Intieme Zauberflöte van Peter Brook

Une flûte enchantée naar ‘Die Zauberflöte’ van Mozart. Gezien: 9/6 Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam. Te zien t/m 11/6 aldaar. Inl: hollandfestival.nl ****

Een verzameling bamboestokken, meer heeft de befaamde Britse regisseur Peter Brook (1925) niet nodig om de entourage van Mozarts laatste opera Die Zauberflöte (1791) uit te beelden. De stokken verbeelden de takken waar vogelvanger Papageno zijn zangvogels spot, ze verbeelden het woud, de onderwereld en tot slot de maçonnieke „heilige hallen” waar priester Sarastro het huwelijk inzegent tussen Pamina en Papageno.

De fluit uit de titel is het magische, wonderlijke instrument dat liefde doet ontstaan en het kwaad overwint. In een fraai moment zweeft de fluit tussen de handen van Tamino, de held van het verhaal die Pamina wil redden. Deze flûte enchantée, zoals Brooks Franse versie heet, gemaakt met zijn Parijse gezelschap Des Bouffes du Nord, bezit meer tovermacht dan de fantastische wraakaria van de Koningin van de Nacht.

De eenvoud die Brook nastreeft zet hij voort in elk detail, van kostuums en handeling tot de muziek toe. Pianist en componist Frank Krawczyk herschept de opera tot een partituur voor piano, door hemzelf uitgevoerd. Hierdoor wordt intiem wat in vele uitvoeringen vaak gigantisch groot is. Er zijn twee acteurs toegevoegd die als vertellende instantie optreden. Zij grijpen in als vogelvanger Papageno de grens van de betamelijkheid overschrijdt en zelfs in het publiek zijn zo vurig gewenste meisje gaat zoeken. Deze Papageno-rol is verrukkelijk humoristisch en lichtvoetig.

De nu 85-jarige Brook gaf in 1968 aan het theater een ingrijpende vernieuwing door te pleiten voor „de lege ruimte”. Zijn invloed op het hedendaagse toneel is onuitwisbaar. Ook regisseurs als Hans Croiset en Erik Vos vonden in Brook hun inspiratiebron. Met Une flûte enchantée bewijst Brook dat zijn artistieke credo van eenvoud, poëzie en intimiteit niets aan zeggingskracht heeft ingeboet.