De student zit in het nauw

Wil je het fraudeprobleem oplossen, dan moet prestatie minder onder druk staan.

Studenten zijn soms zo opgejaagd dat ze tekstbureaus hun scriptie laten schrijven.

Een student die te lang over zijn studie doet, is een kostenpost en met kostenposten maken we in tijden van bezuinigingen korte metten. Dus geeft de hbo-docent hem ten onrechte een voldoende of bewandelt hij sluipweggetjes om de student zo snel mogelijk aan een diploma te helpen. Allemaal onder druk van het veelkoppige management. Dat is het idee.

Maar zo zit het helemaal niet. Al sinds 1987 geef ik les in het hbo en als er één ding is waar docenten zich niet druk over maken, is het de portemonnee van het management. De meeste docenten, inclusief ikzelf, liggen niet wakker van begrotingen. We zagen de schaalvergroting wel buitenproportionele vormen aannemen, we werden wel dol van alle nieuwe regels en we zagen legertjes managers en bijbehorende secretaresses het pand binnenkomen en alle ruimte in beslag nemen, maar het onderwijs werd er niet erg anders van. We lazen wel dat we ‘resultaatgericht’ moesten gaan werken (alsof we dat nog niet deden) en dat een goede docent een ‘rendabele docent’ was die veel voldoendes uitdeelde, maar rendabel of niet: we verdienen er geen cent meer om. Dus we deden gewoon ons werk, met steeds grotere groepen in steeds krappere lokalen; dat wel.

Hoe kan het dan dat er op een hogeschool diploma’s zijn uitgedeeld die de student eigenlijk niet verdiend had? Simpel. Dat heeft niets te maken met de druk van het management. Managers begrijpen wel dat ze docenten niet openlijk kunnen vragen om hoge cijfers. Het is de student zelf die de druk legt, want hij wordt op zijn beurt ook weer onder druk gezet. Door de politiek. Studenten moeten leven van een bespottelijk lage basisbeurs: € 266,- als ze op kamers gaan. Daarvan kunnen ze de huur van die kamer lang niet betalen, laat staan de studiekosten, en ze moeten ook nog leven. Slechts weinigen krijgen een aanvullende beurs en zelfs de maximale lening volstaat niet. Dus zijn ze gedwongen een baantje naast hun studie te zoeken. Tegelijkertijd dreigt er een boete van duizenden euro’s als ze niet keurig op tijd afstuderen. Je zegt dat ze moeten opschieten met die studie, maar dwingt ze werk te vinden. Wie niet slim genoeg is, heeft dus een probleem en staat onder hoge druk.

En zo slim zijn er maar weinig. Op iedere opleiding lopen bosjes studenten rond voor wie de studie eigenlijk net te hoog gegrepen is. Ze mazzelen zich nét door de propedeuse-eis heen van minimaal 45 studiepunten (van de 60) en daarna zakken ze in. Aangezien de studiefinanciering maximaal 48 maanden uitbetaalt, moeten ze bij een beetje studievertraging ook steeds meer lenen en zo lopen de schulden al snel hoog op. En zo kent iedere docent het verschijnsel van de student die komt proberen zijn 5.2 omhoog te kletsen tot een 5.5. Zelf heeft de docent geen enkel belang bij het onterecht uitdelen van een voldoende, maar het zal ongetwijfeld voorkomen dat een enkeling een zeldzame keer ‘voor de bijl gaat’. Hij ‘matst’ de student, onder druk van de student zelf. Het zijn waarschijnlijk juist de aardigste en meest betrokken docenten bij wie een dramatisch verhaal of heftig snikken nog wel eens wil helpen.

En zo komt het misschien wel eens voor dat een werkstuk wordt goedgekeurd dat eigenlijk niet boven de 5 uitkwam. Bij InHolland gebeurde dat kennelijk zo vaak, dat het in de gaten liep. En nu roepen de gematste studenten dat ze gedupeerd zijn.

Maar er is ook een categorie studenten die het heel anders aanpakt. Die groep valt niet op. Naast mijn baan heb ik ook een tekstenbureau en sinds een paar jaar krijg ik met enige regelmaat aanvragen van studenten van hbo-opleidingen uit het hele land. Of ik hun eindscriptie wil herschrijven. De eerste keer dacht ik nog dat het om een paar spelfouten en een kromme zin zou gaan, dus liet ik hem opsturen. Maar toen ik zag dat het niveau zodanig bedroevend was, dat het om regelrechte fraude (en een zeer tijdrovende klus) zou gaan als ik ermee aan de slag ging, stuurde ik de scriptie terug. Onlangs vroeg iemand me zelfs of ik zijn hele scriptie voor hem wilde schrijven. Vader had er een flink bedrag voor over.

Niet iedereen weigert zo’n opdracht. Met collega-tekstschrijvers heb ik erover gediscussieerd en zij waren sterk verdeeld: de één vindt dat je de beroepseer schendt als je aan zoiets meewerkt, de ander is van mening dat niet hij fraudeert, maar de student. Het is in die gedachtegang niet aan de tekstschrijver om de achtergrond van een opdracht uit te pluizen; hij krijgt een tekst voorgeschoteld met talrijke fouten en kromme zinnen, en daar doet hij op verzoek wat aan. Dat is zijn werk. Zelf heb ik in het verleden verschillende proefschriften geredigeerd. Jarenlang onderzoek doen wil nog niet zeggen dat je een vlekkeloos verhaal kunt schrijven, dus verbeterde ik de fouten. Maar waar eindigt eenvoudige tekstcorrectie en waar begint herschrijven of zelfs schrijven? En hoe ver mag de hbo-student gaan nu hij zo wordt opgejaagd? Daar denkt elke individuele student anders over. En zo kan het zomaar zijn dat de eindexamenwerkstukken die bij InHolland (of welke andere hogeschool dan ook) wél in orde werden bevonden door de inspectie, het dik betaalde resultaat waren van fraude.

De student zit in het nauw en maakt vreemde sprongen. Dat is niet toevallig pas iets van de laatste jaren, nu de maatregelen zich tegen hem opstapelen. Wil je het probleem oplossen, dan moet de politiek de druk van de studentenketel halen.

Yolan Witterholt werkt sinds 1987 als docent taalbeheersing aan de School voor Journalistiek in Utrecht (en heeft drie studerende kinderen).