Zwartreizen

Zondag reed ik zwart op lijn 3. De tram kwam pas na twintig minuten aan, stapvoets — ‘sorry, geen dienst’ . Erachter reed een collega-tramstel zonder defect, dat zat vanzelfsprekend verstikkend vol.

Ik bereidde me voor op wat ik tegen de conducteur zou zeggen. Dat ik niet betaalde voor ondermaatse service. Dat het openbaar vervoer steeds meer op veetransport ging lijken. Dat hij op moest passen. Dat hij zich bepaald niet geliefder bij de clientèle maakte als hij woensdag ging staken met z’n luie reet. Dat hij me even uit moest laten praten. Dat volgens de laatste berekeningen van claimer.nl de ov-sector maar liefst honderd miljoen euro verdient aan mensen die vergeten uit te checken. Dat je met dit bedrag een heel Nationaal Historisch Museum kon huisvesten, of, verstandiger, de halve cultuursector redde.

De controleur kwam niet. Die lui houden zich altijd gedeisd wanneer de transportwagons veranderen in frustratiereservoirs.

Van Den Haag naar Leiden reed ik opnieuw zwart, en opnieuw uit volle overtuiging. Heel Den Haag CS blijkt met drilboren tegen de vlakte te gaan. Voor de drie opengebleven kaartjesautomaten stonden, zelfs op zondagmiddag, krankzinnige rijen. Daar betaal ik dus niet voor.

Afgelopen jaar verdienden de tien grootste gemeenten gezamenlijk 116 miljoen euro aan parkeergeld. In mijn straat, ver buiten het centrum, geldt betaald parkeren van 18 tot 24 uur, als alle bewoners gegarandeerd thuis zijn kortom, wat afdoende illustreert dat de heffing geen ander doel heeft dan het spekken van de gemeentekas.

Als ik na negenen wil parkeren is er geen enkele vrije plek meer. Allemaal gevuld, met vergunningshouders als ikzelf. Parkeer ik m’n oude Citroën dan in godsnaam maar op een hoek, ietsjes over de witte streep, dan komt er prompt een bon van 70 euro onder m’n ruitenwisser.

Al dat geld komt kennelijk allerminst ten goede aan de mobiliteit in de stad. Je hoeft maar even rond te reizen om te ontdekken dat de verantwoordelijke ambtenaren verpletterend incapabel en/of corrupt zijn.

Maar ook in de trein kwam er geen conducteur om dat tegen te zeggen.

Christiaan Weijts