Boete voor Microsoft wegens patentbreuk

Microsoft moet een vergoeding betalen van 290 miljoen dollar (200 miljoen euro) aan het Canadese softwarebedrijfje i4i wegens het schenden van een patent. Microsoft zou het patent gebruikt hebben in het populaire tekstverwerkingsprogramma Word.

Dat heeft het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten gisteren unaniem bepaald. Een rechter onthield zich van stemming omdat hij aandelen Microsoft bezit. Microsoft was in beroep gegaan tegen een eerdere uitspraak van lagere rechters. Die hadden al eerder de boete van 290 miljoen dollar opgelegd en hadden geëist dat de omstreden versie van Word niet meer verkocht mocht worden. Microsoft vond dat de vergoeding geschrapt moest worden omdat de rechters fouten zouden hebben gemaakt bij het instrueren van de jury.

Microsoft vindt dat het niet juist is dat een patenthouder slechts aannemelijk hoeft te maken dat een andere partij zijn patent schendt. Om een patent voor de rechter ongeldig te laten verklaren, moet namelijk een veel zwaardere, ‘duidelijke en overtuigende’ bewijslast worden aangeleverd. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de bestaande formulering over de bewijslast de enige juiste is.

Het in Toronto gevestigde i4i sleepte Microsoft al in 2007 voor de rechter wegens de patentbreuk in Word. Het patent heeft betrekking op een technologie die het voor gebruikers makkelijker maakt XML aan te passen. XML is een computercode die aan programma’s vertelt hoe het de inhoud van documenten moet interpreteren en weergeven. Microsoft heeft voor de Word 2003 en Word 2007 het patent van i4i gebruikt. De latere versie van Word maken geen gebruik meer van het patent.

Rechter Sonia Sotomayor, die de uitspraak schreef, zegt dat rechtbanken de afgelopen dertig jaar altijd een eenduidige interpretatie van patentbreuk hebben aangehouden.

Microsoft heeft teleurgesteld gereageerd op de uitspraak en hoopt dat de wet alsnog zal worden aangepast. Het bedrijf lobbiet daar al jaren voor. Bij i4i werd de uitspraak met gejuich ontvangen. (AP)