Gates ziet NAVO ten onder gaan

In zijn laatste grote toespraak als Amerikaans minister van Defensie heeft Robert Gates vanmorgen grote vraagtekens gezet bij de levensvatbaarheid van de NAVO.

De zes decennia oude alliantie tussen de VS en Europese landen heeft in zijn ogen een „vage, zo niet troosteloze toekomst”.

In zijn rede voor een denktank in Brussel haalde Gates hard uit naar de bureaucratie binnen de Atlantische Verdragsorganisatie, naar de in zijn ogen te beperkte uitgaven voor defensie van veel Europese landen, en naar het matige enthousiasme om deel te nemen aan Navo-acties in Afghanistan.

„Toekomstige Amerikaanse leiders – die niet zoals ik gevormd zijn door de ervaringen van de Koude Oorlog – zouden het resultaat van de Amerikaanse investeringen in de NAVO wel eens te mager kunnen vinden voor de kosten ervan”, zei hij. „De kille realiteit is dat in het Amerikaanse Congres – en in de Amerikaanse politieke gemeenschap in het algemeen – de bereidheid en het geduld zullen verminderen om steeds schaarser wordende middelen uit te trekken voor naties die kennelijk niet bereid zijn om de noodzakelijke middelen toe te wijzen of om de noodzakelijke veranderingen door te voeren om serieuze en capabele partners te worden in hun eigen verdediging”, zei Gates.

De 67-jarige Gates stapt eind juni, na vierenhalf jaar, op als minister van Defensie. Hij was al eerder kritisch over de aarzeling van landen als Duitsland en Nederland om volledig mee te doen met de NAVO-missie in Afghanistan. Maar zijn felle uithaal nu is ongebruikelijk hard en openhartig.

Als voorbeeld voor de problemen binnen de NAVO wees Gates op de acties in Libië. „De machtigste alliantie in de geschiedenis is nog maar elf weken bezig met een operatie tegen een slecht bewapend bewind in een dunbevolkt land, en toch krijgen veel bondgenoten nu al een tekort aan munitie en is het, opnieuw, aan de VS om in te springen.” Hij prees Noorwegen en Denemarken als landen die een onevenredig groot deel van de acties in Libië voor hun rekening nemen, en was ook positief over de Belgische en Canadese bijdrage. (AP)