'Zonder troost is er al snel paniek'

‘We zijn als kinderen, we proberen maar wat. ’ Aldus de Zwitsers-Britse filosoof Alain de Botton. In zijn nieuwe boek komt hij met een reeks aan religie ontleende leefregels en rituelen voor onze seculiere samenleving.

‘Wie denk je dat het eerst op me gaan schieten” vraagt Alain de Botton (41) met een zenuwachtig lachje; „de gelovigen of de libertairen?” Zijn nieuwe boek Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids is in Engeland nog niet verschenen, en in Nederland pas net, dus veel commentaar erop heeft de filosoof en essayist nog niet gehad. Maar wie het gelezen heeft, weet dat het wel mee zal vallen. Religie voor atheïsten is typisch De Botton: origineel, maar alleen provocatief als het niet zo wellevend zou zijn. De Botton, geboren en gedeeltelijk getogen in Zwitserland, heeft alle begrip voor hedendaagse zielenood. Hij schreef over liefde, reizen, arbeid en status en toonde zich steeds vol compassie met de moderne mens die blind als een mol door het leven spartelt. Aan cynisme of harde oordelen doet hij niet, hij is er niet in geïnteresseerd, misschien niet eens toe in staat. „Bij nihilistische kunst of inktzwarte romans denk ik steeds, ja, ik begrijp de afgrond die me hier getoond wordt, maar wat nu? Wat gaan we eraan doen? Ik ben geïnteresseerd in emotionele gezondheid. Daarmee kun je mijn werk, denk ik, goed samenvatten.”

Religie voor atheïsten is De Bottons elfde boek. Ambitieuzer, zegt hij zelf, omdat het minder draait om het individu, en meer om de maatschappij als geheel. De strekking: wij hebben het kind met het wijwater weggegooid. Met ons geloof in God hebben we ook alle rituelen en gebruiken van de kerk weggegooid, die houvast en zelfs verrijking aan ons leven gaven. De samenleving kan er baat bij hebben, kerkelijke gebruiken los van hun religieuze context opnieuw uit te vinden. Waarom de eucharistieviering dus niet getransformeerd tot een rituele maaltijd met vreemden, desnoods compleet met samenzang? Waarom geen digitale klaagmuren op onze pleinen waarop we de boodschappen van anderen die net zo lijden als wijzelf kunnen lezen, in plaats van billboards met advertenties voor een nieuw drankje? Waarom hebben we, bij het overaanbod aan banaliteit op televisie, en nu we bidprentjes hebben afgedankt, niet allemaal één transcendentie-kanaal op tv waarop de sterrenhemel te zien is, zodat we in het zicht van de kosmos onze opgeblazen ego’s kunnen terugbrengen tot werkzame proporties?

‘Religie voor atheïsten’ is duidelijk bedoeld als een behandeling, een therapie. Maar welke diagnose stelt u dan precies?

„Het westerse seculiere leven kent veel welvaart, maar ook grote sociale problemen. Als individuen zijn we succesvol, we

Vervolg op pagina 2

‘Niet alles kun je zomaar oplossen’

lijken alles te weten. We conformeren ons aan het maatschappelijke model: de rationele volwassene die geïnformeerde keuzes maakt. Maar kunnen we dat ook echt? Hebben we niet veel meer hulp en leidraad nodig? Zouden we niet, als we te veel eten of ons te buiten gaan aan alcohol of drugs, iemand willen hebben die zegt: doe maar liever niet? Zouden we het niet makkelijker willen vinden de tv uit te zetten, als we weer een avond dreigen te vergooien? Het moderne dogma is dat niemand, zeker de regering niet, het recht heeft om in onze levens in te grijpen. Maar maakt dat ons gelukkiger? We komen erachter dat we niet vrijer worden van het constant bevredigen van onze verlangens, en van die totale keuzevrijheid. Integendeel, dat alles zadelt ons ook op met een grote last. Doordat we religie afwijzen, zijn zaken als zelfbeheersing en terughoudendheid onze eigen verantwoordelijkheid geworden. Maar waar moet je die dingen dan leren en van wie? Precies op dat terrein kunnen religieuze gebruiken heel nuttig zijn.”

Maar het beeld van religie dat u schetst is veel te rooskleurig. Een archetype in de Nederlandse literatuur is het personage dat zich probeert te bevrijden van de schuld, de angst, de schaamte en de hypocrisie die voortkomen uit een levenslange geloofsindoctrinatie.

„Ja maar is dat niet gekoppeld aan de schrijvers van één generatie? Dat denk ik namelijk. Hier in Groot-Brittannië zijn de felste antireligieuzen, mensen als Christopher Hitchens en Richard Dawkins, in de zestig. Ze hebben in hun jeugd geleden onder de angst voor de hel, ze zijn getraumatiseerd. Voor hen kan godsdienst niets anders zijn dan een vorm van zwakzinnigheid, maar hun verzet is daardoor minstens even dogmatisch als het geloof zelf was. Voor mensen van mijn generatie of jonger ligt dat heel anders. Ik heb een areligieuze opvoeding gehad. Als atheïst schuif ik de absurde ideeën over een hogere instantie terzijde, maar ze maken me niet kwaad. Daardoor kan ik nuchter naar de voor- en nadelen van religie kijken. Welke ideeën eraan zijn werkbaar en zouden we moeten behouden? Ik heb geen evenwichtig beeld van religie willen schetsen. Ik had dit boek nooit kunnen of willen schrijven als ik een vrouw in Saoedi-Arabië was geweest. Maar zoals ik schrijf: sommige aspecten van religies zijn te doeltreffend om alleen aan gelovigen over te laten.”

Toch lijkt het mij onwaarschijnlijk dat de goed ontwikkelde ego’s van ontkerkelijkte individuen gevoelig zullen zijn voor uw voorstellen.

