doneren, vult dr. David Cronin, universitair docent chirurgie, aan. De donor die een nier schenkt aan zijn of haar kostwinnaar, bijvoorbeeld.

Halpern hield in 2010 een enquête en ontdekte dat het meevalt met het exploiteren van armoede als mensen een vergoeding krijgen. De kans dat hele arme mensen ermee instemmen is weliswaar twee keer groter dan bij personen die meer dan 100.000 dollar per jaar verdienen, maar hun bereidheid neemt niet toe naarmate de prijs hoger wordt. Zelfs als zij niets voor hun nier krijgen, zijn zij eerder dan rijken bereid tot donatie. Je zou hieruit op kunnen maken dat arme mensen onbaatzuchtiger zijn dan rijke mensen. Of meer hechten aan het goede gevoel dat orgaandonatie geeft.

Maatschappelijk taboe stimuleert illegale handel
Over dat gevoel, schrijft nierdonor A.H.J. Dautzenberg in zijn boek Samaritaan. Hij meldde zich bij het ziekenhuis om een nier af te staan. “Ik werd in één keer een heel goed mens, dat voelt heel fijn”, zei hij in het programma Pauw en Witteman.

Voor die donatie kreeg de schrijver geen geld, het ging hem uitsluitend om het avontuur en de persoonlijke groei. “Het is natuurlijk een bepaalde vorm van egoïsme, want het levert mij iets op: een goed gevoel.” Dautzenberg hoopt dat er daarom meer aandacht komt voor de immateriële winst die het doneren oplevert. “Ik ben er in alle opzichten op vooruit gegaan.”

In Nederland gaf de Raad voor de Volksgezondheid (RVZ) in 2007 een positief advies voor een beloningssysteem van nierdonatie-bij-leven. “Belangrijke voorwaarden daarbij zijn de vrijwilligheid van de donor en een rechtvaardige verdeling van organen. Hierdoor kunnen uitwassen, zoals de illegale handel in organen, worden bestreden”, schreef het college aan de minister van Volksgezondheid. Een eenmalige uitkering ziet de raad echter niet zitten, omdat dit te verleidelijk is voor mensen met financiële problemen. Beter is een levenslange vergoeding op de ziektekosten, aldus RVZ. Voor een dertigjarige kan dit bedrag over een periode van veertig jaar oplopen tot ongeveer 40.000 euro.

Op 8 oktober 2008 debatteerde de Tweede Kamer over het stimuleren van orgaandonatie. Hoewel beloning van orgaandonatie-bij-leven in de media onderwerp van debat was, bleek het voor politici nog onbespreekbaar. Dit taboe houdt de illegale handel in stand.