Jongerius kan voorlopig even lachen

Kabinet en sociale partners tekenden vanmorgen het pensioenakkoord. Politieke steun in de Tweede Kamer is niet het grootste probleem. Wel de strijd binnen de FNV.

Iedereen zal hard moeten werken om het onderhandelingsakkoord bij zijn achterban geaccepteerd te krijgen. „En ik ben echt niet gefixeerd op FNV Bondgenoten”, zei minister Henk Kamp (Sociale Zaken, VVD) vanochtend bij de presentatie van het pensioenakkoord. „De voorzitter van de werkgevers, de werknemers en ook ik, we hebben allemaal ons eigen ding te doen.”

De boodschap van de bewindsman was vanochtend duidelijk. Hij wil zich niet laten gijzelen door de bond die zich het meest kritisch over het akkoord heeft uitgelaten. En eigenlijk al nee heeft gezegd tegen het pensioenakkoord. „Wat denkt u van de situatie voor het kabinet? Ik heb negen fracties in de Tweede Kamer te overtuigen.”

Met name bij de gedoogpartner PVV zal Kamp bot vangen. Die partij heeft al aangegeven niets voor een nieuw pensioenstelsel te voelen. „Maar ik ga zeker proberen om de PVV te overtuigen. Als het lukt, heel mooi. Maar anders hoop ik bij andere partijen meer succes zullen hebben.”

Kamp weet wel dat de Tweede Kamer niet het grootste probleem is. Het nu gesloten akkoord maakt het huidige pensioenstelsel volgens een meerderheid meer toekomstbestendig. Ook volgens de oppositie (met uitzondering van de SP) maken de vergrijzing, het dalende aantal actieve mensen en de gestegen levensverwachting een nieuwe opzet noodzakelijk.

De politieke steun is dus niet het grootste probleem. Het probleem ligt vooral bij de werknemers. De FNV wil deze zomer een vakbondsbreed referendum – dus voor alle 1,4 miljoen leden – over het pensioenakkoord organiseren. Maar zelfs voor dat referendum is Jongerius afhankelijk van medewerking van de grootste tak, FNV Bondgenoten. Die bepaalt later deze maand hoe het verzet het beste vorm kan krijgen. En ook andere bonden binnen de FNV hebben zich kritisch getoond.

Jongerius nam vanmorgen als hoofd van de vakbondscentrale een voorschot op de interne strijd die de komende weken gevoerd gaat worden. Zij lichtte de verdiensten van het nieuwe akkoord toe: „Zonder akkoord kan je pas vanaf 2020 op 66 jaar met pensioen. Met het akkoord heb je daadwerkelijk keuze, stop ik op 65, 66 of 67.” En, voegde ze eraan toe, „natuurlijk is dit geen tien, maar wel een ruime voldoende. Ik wil ook glimlachend over straat kunnen lopen”.

Ook Bernard Wientjes legde namens de werkgevers uit dat hij alles uit de kast moet halen om zijn achterban te overtuigen van de voordelen van het nieuwe akkoord. In slechte tijden zal de premiedruk voor werkgevers niet verder stijgen – of daar moeten bij cao-onderhandelingen andere afspraken over worden gemaakt. Daar staat tegenover dat in goede tijden de premieverlagingen voor bedrijven tot het verleden behoren. „We hebben de grenzen van de elasticiteit van de polder opgezocht”, aldus de voorman van VNO-NCW.

Iedereen lijdt een beetje pijn bij dit akkoord, was de boodschap van Kamp en Wientjes waarmee Jongerius werd gesteund. Ook premier Rutte (VVD) en minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) stapten zo snel mogelijk over de mogelijke problemen aan vakbondszijde heen. Zij waren vanochtend ook aanwezig bij de laatste besprekingen in het SER-gebouw, maar moesten vertrekken vanwege de ministerraad. „Ik ga ervan uit dat iedereen naar zijn achterban gaat om te vechten voor het akkoord”, zei De Jager. „Ik denk dat hier een breed draagvlak voor is.”

Mocht de steun bij de FNV uitblijven en het akkoord na ruim een jaar onderhandelen over de uitwerking een dode letter worden, dan heeft dat ook zijn uitstraling op de coalitie. Het kabinet wil in de economisch moeilijke tijden graag daadkracht uitstralen, maar dat imago loopt door krachten buiten de coalitie wel eens een deukje op.

Zoals eerder deze week, toen het kabinet het bestuursakkoord zag sneuvelen, waardoor stevige bezuinigingen in de sociale werkvoorziening vertraging dreigen op te lopen. Een overgrote meerderheid van gemeenten (86,6 procent) keerden zich woensdag tegen de voorgestelde bezuinigingen op de onderkant van de arbeidsmarkt waar zij verantwoordelijk voor zouden worden.

En ook in de Kamer moet de minderheidsregering voortdurend op zoek naar steun, met name als gedoogpartner PVV het laat afweten. Zoals bijvoorbeeld rond de steun aan de zwakke eurolanden. Dan moet de links oppositie steun verlenen. Ook voor het pensioenakkoord zal Kamp bij PvdA, D66 en GroenLinks moeten aankloppen. Niet zo comfortabel, maar de kans op steun in de Kamer is groot.

Jongerius gaat een hardere strijd aan. Het kabinet moet maar hopen dat zij als winnaar uit de bus komt.