Dappere FNV-leider Jongerius

Het kabinet heeft in de negende maand van zijn bestaan eindelijk een akkoord gesloten met vakbeweging en werkgevers dat de onontkoombare kosten van de vergrijzing moet helpen opvangen.

Het akkoord had eerder dan vanmorgen op tafel kunnen liggen als de onderhandelaars aan de kant van de vakcentrale FNV niet in het zicht van overeenstemming verdeeld waren geraakt. Deze verdeeldheid is niet opgelost. De grootste bond in de marktsector, FNV Bondgenoten, geeft een negatief stemadvies in het ledenreferendum.

FNV-voorzitter Jongerius toont leiderschap door het akkoord te tekenen en de uitkomsten voor te leggen aan haar verdeelde achterban. De trends in de samenleving en de economie zijn onafwendbaar en de maatregelen ook. Dit jaar krijgt de eerste ‘lichting’ van de na-oorlogse babyboomers AOW. De hogere uitkeringen, de oplopende levensverwachtingen en stijgende kosten voor de gezondheidszorg kunnen het best worden opgevangen door langer te werken, zoals het akkoord vaststelt.

In 2020 wordt de AOW-leeftijd naar 66 jaar verhoogd, in 2025 naar 67. Stabilisatie van de ruimschoots verdubbelde pensioenpremies van 25 miljard euro, die voor tweederde betaald worden door de werkgevers, is geboden voor de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Het akkoord weerspiegelt de voor Nederland zo herkenbare sociale consensus. Dat heeft onmiskenbaar voordelen: zoals arbeidsrust in het bedrijfsleven en bij de overheid. Het kabinet zelf heeft dringend behoefte aan een succes. Maar de snelheid van de invoering van de maatregelen stelt teleur. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de vergrijzende vakbeweging. Jongerius heeft de belangen van het oudere deel van haar achterban met verve verdedigd. Sinds de geboorte van de babyboomers is de vergrijzing voorspelbaar. Maar nu het zover is, duurt het nog bijna negen jaar voordat werkelijk actie wordt ondernomen.

Op twee terreinen moeten de veranderingen echter nu reeds op gang komen. De eerste is de arbeidsmarkt voor ouderen. Werkgevers zullen actie moeten ondernemen, ook al is dat volgens werkgeversvoorzitter Wientjes „best lastig”. De vergrijzing maakt de arbeidsmarkt krapper. Werkgevers zullen een leeftijdsbestendig personeelsbeleid moeten voeren. Daaraan ontbreekt het nu in talloze ondernemingen nog.

Het tweede actiepunt zijn de pensioenen, een pot met meer dan 800 miljard euro. Hier treedt een fundamentele wijziging op. De huidige en toekomstige pensioengerechtigden gaan expliciet meedelen in de beleggingswinsten en -verliezen van hun pensioenfonds. Maar zij hebben op zijn best een bescheiden kennis van hun eigen pensioen. Dat dwingt de pensioenfondsen tot een open houding en begrijpelijke informatievoorziening, talenten waar de pensioenwereld niet om bekend staat.