Crisis in Syrië bereikt Turkije

Syrische vluchtelingen stromen de Turkse grens over. De Turkse regering kan niet langer de andere kant opkijken, maar Assads val zou haar slecht uitkomen.

Ze blijven komen. Ieder kwartier verschijnt weer een witte taxibus op het kronkelpad dat parallel loopt aan de grens tussen Syrië en Turkije. Vrouwen met witte doeken om hun hoofd. Kinderen. Jonge mannen ook. Geregeld steken ook ambulances de grens over bij het Turkse plaatsje Güvecci. Wat er zich ook afspeelt in het hoge noorden van Syrië, blijven is voor veel mensen nu levensbedreigend geworden.

Het bleef maandenlang muisstil aan deze grens. Sinds de uitbraak van demonstraties in de meeste Syrische steden, half maart, was er aan een veilig heenkomen in Turkije kennelijk geen behoefte. De enigen die zich hier meldden, was een handvol Syrische Turkmenen, die hier al decennialang familie hebben wonen en door de onrust een goed excuus hadden om wat langer te blijven.

Maar in de afgelopen 24 uur is dat beeld radicaal veranderd. Duizenden zijn de grens overgekomen en worden opgevangen in een oude tabaksfabriek.

Turkse bewakers houden het geïmproviseerde opvangcentrum hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Journalisten komen niet verder dan het hek. De onverwachte vluchtelingencrisis komt de Turkse regering slecht uit, daags voor de verkiezingen die de partij van premier Recep Tayyip Erdogan voor een derde keer op rij hoopt te gaan winnen onder de vlag van het economische succes van de afgelopen jaren.

Maar de verhalen komen toch wel, zij het van een beperkt aantal van de vluchtelingen. Ali al-Hassan laat zijn mobiele telefoon zien, waarmee hij vorige week vrijdag meedeed aan een demonstratie tegen president Bashar al-Assad „en zijn maffia”, zoals hij het zelf zegt. De eerste minuut is het beeld van een groep van honderden mannen die met spandoeken over een provinciale weg marcheren. Dan, plotseling, het geratel van machinegeweren.

„De lokale politie heeft gewoon het vuur op ons geopend. Vanuit hun gepantserde wagens werden we beschoten. Ik ben vrienden kwijtgeraakt. Honderden zijn gedood. Alle journalisten uit de hele wereld moeten naar Syrië om te zien wat daar gebeurt.”

Maar de grens zit potdicht voor journalisten. Het is onmogelijk om de vertellingen van oppositie en vluchtelingen over de bloedbaden op waarheid te controleren. Maar getuigenissen bevestigen elkaar als het gaat over het lot van de stad Jisr al-Shughour, de stad die twaalf kilometer ten zuiden ligt van deze grenspost. De stad is nu een spookstad. De straten zijn leeg, de huizen verlaten, nadat het Syrische leger er met groot materieel naar toe trok.

Volgens de Syrische regering is die operatie een reactie op de „lafhartige” moord op 120 agenten. Extremistische groepen zouden die massaslachting op hun geweten hebben. Maar Ali al-Hassan heeft een ander verhaal. Hij spelt zijn naam, met trots. Iedereen mag het weten. „Ik ben niet bang. Iedereen sterft nu in Syrië. Het minste wat je kunt doen is spreken voor je dood.”

Volgens hem braken er gevechten uit tussen de gewapende agenten van de geheime dienst en soldaten die weigerden het vuur te openen op een massademonstratie tegen de president. De troepen die jarenlang trouw waren aan het regime, willen volgens hem niet meer meedoen aan de slachtpartij.

De woede in Syrië tegen Assads regime is in de afgelopen weken aangewakkerd door de gruwelijke beelden die vrij kwamen van het dode lichaam van een 13-jarig jongetje, Hamza al-Khateeb, dat door de geheime dienst een maand nadat hij was gearresteerd werd afgeleverd bij zijn ouders. Zijn lichaam was gruwelijk verminkt, verband, geëlektrocuteerd, blauw geslagen, zijn nek gebroken. Die verhalen maken zelfs de sunnitische middenklasse die Bassad zolang volmondig heeft gesteund onrustig. De Syrische oppositie beschuldigt het regime; de autoriteiten ontkennen.

De Turkse regering reageert voorzichtig op al die berichten. „De tolerantie ten opzichte van burgers zou naar een hoger niveau getild moeten worden”, zei premier Erdogan toen de vluchtelingenstroom aan de zuidgrens van zijn land begon aan te zwellen. Deze regering is trots op zijn warme relatie met Bashar al-Assad, na de decennialange ijstijd tussen beide landen. De visumplicht is afgeschaft. Er wordt druk gehandeld. De val van Assad komt de Turken slecht uit. Maar de steun is niet onverwoestbaar. „We zijn de regering van Erdogan dankbaar dat hij ons toe heeft gelaten”, zegt een oudere man die zich uitgeeft voor Ibrahim. Hij heeft uren gelopen om Turks grondgebied te bereiken.

De Turken laten niet alleen vluchtelingen toe. Vorige week mochten tientallen Syrische oppositiegroeperingen bijeenkomen in een conferentiecentrum in Antalya om de val van Assad te organiseren. Koerden, Moslimbroeders, christenen, Facebook-jongeren. Subtiel zond de Turkse regering het signaal naar Damascus dat het bloedbad aan de andere kant van de grens niet zonder gevolgen kan blijven.

In het Turkse grensplaatsje Güvecci maken de bewoners zich op voor opnieuw een onrustige dag. Het vrijdaggebed zal nieuwe demonstraties uitlokken in heel Syrië, zoals het al weken gaat. „Vorige vrijdag reed hier de ene na de andere ambulance”, zegt een Turkse huisvrouw, wier dak wordt bezet door een bataljon journalisten. Ze heeft veel familie in Syrië, die via het Turkse telefoonnetwerk contact kan houden met de andere kant van de grens. Ze sturen berichten, foto’s en filmpjes. „De mannen gaan naar de oorlog, de vrouwen blijven thuis.” Er worden duizenden nieuwe vluchtelingen verwacht vandaag. De onrust in Syrië heeft eindelijk Turkije bereikt, en gaat voorlopig niet meer weg.