De zes belangrijkste punten uit het pensioenakkoord

Den Haag : 10 juni 2011 Het pensioenakkoord tussen werknemers, werkgevers en het kabinet is getekend. FNV-voorzitter Jongerius en VNO-NCW-voorzitter Wientjes wachten buiten bij het gebouw van de SER op leden van het kabinet vlak voor de ondertekening. Mensen krijgen de keuze om eerder of later met pensioen te gaan. In 2020 kun je kiezen of je met je 65, 66, 67e met pensioen wil. In 2025 kun je met je 65, 66, 67, 68 of 69e met pensioen. Elk jaar eerder stoppen betekent 6,5 procent minder AOW, elk jaar later 6,5 procent meer. foto © Roel Rozenburg

De sociale partners en het kabinet kwamen vanochtend een pensioenakkoord overeen waarin de huidige pensioen- en AOW leeftijd van 65 jaar in 2020 wettelijk wordt verhoogd naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. FNV-voorzitter Agnes Jongerius sprak van een “goede balans” tussen jong en oud.

De belangrijkste punten, naast de verhoging van de pensioenleeftijd, op een rij:

  • Vanaf 2020 wordt om de vijf jaar bekeken of de pensioenleeftijd verder moet worden verhoogd wegens de stijgende levensverwachting.
  • Om oudere werknemers tot aan hun pensioen in dienst te houden, komt het kabinet met een ‘mobiliteitsbonus’, zei minister Henk Kamp (Sociale Zaken) vanochtend. Zo wordt het aantrekkelijk voor werkgevers om ouderen binnen het bedrijf te behouden.
  • Eerder stoppen met werken blijft mogelijk. Per jaar dat werknemers vóór de pensioenleeftijd stoppen met werken, worden ze de rest van hun leven 6,5 procent gekort op hun AOW. Per jaar dat langer wordt doorgewerkt ontvangen werknemers 6,5 procent extra.
  • Met ingang van 2013 en tot 2028 wordt de AOW jaarlijks extra verhoogd met 0,6 procent. Deze verhoging komt bovenop de aanpassing van de AOW aan de gemiddelde stijging van de cao-lonen.
  • De premie voor de pensioenen blijft in principe stabiel (eenderde voor de werknemer, tweederde voor de werkgever). Pensioenfondsen krijgen van De Nederlandsche Bank een langere periode (maximaal 10 jaar) om tekorten aan te vullen. Financiële nood moet niet meer worden opgevangen met een snelle, ingrijpende verlaging van de pensioenen.
  • Pensioenfondsen mogen zelf kiezen of ze met meer of minder risico willen beleggen, maar moeten hier veel transparanter in worden. De Stichting van de Arbeid adviseert fondsen te kiezen voor rendement op langere termijn.
  • Wat betekent dit voor mijn pensioen?

    Wie aan de hand van het nieuwe pensioenakkoord wil uitrekenen wat er concreet verandert voor zijn oudedagsvoorziening, zal nog niet ver komen. De concrete invulling wordt voor een groot deel bepaald bij de cao-onderhandelingen van het bedrijf of de bedrijfstak. Toch zal er voor iedereen iets veranderen.

    Op het gebied van de AOW:

    Wie in 1955 en later geboren is moet vanaf 2020 doorwerken tot 66 jaar. Eerder stoppen kan, maar dat kost jaarlijks wel 6,5 procent. Doorwerken na 66 jaar wordt beloond met 6,5 procent per jaar. Vanaf 2013 wordt de AOW jaarlijks opgehoogd met 0,6 procent voor gehuwden, ter compensatie van het feit dat er langer gewerkt moet worden voor een volledige opbouw. Nu nog geldt voor iedereen een AOW-regeling vanaf 65 jaar.

    Op het gebied van de aanvullende pensioenen:

    Die volgen de AOW als het gaat om langer werken. Dus tot 66 vanaf 2020 en mogelijk tot 67 vanaf 2025. De huidige ‘harde’ toezegging van de hoogte van het pensioen maakt plaats voor een zachte toezegging. De pensioengerechtigde moet rekening houden met ‘verrassingen’ want het succes van de beleggingsmix van het pensioenfonds wordt bepalend. Die kan meevallen of tegenvallen. De beleggingsmix wordt bepaald door het pensioenfonds zelf in onderhandelingen met de sociale partners. Werknemers worden niet meer gedwongen tot herstelbetalingen. Ook zijn premies niet langer een instrument om de pensioenfondsen op peil te houden. In het nieuwe akkoord blijven de premies stabiel, zowel voor werknemers als voor werkgevers. De afgelopen jaren zijn de premiers regelmatig verhoogd om de dekkingsgraad van de fonds te steunen.