„Laten we niet de fout maken om de agressieve burger, met zijn houding: ‘en wie ben jij dan wel dat je me gaat vertellen hoe ik leven moet’, als maatgevend te beschouwen. Want dat is hij niet. Er zijn niet veel mensen die je een klap geven als je zegt: wat dacht je van deze suggestie. Het neoliberalisme is als een ontketende teenager, en de roep om die een beetje in te tomen deel ik met zeer velen. De opvatting dat ouders weer moeten gaan opvoeden is bijvoorbeeld wijdverbreid. In zekere zin is dat ook altijd de functie van de kerk geweest: een plaatsvervangende ouder, bij wie je kon uithuilen en opnieuw kon beginnen, maar die je ook tot de orde riep.”

Opnieuw speelt troost een grote rol in een boek van u. Wat boeit u er zo aan?

„ De evocaties van troost in de religieuze muziek en in religieuze kunst ontroeren me erg. Troost heeft niet de pretentie een probleem te laten verdwijnen. Daarom is het zo belangrijk. Bij de meeste vormen van hulp gaat het om het zoeken naar antwoorden, of erger, oplossingen. Het is mijn overtuiging dat er voor de meeste problemen in het leven geen oplossingen bestaan. Maar er is wel troost, die zorgt dat je het allemaal iets beter aankunt. Een van de illusies van het neoliberalisme is die van het rationele individu dat moeiteloos de juiste keuzes maakt. Maar dat doen we niet. We falen juist voortdurend. Het is heel moeilijk om aan alle verleidingen weerstand te bieden, of om een goede relatie te onderhouden. Ik verzet me sterk tegen het machismo in de samenleving, dat zegt dat we het allemaal wel alleen afkunnen. We zijn als kinderen, we proberen maar wat. Het geloof benadrukt dat, en ook dat falen niet erg is, omdat je niet de enige bent. De moderne samenleving laat ons in dat opzicht behoorlijk in de steek.”

Hoe werd u zelf vroeger getroost?

„Door mijn moeder en mijn zusje. Door mijn teddybeer en mijn vertrouwde omgeving, mijn kamer. Als je ouder bent en zelf kinderen hebt, realiseer je je weer hoeveel dat soort tederheid en vertrouwen betekent. Zonder troost is er al snel paniek.”

Het ingrijpendst in Religie voor atheïsten zijn de hoofdstukken over onderwijs en kunst, die beide volgens De Botton veel meer in dienst van onze geestelijke gezondheid zouden moeten staan. Voortvarend richt hij de Tate Modern maar vast opnieuw in, met verdiepingen voor Liefde, Angst en Mededogen, en spoort aan tot het bouwen van faculteiten voor Relaties. Volgens hem is het verbinden van kunst aan onze zielenood ook dé manier om kunst tegen de kunsthaters te beschermen, die kunst als irrelevant beschouwen omdat ze zich buitengesloten voelen.

„We leven nog onder het educatieve model van de 19de eeuw. We hechten aan accumulatie van feitenkennis in de veronderstelling dat wie meer weet, meer greep heeft op alles. Eigenlijk is dat heel armetierig. We kunnen zoveel meer doen! Laten we ons op wijsheid richten in plaats van op kennis alleen. Je kan suggesties doen, kijkrichtingen bieden door kunstwerken thematisch te rangschikken, meer uitleggen, meer vragen stellen. Help de mensen als ze een museum bezoeken. Leer ze op de universiteit wijsheid als het gaat om relaties en verlies, niet enkel landbouwtechnieken of ICT.”

Is het naïviteit of moed de hele samenleving in dienst te willen stellen van onze geestelijke gezondheid? De kille, cynische buitenwereld van 'Broken Britain' lijkt op De Botton weinig vat te hebben. De tapijten in zijn werkappartement in de Londense wijk Belsize Park zijn dik, de kleuren beschaafd, de boekenkasten vol. In zijn boek laat hij schijnbaar vrijblijvend een tros ideeënballonnetjes op, en erkent hij dat ‘het meteen vergeten boek van één filosoof er niet toe doet’. Maar hij meent het wel. In 2008 startte hij de School of Life, waar met behulp van kunst en literatuur lessen in levenskunst worden gegeven; dit boek kunnen we zien als het handvest daarbij.

Moet alles gericht worden op onze zielepijn? Is dat niet juist een teken van hedendaags narcisme?

„In zijn extreme vorm natuurlijk wel. En zo zijn er nog tal van andere bezwaren. Libertairen zullen het promoten van een bepaalde levenswijze zien als de eerste stap naar het fascisme, of bijna nog erger, de Sovjet Unie! Dat zijn de glijdende-schaalargumenten die een karikatuur maken van de interventies die ik voorstel.”

Maar juist geïnstitutionaliseerd idealisme, over de multiculturele samenleving, heeft in Nederland tot een terugslag geleid. Het humanisme is in diskrediet geraakt doordat het problemen in de samenleving niet wilde zien.

„Dat is even jammer als logisch. Eerst het multiculturalisme bejubelen, en iedereen die het afwijst als racist bestempelen. En dan de giftige reactie: volstrekte integratie eisen en een ieder die probeert te schipperen betichten van verraad. Beide posities lijken mij even neurotisch. Het zou denk ik al een begin zijn, als politici zouden erkennen, telkens weer, dat samenleven met andere culturen heel erg moeilijk is en veel van ons vergt. Denk aan een huwelijk: het is al verschrikkelijk moeilijk met je eigen partner in een huis te wonen. Erken dat om te beginnen eens. Troost en begrip kunnen wonderen doen.”

Alain de Botton: Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids. Vert. Jelle Noorman. Atlas,318 blz. €23