Indrukwekkende klankstormen

Residentie Orkest/Nederlands Concertkoor o.l.v. Claus Peter Flor m.m.v. Robert Holl (bas) en Ingela Bohlin (sopraan). Gehoord: 9/6 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 10/6 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. ****

Voor de Nederlandse regionale orkesten zijn het zware weken. Neem het Residentie Orkest: het zoekt dezer dagen actief naar een nieuwe chef-dirigent, maar is intussen ook in gespannen afwachting van duidelijkheid over de toekomst. En intussen gaat het concertseizoen gewoon door: gisteravond met Brahms’ geweldige Ein Deutsches Requiem als slot van de koorserie in het Amsterdamse Concertgebouw.

Voor het Nederlandse Concertkoor, de eredivisie van de Nederlandse amateur-oratoriumkoren, is de toekomst al even onzeker. Het koor, doorgaans ingehuurd door orkesten, kijkt aan tegen een verder vrijwel lege agenda.

Dreigende bezuinigingen zorgen er blijkbaar voor dat orkesten voordelig en koorloos willen programmeren.

Reden voor orkest én koor om Ein Deutsches Requiem op te vatten als een open sollicitatie. Dirigent Claus Peter Flor, niet afkerig van het grote gebaar in repertoire dat daartoe uitnoodt, benutte de omvang van het koor (circa 110 zangers) om uit te pakken met indrukwekkende klankstormen: groots in decibellen, maar zeker ook in de homogeniteit van de klank.

In de eerste delen zocht hij intimiteit in langzame tempi: risicovol, maar orkest en koor doorstonden die toets moeiteloos. Alleen in de interactie tussen orkest en koor konden sommige finesses nog scherper worden afgesteld.

Sopraan Ingela Bohlin stak in expressie bleekjes af bij de extreme urgentie van bas Robert Holl, die de door Brahms opgeworpen zingevingsvraag (‘Herr, lehre doch mich!’) zo kan zingen dat je er echt wakker van ligt.