Zij wel steun en wij niet: oneerlijk

De supporters van RBC zijn ontgoocheld. Waarom krijgen de Brabantse voetbalburen NAC, PSV, Den Bosch wel geld van de gemeente en de club uit Roosendaal niet. Veel inwoners tonen wel begrip.

Voor de ingang van het Mariflex-stadion in Roosendaal liggen bloemen, branden rouwkaarsen. Op een briefje staat ‘We missen je nu al’. Ondertekend: trouwe fans.

Het is tien uur, woensdagavond. Vandaag werd bekend dat RBC Roosendaal failliet is. Weg proflicentie. De club die op 6 mei in de laatste competitiewedstrijd tegen FC Dordrecht ontsnapte aan degradatie uit de eerste divisie, speelt volgend jaar helemaal niet meer.

Op de parkeerplaats bij het stadion staat alleen de zwarte auto van directeur Jeffrey Kooistra. „Die zal de papieren wel in orde aan het maken zijn”, zegt de beveiliger. „Morgen komen de curator, het UWV.”

Supporters verwerken hun verdriet in de binnenstad, bij stamcafé Time Out. Pieter Bruins Slot (30) is een van de dertien mannen op het terras. Hij rookt shag en drinkt bier uit een flesje Jupiler – hoofdsponsor van de eerste divisie. „Deze weken waren emotioneel”, zegt hij. „We leefden tussen hoop en vrees.”

Om hem heen geknik. Sommigen met een wit-oranje plastic RBC-bandje om de pols, anderen in RBC-shirt. Mensen snappen niet wat de club voor hen betekent. Elke twee weken zien ze elkaar op vrijdag. Voetbaltoernooitjes, weekendjes weg. Laatst overleed een supporter, waren ze bij de crematie om zijn ouders te steunen. Eén RBC-familie.

Vorige week viel het doek al, zeggen de mannen. Toen de gemeenteraad besloot niet garant te willen staan voor een miljoen euro. Ze schudden hun hoofd. Clubs als NAC, PSV, Den Bosch krijgen geld van de gemeente. Niet eerlijk, vinden ze.

De dag na die raadsvergadering reed een vrachtwagen het parkeerterrein van het Mariflex-stadion op. Een schuldeiser kwam de kunstgrasmat halen. Essent en KPN zeiden te stoppen met levering van de elektriciteit en telefoonverbindingen.

Ternauwernood wisten directeur Jeffrey Kooijstra en advocaat Hans van Ooijen te voorkomen dat de club direct werd uitgekleed. Ze vroegen uitstel van betaling aan. Sponsors zouden nog één avond samenkomen in een laatste poging de club te redden. Daar wilden ze op wachten.

„Jeffrey is een goeie vent”, zegt Nigel Sletering (22) op het terras van café Time Out. Aan hem heeft het niet gelegen. „Ik heb hem net een sms gestuurd. Kijk.” Hij laat zijn telefoon zien. Er staat: „Ik wil je namens alle supporters bedanken voor je geweldige inzet voor de club dit seizoen. Respect Jeffrey en bedankt.”

De problemen ontstonden toen RBC na vijf jaar eredivisie in 2007 degradeerde naar de eerste divisie, zeggen de fans. Toen is de club te lang doorgegaan met het doorbetalen van salarissen op eredivisieniveau.

In bijna alle kroegen is het faillissement deze avond het belangrijkste gespreksonderwerp. Het verdriet wordt niet breed gedeeld. Veel inwoners snappen dat de gemeente niet garant wilde staan nu de stad twaalf miljoen moet bezuinigen. Voetbalclubs maken er een potje van”, zegt Jan Meesters (54) na een repetitie met zijn carnavalsband in het Wapen van Roosendaal. Hij is wel eens wezen kijken. „Aandoenlijk om te zien.”

De supporters op het terras van de Time Out weten het. Roosendaal is geen voetbalstad, zoals Breda. De vaste kern bestaat uit 1.000 man. Gemiddeld zitten er 2.500 toeschouwers in het stadion. Bij topwedstrijden 5.000. Bruins Slot: „Maar toen we promoveerden stond de hele markt vol. Inclusief de mensen uit de gemeenteraad. Schrijf dat maar op.”

Zes dagen heeft de clubstichting nu, om te regelen dat RBC als amateurclub een doorstart kan maken in de hoofdklasse. Dat zal niet meevallen. Want voor zo’n doorstart is geld nodig en een accommodatie. Toch hebben de supporters er hun hoop op gevestigd. Dan blijven ze gaan. Jeffrey Tan (19): „We zingen het in ons clublied: supporters zijn we heel ons leven.”