Ik weet dat het niet om mij gaat

Afgelopen zomer stopte Monique van den Boogaard met haar werk als rechter.

Nu is de dood haar vak. „Ik ben er niet bang voor dus kan ik er voor de mensen zijn.”

Twintig jaar was zij een gerenommeerd rechter en zat zij grote strafzaken voor. Afgelopen zomer besloot Monique van den Boogaard (51) haar toga uit te trekken en stervens- en rouwbegeleider te worden. „Als rechter ben je een instituut, nu kan ik meer ‘mens’ zijn. Iemand die naar anderen luistert en zelf niet bang is voor de dood.” Van den Boogaard is altijd geïnteresseerd geweest in het verdriet van anderen.

Ze spreekt op een rustige maar vrolijke toon. In de serre van haar huis vlakbij de duinen in Bentveld ontvangt zij haar cliënten. Het zijn mensen die ongeneeslijk ziek zijn of nabestaanden die een dierbare hebben verloren. Twee stoelen bieden uitzicht over een bloeiende tuin. Op het bijzettafeltje staan tissues.

Wordt u niet verdrietig van al dat verdriet?

„Ik heb als advocaat, als rechter en nu als stervensbegeleider zo veel verdrietige, dramatische verhalen gehoord. Dan weet je op een gegeven moment hoeveel verdriet er op de wereld te koop is, hoeveel onrecht er is en hoeveel afschuwelijke dingen mensen meemaken. Ik weet inmiddels dat ik er nog wel van kan slapen.”

Hoe helpt u mensen die in uw praktijk komen?

„Het is luisteren, luisteren, luisteren. Eerst ben je een bedding waar mensen hun verdriet in uit laten stromen. Op een gegeven moment willen mensen voort. Met stervenden bespreek ik hoe het leven af te ronden. En tegen een rouwende zeg ik bijvoorbeeld: het is helemaal niet raar dat je nog steeds dat extra bordje dekt of dat je ook zijn kant van het bed steeds opmaakt. “

Waarom zouden mensen u verkiezen boven het luisterend oor van een goede vriend of vriendin?

„Je kunt wel heel lieve vrienden hebben, maar wie heeft er nou tijd? Bij mij gaan de gesprekken over hoe overeind te blijven in een wereld die niet begrijpt dat iemand rouwt zoals hij rouwt. Is er een ideale manier waarop je rouwt? Nee, die is er niet, iedereen rouwt op zijn eigen manier. Wat ik nu in mijn praktijk doe is wat ik ook als rechter deed. Dat is vragen en doorvragen. “

Waarom die overstap?

Ik werd rechter omdat ik dat hartstikke belangrijk vond. En ik heb dat ook jarenlang met hart en ziel gedaan. Het is zoiets als je voeten die groeien. Een hele tijd had je heel fijne sexy dansschoenen, maar op een gegeven moment gaan ze knellen. Want er is iets wat naar buiten wil.”

Hoe bedoelt u dat?

„Toen mijn moeder twintig jaar geleden ongeneeslijk ziek werd hebben mijn broer, de schrijver Oscar van den Boogaard, en ik voor haar gezorgd. Ik ontdekte dat ik heel onverschrokken ben als het om de dood gaat en dacht: hier heb ik iets mee. Altijd al, als er mensen in mijn omgeving ziek werden of overleden, had ik de behoefte om een brief te schrijven of naar de begrafenis te gaan. Het was iets wat me trok...”

Wat is er aantrekkelijk aan de dood?

„Ik voel me geroepen er juist dan voor mensen te zijn omdat veel mensen zich op dat moment spastisch terugtrekken, omdat het eng is. Het raakt aan iets waar ze zelf bang voor zijn. En ik ben er niet bang voor dus ik kan er zijn. Ik geloof dat ik een geboren stervensbegeleider ben.”

Toch bleef u nog twintig jaar rechter ...

