Dagboek van 'n radicaal

Dinsdag verscheen de blog van de uit het leven gestapte Jeroen Mettes in boekvorm.

Schrijver Thomas Blondeau over een onverbiddelijk denker en dichter.

Er gebeurde veel unieks afgelopen dinsdag. Een literair feestje – met heel veel letterkundigen in het Haagse Hema-restaurant – waar na afloop alleen maar getoost werd met Jip en Janneke-bubbelsap. Sprekers op een boekpresentatie die geen van allen de schrijver hebben gesproken.

Op die dag werd het nagelaten werk van Jeroen Mettes (1978-2006) gelanceerd. De tweedelig cassette bestaat uit de boeken Weerstandsbeleid en N30+; het ene zijn licht geredigeerde blog Poëzienotities aangevuld met wat essays, het andere een gedichtenbundel. Het poëtische luik wordt voornamelijk in beslag genomen door het meer dan tweehonderd pagina’s lange prozagedicht ‘N30’, vernoemd naar de codenaam voor de andersglobalisten tijdens de protesten in Seattle. Bij leven heeft Mettes het maar een enkeling laten lezen.

De blog is nog geen anderhalf jaar actief bijgehouden. In die korte tijd genereerde die zo veel aandacht dat Vlaamse en Nederlandse kranten in memoria publiceerden toen Mettes uit het leven stapte. De Nederlandse literaire blogosfeer is rijk in verscheidenheid en veelheid, maar vaak ontbreekt de noodzaak om de geschriften te behoeden tegen digitale verzuring. Wat maakte Mettes zo uitzonderlijk?

Alleen al de inzet. De eerste post, geplaatst op 29 juli 2005, leest als een oorlogsverklaring: ‘Het was tijd om uit de marges en in de wind die waait tussen de graven te kruipen, boeken te lezen, misschien zelfs kranten. Waarom? (…) Zonder bullshit: ik heb de hedendaagse Nederlandse poëzie lang genoeg (half-)genegeerd. Werkelijk. Alles wat afschuwelijk is, ik bedoel, hier, of aan dit land, is me altijd voorgekomen als gesublimeerd in deze poëzie.’

Hoe zou hij dit labbekakkige fenomeen aanpakken? Door op alfabetische volgorde de poëziekast van een Haagse boekhandel door te werken, in het Hema-restaurant de bundel te lezen en vervolgens de bundels te bespreken op zijn blog. Zijn schrijven werd gedreven door de vraag of deze of gene gedichtenbundel überhaupt bestaansrecht had. Poëzie achtte hij per definitie nutteloos en net daarom werd het aan de hoogst mogelijk standaard getoetst: verandert dit gedicht iets aan de status quo? Verzet het zich tegen het bestaande? Die standaard valt samen met Mettes’ onenigheid met de wereld. Hij hekelde het kapitalisme en vooral de vanzelfsprekendheid waarmee het onze levens bepaalt. Alleen kunst kan daaraan ontsnappen.

De blog beperkt zich al snel niet alleen tot letterkunde. Politiek, muziek en media worden ook over de hekel gehaald. Dit alles geschreven op een elegante, speelse en erudiete wijze. De notie van het sublieme wordt uitgelegd aan de hand van het Koekiemonster en Mickey Mouse geanalyseerd tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Maar het bleef hem altijd menens. Voor de lezer was het duidelijk: dit was het dagboek van een radicaal.

Zijn gedichten staan in de traditie van de Amerikaanse, postmoderne L=A=N=G=U=A=G=E-stroming waarbij als meest opvallende kenmerken gelden dat het onduidelijk is wie er aan het woord is en waarbij de eenheid van vorm plaats heeft gemaakt voor een veelheid van stemmen en tegen elkaar botsende zinnen. Lezing dwingt dan tot anders denken. Breek de taal open en scheuren in de werkelijkheid kunnen niet uitblijven.

Op het moment van zijn zelfdoding was hij als promovendus verbonden aan de Leidse vakgroep literatuurwetenschap. Ik had jaren daarvoor vakken met hem gevolgd. Als de literatuurlijsten werden uitgedeeld aan het begin van het jaar, had hij alles al gelezen. Of hij vond ze te makkelijk en las de werken waarop ze gebaseerd waren. In de collegezaal viel hij al snel op door iedere discussie te domineren. Opmerkelijk voor iemand die 90 procent van de tijd zweeg. Met zachte maar beslissende stem zei hij soms iets wat al het voorgaande meteen overbodig maakte.

Toen ik in een literair blad mijn eerste gedicht publiceerde, was hij de enige in mijn omgeving die het opgemerkt had. Toen hij me erover sprak, trilden zijn handen; hij beefde over zijn hele lijf. Ook zijn soms lange periodes van afwezigheid waren signalen dat Mettes in oorlog met zichzelf lag.

In 1999 had hij al een zelfmoordpoging ondernomen. Die innerlijke strijd begon zijn virtuele geschriften aan te vreten. Er verschijnen minder stukken, soms alleen wat YouTube-filmpjes. 21 september is een lege post. Het dichtersalfabet is nooit tot de H geraakt.

Het copyright van zijn werk berust bij twee ooms. Ik contacteerde ooit een van hen toen ik wou afstuderen op een onderdeel van Mettes’ onafgemaakte proefschrift over het vormloze poëzie. Bij lezing bleek dat die exercitie het soort kennis vergde dat ik niet in huis had. En er even ongenadig invliegen als Mettes; dat kon ik niet. Of durfde ik niet.

Waarom ontsnappen aan vastgeroeste woorden en denkbeelden moeilijk maar niet onmogelijk is, waarom dat zelfs een plicht is – de schrijver van Weerstandsbeleid had het verrassender en degelijker kunnen uitleggen dan ik. De schrijver van N30+ deed het zelfs voor. De lezer mag nu die inspanning leveren. Correctie: moet. Hoe clichématig dat ook klinkt.

Jeroen Mettes: Weerstandsbeleid / N30+ Nagelaten werk. € 29,90