Leers houdt deur dicht voor Roemenië en Bulgarije

Nederland staat in Europa steeds meer alleen in zijn afwijzing van Roemenië en Bulgarije voor ‘Schengen’ .

Nederland blijft de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone voorlopig afwijzen. Met die onverzoenlijke boodschap vestigde minister Gerd Leers (CDA, Immigratie en Asiel) gisteren op een persconferentie na een EU-ministersvergadering in Luxemburg, de aandacht op zich. Vertrouwen in Roemenië en Bulgarije is er nog onvoldoende, verklaarde Leers. „De rechtsstaat – en daarmee bedoel ik corruptie- en misdaadbestrijding – moet in orde zijn. Daarmee moet meer vooruitgang worden geboekt.” Aansluiting bij het Schengengebied (de Europese zone met een buitengrens en zonder controles aan de binnengrenzen) zit er voor beide landen daarom nog niet in.

Nederland is het EU-land dat de meeste moeite heeft met opname van de twee Balkanlanden in ‘Schengen’. De Roemenen en Bulgaren voldoen weliswaar aan de technische criteria, zoals de juiste detectiepoortjes op vliegvelden. Maar dat vindt Nederland onvoldoende, zei Leers.

Nederland, dat steeds minder wordt gesteund door Frankrijk en Duitsland, wil pas tot uitbreiding van ‘Schengen’ overgaan als de corruptie in Roemenië en Bulgarije structureel afneemt. Roemenië vestigde in februari zelf de aandacht op het probleem door tientallen van corruptie verdachte grensbeambten te arresteren. Een andere grote zorg betreft de bewaking van de Bulgaars-Turkse grens, die ligt op een belangrijke route voor migranten uit Azië en Afrika naar Europa.

De volgens EU-diplomaten ‘geharnaste’ opstelling van de Nederlanders leidt tot onvrede en ongeduld in Roemenië. Het Hongaarse EU-voorzitterschap had voorgesteld om in de slottekst van de vergadering op te nemen dat er in september ‘een beslissing’ zou worden genomen over Roemeense en Bulgaarse toetreding tot de Schengenzone. Maar onder druk van Nederland, en in mindere mate van Duitsland, is het woord ‘beslissing’ uit de slotverklaring verdwenen. Leers was tevreden. „Dat was een heel gevecht.”

Zoals vaker na EU-ministerraden, legden verschillende ministers legden de slotverklaring op een verschillende manier uit. „Er zal een beslissing worden genomen in september”, zei Traian Igas, de Roemeense minister van Binnenlandse Zaken, die eveneens tevreden leek. Igan zei dat hij blijft hopen op Schengen-toetreding voor het einde van dit jaar.

Het Nederlandse onbehagen over de toetreding van de Balkenlanden staat in scherp contrast met het enthousiasme van het Europees Parlement over het plan. Eergisteren nog zei het parlement in een verklaring de twee Balkanlanden in de Schengenzone te „verwelkomen”. De Roemenen en Bulgaren „moeten als volwaardige Europese burgers worden gezien – en niet worden gegijzeld door populisme”, zei de Portugese centrum-rechtse europarlementariër Carlos Coelho, die over Schengen rapporteerde.

Roemeense politici en commentatoren vinden het oneerlijk dat corruptiebestrijding inmiddels als voorwaarde geldt voor toetreding tot het Schengengebied. Polen hoefde bijvoorbeeld alleen aan formele technische voorwaarden te voldoen. Opeens lijken de spelregels veranderd, zo klinkt de kritiek uit Boekarest en Sofia. Maar Nederland en Duitsland wijzen erop dat Roemenië en Bulgarije al bij hun EU-toetreding in 2007 onder speciaal toezicht van de Europese Commissie werden geplaatst wegens corruptie en de slecht functionerende rechtsstaat. Leers wacht een Commissie-rapport hierover in juli af om te beoordelen of de situatie is verbeterd.