De diplomatie van een cynicus

Het buitenlandbeleid van Rutte is achterhaald door het nieuws uit het Midden-Oosten en Libië.

Bovendien kost het ons op den duur geld.

Nederland gaat Libië niet bombarderen, werd deze week bekend. De luchtmacht mag drie maanden lang doelen in kaart brengen en bommen aan andere NAVO-landen leveren, maar voor zelf bombarderen is er geen politieke steun. Het is veelzeggend dat het belangrijkste argument hiervoor economisch is: er is nog slechts 10 miljoen euro voor buitenlandse missies over. Helaas houden de opstandelingen in het Midden-Oosten geen rekening met ons beperkte budget.

Sinds de presentatie van het regeerakkoord maakt het kabinet duidelijk dat het buitenlands beleid allereerst gericht moet zijn op de bevordering van onze economische belangen. Egoïstische economische diplomatie is altijd kortzichtig, maar nog geen jaar na de ondertekening van het regeerakkoord is het buitenlands beleid van het kabinet al door de feiten achterhaald. De ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de oorlog in Libië brengen aan het licht dat deze focus op het eigen economisch belang kortzichtig.

Bevordering van democratie en mensenrechten, met of zonder ‘opgeheven vingertje’, was jarenlang de belangrijkste inspiratie voor het Nederlands buitenlandse beleid. Rosenthal wil zijn beleid schoeien op economische leest en de diplomatie inzetten ter bevordering van de Nederlandse handel.

Een toespraak die de minister op een universiteit gaf, was niet voor niets geheel gewijd aan het thema welvaart. Hij noemde daar welvaart, de Nederlandse welteverstaan, in zijn beleid zelfs even belangrijk als mensenrechten en vrijheid. ‘Economische diplomatie’ was het codewoord voor een nieuwe buitenlandse politiek. Zo stelde hij onder meer dat Nederland na natuurrampen vooral expertise moest aanbieden, omdat hier ‘lucratieve contracten’ uit konden voortvloeien.

In het aangezicht van de honderden die het leven lieten in de opstanden in het Midden-Oosten is de nadruk op handel niet alleen cynisch. Het is vooral niet in ons eigen belang op de lange termijn. De Arabische Lente wordt immers deels gedreven doordat het Westen omwille van diezelfde economische belangen dictators te lang de hand boven het hoofd heeft gehouden. Een stabiel en welvarend Midden-Oosten valt of staat bij een duurzame Westerse betrokkenheid bij democratiebevordering.

Andere Westerse landen begrijpen dit inmiddels en staan juist nu een ideologischer buitenlandse politiek voor, omdat, in de woorden van Obama, de mogelijkheid voor een democratisch Midden-Oosten maar een keer in een generatie voorbijkomt. Maar terwijl andere Westerse leiders hun democratiebevordering steviger verankeren, bezocht Beatrix Oman om Nederlandse fregatten te verkopen. Ook liet Rosenthal de Tweede Kamer onlangs weten geen aanvullende beperkingen voor de Nederlandse wapenexport naar dictators te overwegen.

Voorts wil het kabinet-Rutte investeren in de banden met Israël. Israël is zelfs het enige land dat expliciet in het regeerakkoord wordt genoemd. Ook hier is de regering door de feiten ingehaald, want een ondubbelzinnige pro-Israëlpolitiek is inmiddels in toenemende mate een dissonant in het Westen. Obama sprak onlangs onomwonden zijn steun uit voor een Palestijnse staat volgens de grenzen van 1967. Hamas en Fatah hebben zich inmiddels verzoend en zullen dit najaar samen erkenning van de Palestijnse staat in de Verenigde Naties aanvragen. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben al gesuggereerd de Palestijnen hierin te steunen. Terwijl andere Westerse landen zich dus in toenemende mate distantiëren van Jeruzalems politiek, haalt het kabinet juist de banden aan.

De oorlog in Libië heeft nog een nieuwe ontwikkeling in gang gezet. De slechts bescheiden rol die de Verenigde Staten spelen maakt duidelijk dat de Amerikanen in militaire conflicten minder vanzelfsprekend het voortouw nemen dan voorheen. De Europeanen moeten hun eigen veiligheid garanderen. Onder meer in Groot-Brittannië heeft dit er reeds toe geleid dat de voorgenomen bezuinigingen op defensie alweer ter discussie staan.

Den Haag anticipeert niet op deze nieuwe veiligheidssituatie. In Nederland dient zich dit najaar waarschijnlijk zelfs een nieuwe kaalslag in het leger aan. Dat Nederland dagen nodig had om de laatste twee F-16’s voor de Libië-missie vliegklaar te krijgen moet een waarschuwing zijn. Wil Nederland een betrouwbare NAVO-partner blijven, dan moet hierin juist in deze onzekere veiligheidssituatie een prijs voor worden betaald.

Nog geen jaar na de ondertekening van het regeerakkoord staan de belangrijkste principes van het buitenlands beleid van het kabinet-Rutte dus al onder druk. De nadruk op het economisch belang is kortzichtig en getuigt van een breuk met de principiële buitenlandpolitiek die Nederland jarenlang veel krediet in de wereld heeft opgeleverd. Den Haag staat hierdoor niet alleen op afstand van zijn Westerse partners, maar doet vooral het eigen belang op lange termijn tekort – ook het economische inderdaad.

Pepijn Corduwener studeert aan het Centre for European Studies van het University College London.