Winst van de staat op ABN Amro? Droom door

Kan ABN Amro door de overheid zonder verlies worden verkocht? Die vraag speelde gisteren in de Tweede Kamer, waar een eventuele beursgang van de bank in de toekomst werd overlegd met minister De Jager van Financiën. De minister zei daar dat „niet met zekerheid kan worden gezegd dat alles terugkomt’’. Wel zou er alles aan worden gedaan om de schade zo beperkt mogelijk te houden.

Hmm. Laten we eerst kijken naar de uitgaven. In de dikste mist van de financiële crisis nationaliseerde de staat in de herfst van 2008 terecht de bank, die voor een deel in handen was gekomen van Fortis – in wat overigens met lengte de domste, slechtst overdachte, meest overmoedige en wankelst gefinancierde vijandige overname ooit in Nederland genoemd kan worden. Het Nederlandse deel van Fortis werd met ABN Amro mee genationaliseerd. De staat gaf er destijds 16,8 miljard euro voor uit. Verdere transacties en kapitaalinjecties hebben de teller sindsdien naar 27,971 miljard euro gestuwd, zoals is terug te lezen in de Voorjaarsnota van vorige week. Er zijn hogere berekeningen, maar laten we het hier even op houden.

Wat staat hier tegenover? Gisteren circuleerde een bedrag van tussen de 12 en 13 miljard als waardebepaling voor ABN Amro. De werkelijkheid is waarschijnlijk nog erger. Continentaal-Europese banken worden op dit moment verhandeld op de beurs tegen een gemiddelde koers-winstverhouding van 8,3, op basis van de verwachte winst over 2011. Vorig jaar was de ‘onderliggende winst’ 1.077 miljoen euro. Topman Zalm heeft inmiddels gezegd voor heel 2011 een winststijging te verwachten. Stel nu dat het formidabel gaat, en de bank weet de winst met dertig procent op te voeren. Dan komt het cijfer voor heel 2011 op 1.400 miljoen euro. Tegen de heersende koers-winstverhouding is ABN Amro dan iets meer dan 11,6 miljard euro waard.

Ter controle nemen we een andere benadering. Continentaal-Europese banken worden op dit moment op de beurzen verhandeld voor gemiddeld 0,9 maal de boekwaarde. De boekwaarde van ABN Amro was aan het eind van het eerste kwartaal van dit jaar 12.843 miljoen euro. Maal de price to book van 0,9 geeft dat eveneens 11,6 miljard euro.

Die 11,6 miljard is dus een redelijk reële schatting voor nu. Dat geeft nogal een gat ten opzichte van de bijna 28 miljard die er in is verdwenen. Dat geldt zelfs voor de staatsbalans, waar het bezit van ABN Amro per eind 2009 voor in totaal 13,48 miljard geboekt staat. Dat de staat een klein belang wil houden, kan de prijs misschien extra drukken, hoewel dat minder wetmatig is dan vaak gedacht.

Nu is het verrekenen van de waarde van ABN Amro ten opzichte van de gemaakte kosten erg lastig, mede door de verzekeractiviteiten. Een daadwerkelijke verliespost voor de staat, en dus voor de samenleving, loopt in de vele miljarden, maar is nog niet eenduidig vast te stellen. Maar wat wel als een paal boven water staat is dat ABN Amro op dit moment zelfs minder waard is dan de meest conservatieve schatting tot nu toe.

Of dat in de toekomst beter wordt? Van topman Zalm mag worden verwacht dat hij de toekomstige winstgevendheid nog flink opschroeft. Maar de wereld is wel veranderd. Banken moeten meer kapitaal opzij zetten om een volgende crisis te voorkomen, en die eisen lijken voorlopig alleen maar strenger te worden. Dat betekent dat banken structureel minder winstgevend worden, en dus structureel minder waard zijn dan vóór de crisis. Dat de overheid er ooit nog positief uit zal springen is niet alleen ‘onzeker’. Het is ondenkbaar.

Maarten Schinkel