„Het laatste zetje kreeg ik toen Junkie XL werd geïnterviewd in het programma Zomergasten. Die vertelde met tranen in zijn ogen over zijn moeder en zus die tegelijkertijd in een hospice lagen. Toen dacht ik: dat wil ik. Ik wil vrijwilliger worden in een hospice! Ik ben een opleiding gaan volgen bij het Nederlandse instituut voor trainingen stervensbegeleiding.”

Wat leerde u?

„Je leert hoe andere culturen rouwen en begraven, over euthanasie, pijnmedicatie, rouw bij kinderen. En veel meditatie omdat het belangrijk is om in crisissituaties als begeleider zelf rustig te blijven.”

Lukt dat?

„Ja, want ik realiseer mij telkens dat het niet om mij draait, zo deed ik dat ook als rechter.”

Was er begrip voor uw overstap?

„Mijn collega’s vonden het wel heel vreemd en dat snapte ik ook wel. Ik was in de kracht van mijn leven, ik was vicepresident, kamervoorzitter, zat grote strafzaken voor. Je wordt als rechter voor het leven benoemd. Dat gooi je toch niet weg, daar ga je toch niet mee stoppen? Wie zoekt de dood nou op? Heel veel mensen zijn bang voor de dood. Die leven een heel vol en druk leven om er zo min mogelijk aan te denken. En ik heb van de dood juist mijn vak gemaakt. Dus dat is beangstigend. Dat snap ik. Maar ik voel me nu wel energieker, gelukkiger, stralender.”

Mist u het rechter zijn wel eens?

„Nee, eigenlijk niet. Een oud-collega vroeg laatst of ik haar zitting wilde overnemen, maar daar had ik gewoon geen zin in. En toch is het verschil tussen beide beroepen helemaal niet zo groot. Mensen zeggen vaak dat je als rechter veroordeelt, maar dat is niet waar. Als rechter veroordeelde ik de daad en niet de dader. Ik straal nooit uit: dat kan niet of wat slecht.”

Is uw betrokkenheid anders?

„Ik ben altijd betrokken. Verdriet van anderen doet mij ook heel veel, maar mijn rol is de emoties van iedereen te erkennen en er ruimte aan te geven. Als iemand iets dramatisch zegt en ik een kleine trilling in mijn stem krijg, is dat alleen maar toepasselijk. Ik kan me bij elk verhaal voorstellen: wat moet dat zwaar zijn, wat moet dat verdrietig zijn. Dat invoelingsvermogen had ik als rechter en heb ik nu als stervensbegeleider ook.”

Wanneer kreeg u zelf met de dood te maken?

„Dat was toen mijn oma overleed, ik was dertien. Wat ik nog weet is dat mijn moeder stond te schreeuwen van verdriet door de telefoon.”

Begrijpelijk ...

Ja maar zij was helemaal niet in staat om te handelen. Mijn moeder was alcoholist en had een agressieve dronk over zich. Er was geen sprake van lichamelijk geweld, maar er was wel veel geschreeuw en gesmijt met deuren.

Welke invloed heeft dat op u gehad?

„Ik denk dat mijn rol als rechter was dat ik anderen kon beschermen zoals ik nooit beschermd was en anderen kon straffen voor daden die niet door de beugel kunnen. Het was voor mij helend om anderen grenzen te stellen, straffen waar er gestraft moet worden en om een kind uit huis te plaatsen dat slachtoffer was van huiselijk geweld.”

Heeft het geholpen?

„Het heeft mij gebracht waar ik nu ben. Het werk als rechter speelde een positieve rol in mijn ontwikkeling als mens. Eigenlijk ben ik een kinderbeschermingskindje dat nooit onder toezicht is gesteld, dat als rechter andere kinderen ging beschermen. Ik was het liefst kinderrechter, zodat ik er voor kinderen kon zijn.”

En nu bent u er voor stervenden en rouwenden.

„Dit is echt wie ik ben. Ik kan mijzelf hier beter in uitdrukken. Dat zou ik gemist hebben als ik mijn werk als rechter tot mijn zeventigste was blijven doen.”

Meer informatie hetveerhuis.info