'Hun ideeën waren nog lang niet uitgeput '

Emmo Grofsmid en Karmin Kartowikromo, die afgelopen maandag verongelukten, bestierden sinds de jaren negentig samen de MKgalerie. „Ze vulden elkaar enorm goed aan.”

De uitnodigingskaart voor hun nieuwste tentoonstelling viel op hetzelfde moment in de brievenbus als de e-mail die dinsdagmiddag melding maakte van hun dood: Emmo Grofsmid (1951) en Karmin Kartowikromo (1948), eigenaren van de Rotterdamse MKgalerie, verongelukt op weg naar Berlijn. Ze hadden die uitnodigingen waarschijnlijk zelf die maandagochtend nog even snel gepost, voor ze ’s middags rond twee uur in hun bestelbus stapten om naar Berlijn te rijden, waar ze in 2007 met de opening van hun tweede galerie een nieuw avontuur waren aangegaan. Rond half vier maandagmiddag, in de buurt van Deventer, ging het mis. Een automobilist zag de bestelbus langzaam richting de vangrail van de A1 rijden, over de kop slaan en tot stilstand komen tegen een pijler van een viaduct.

Ze reisden anders nooit samen naar Berlijn, vertelt collega-galeriehouder Cokkie Snoei. Meestal zat Kartowikromo in Rotterdam en bestierde Grofsmid het Berlijnse filiaal. Maar die ochtend waren ze samen met het vliegtuig uit Venetië teruggekeerd, waar ze een bezoek aan de Biënnale hadden gebracht. Vanuit Venetië had Grofsmid nog per e-mail aan Snoei laten weten dat ze de Biennale niet veel soeps vonden, maar dat ze een heerlijke tijd hadden in Venetië.

De twee galeriehouders kenden elkaar al zo’n veertig jaar. Kartowikromo was op jonge leeftijd vanuit Suriname naar Nederland gekomen, omdat hij daar als homoseksueel niet goed kon aarden. Samen begonnen ze met het verzamelen van kunst, die ze toonden in hun ‘huiskamergalerie’ aan de Mathenesserlaan. Begin jaren negentig kochten ze een voormalige discotheek aan de Witte de Withstraat en begonnen de MKgalerie, waar ze werk verkochten van toen nog jonge, maar inmiddels gevestigde fotografen als Frank van der Salm, Gerco de Ruyter en Hans Wilschut.

„Ze vulden elkaar zo enorm goed aan”, zegt Cokkie Snoei. „Karmin was de maagvoeder, die etentjes organiseerde waar iedereen welkom was. Hij was heel gevoelsmatig, terwijl Emmo heel rationeel was.”

De plotse dood van de galeriehouders heeft de kunstwereld in diepe rouw achtergelaten. Grofsmid en Kartowikromo waren bijzonder geliefd, zo blijkt uit de talloze reacties die deze week binnenstroomden op het Rotterdamse kunstblog trendbeheer.com. Ze waren „buitengewoon ondernemend, betrokken, open naar de hele kunstwereld, belangrijk voor de Rotterdamse kunst”, schrijft blogger Jeroen Bosch. „Maar vooral ook aardig, sympathiek: gewoon twee leuke mensen.”

In hun galerie aan de Witte de Withstraat stonden de deuren altijd open voor kunstenaars en kunstliefhebbers. Bewust hadden ze die deuren helemaal van glas laten maken. Hun galerie moest toegankelijk en laagdrempelig zijn. „Ik kwam er zo graag”, zegt kunstenaar Anne Wenzel. „Even een praatje maken. Karmin met al zijn ideeën die nog lang niet uitgeput waren. Emmo met veel advies. En altijd een luisterend oor.”

Hun passie voor kunst was hun belangrijkste drijfveer – dat er met de galerie ook geld verdiend moest worden, was van later zorg. Toen ze in 2007 een nieuwe ruimte in Berlijn openden, gaven ze het project twee jaar de tijd om te zien of het financieel haalbaar zou zijn. Dat vervolgens de kredietcrisis uitbrak, deerde hun niet. Dan maken we van die twee jaar toch gewoon vier jaar, reageerden ze schouderophalend. Het was een reactie die Grofsmid en Kartowikromo typeerde: ze waren altijd opgewekt en boordevol energie.

Onlangs nog had Kartowikromo een nieuw gratis kunsttijdschrift opgericht, What’s Up, waarmee hij aandacht wilde vragen voor een groep jonge Rotterdamse galeriehouders. Op de kunstbeurs Art Amsterdam liep hij die kunstbladen vorige maand nog persoonlijk uit te delen. „Want wij zijn al stokoud en gaan straks dood”, zei hij toen. „Dus het wordt tijd dat de nieuwe generatie de fakkel overneemt.”