Luie zakkenvuller. Tóch bedankt!

Een jaar geleden verlieten 58 mensen de Tweede Kamer.

Ze schetsen een beeld van verongelijktheid, van persoonlijk bedreigingen en van geknakte carrières.

Zakkenvullers, dat zijn ze. En lui ook nog.

Vraag oud-Kamerleden hoe ze gezien werden door de kiezers, en ze komen met precies díé kwalificaties, uit zichzelf. Zakkenvullers: twaalf keer. Lui: elf keer. Flierefluiter – één keer – maakt het beeld compleet.

NRC hield een peiling onder oud-Kamerleden. Deze week is het een jaar geleden dat een nieuwe Tweede Kamer gekozen werd; 58 parlementariërs keerden – gewenst of ongewenst – niet terug. Zoveel vertrekkers in één keer, dat komt zelden voor.

Van deze ex-volksvertegenwoordigers deden er 33, dat is 56 procent, mee aan de enquête. Onder hen veertien CDA’ers, dertien PvdA’ers, een VVD’er, SP’ers en oud-Kamerleden van de ChristenUnie. Geen PVV’ers – die bleven allemaal in de Kamer.

Een wetenschappelijke studie is het niet, maar de respondenten per partij liggen in lijn met het aantal vertrekkers per partij. Zij schetsen een beeld van verongelijktheid, van persoonlijk bedreigingen, van geknakte carrières na de vervulling van een van de hoogste politieke functies die de Nederlandse democratie kent.

De oud-parlementariërs zeggen dat zijzelf en hun vakgenoten vaker overschat of onderschat worden dan dat ze door burgers juist op waarde worden geschat. Deels komt dat door henzelf, concluderen ze. De media worden nauwelijks genoemd. Kamerleden hebben zelf onvoldoende kennis in huis en zijn te zeer bezig met de waan van de dag. Dat is een bekend geluid. Het verschil is dat je het vaker hoort van buitenstaanders dan van politici zelf.

Dan de inhoud. De opkomst van de PVV, de oorlog in Afghanistan, de economische crisis – aan grote onderwerpen hadden politici de afgelopen jaren geen gebrek. Gevraagd naar ‘het belangrijkste politieke moment’, komen ze echter met andere gebeurtenissen. „Het debat over de bouwfraude”, „het aftreden van Jan Marijnissen”, volgens een SP’er. Veruit het meest genoemd: de val van een van de kabinetten-Balkenende. De moord op Pim Fortuyn wordt ook een aantal keer genoemd.

Terugkijkend schilderen ze zichzelf niet af als hemelbestormers. De grote thema’s van deze tijd, daar beginnen ze niet over. Want gevraagd naar de politieke prestatie waarop het ex-Kamerlid het meest trots is, blijft het vaak vaag. Er wordt vooral veel „geagendeerd”: „Het asbestgevaar weer op de politieke agenda krijgen”, „het landelijk aandacht vragen voor de negatieve aspecten van het invriezen van eicellen”, „zzp’ers op de agenda van politiek en polder krijgen”, „het agenderen van grootschalige fusies in de zorg”.

Ach, schrijft een PvdA’er, wat haar grootste prestatie is „moeten anderen maar beoordelen”.

Een van haar voormalige CDA-collega’s reageert bijna tegenovergesteld en groots. Hij heeft naar eigen zeggen juist voor een omslag in politiek en bestuurlijk Nederland gezorgd met „het afschaffen van regels en voorkomen dat er nieuwe regels komen”.

Om de oud-Kamerleden in de gelegenheid te stellen vrijuit te reageren, is anonimiteit beloofd. Ze staan vandaag dus niet met hun naam in de krant – ook al willen ze dat best weer eens. Maar die tijd is voorbij.