'We mogen mensrechten niet politiseren'

Sommige Britse politici suggereren om het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens op te zeggen. Maar dat zou schadelijk zijn voor de Europese mensenrechten, stelt Thorbjørn Jagland.

Hoeveel rechten moet een gevangene hebben? Een Britse inbreker uit Nottingham werd vorige week vrijgelaten zodat hij voor zijn vijf moederloze kinderen kon zorgen. Twee dagen later kreeg een andere gevangene het recht om via IVF een kind te verwekken. Beiden kregen die rechten na de Britse interpretatie van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het „recht op respect voor privé-, familie- en gezinsleven” garandeert.

Tot woede van sommige Britten. „Waar het bij een gevangenisstraf om gaat is dat je vrijheden worden afgenomen”, zei het Conservatieve parlementslid Philip Davies. „Het publiek heeft er schoon genoeg van dat de mensenrechten van criminelen meer betekenen dan de rechten van fatsoenlijke, zich aan de wet houdende mensen, slachtoffers en belastingbetalers.” En Daniel Hannan, eurosceptisch Europarlementariër, schreef op zijn blog: ,,Hoe lang nog voor we het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens opzeggen?”

Zo gek is die vraag niet meer in het Verenigd Koninkrijk, ook al waren de Britten in 1949 medeoprichters van de Raad van Europa en waren zij degenen die het Verdrag opstelden. Maar het afgelopen half jaar waren er een aantal hevige discussies over de Britse invulling van artikel 8 en bovendien was er een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, die de Britten dwingt gevangenen stemrecht te geven. Het leidde ertoe dat zelfs premier Cameron zich hardop afvroeg of de Human Rights Act, die is gebaseerd op het Europees Verdrag, niet beter kon worden vervangen door een eigen Britse wet.

Ook elders in Europa wordt gediscussieerd over de rol van Straatsburg, bijvoorbeeld in Nederland. Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) zei vorige maand dat het Hof zich te veel bezighield met zaken „die slechts op perifere wijze verband houden met mensenrechten”. Daar kwam maar „jurisprudentiële inflatie” van en dan zou het draagvlak voor het Hof afnemen.

Het debat is „interessant”, zegt Thorbjørn Jagland, secretaris-generaal van de Raad van Europa, waarvoor het Hof belangrijkste instrument is. Maar alleen ‘zolang dat het bestaansrecht van het Hof niet aantast’. Want de oud-premier van Noorwegen en voorzitter van het Nobel-comité, die deze week in Londen was, maakt zich wel degelijk zorgen. „Als één land het Verdrag opzegt en het Hof verlaat, is dat een negatieve ontwikkeling. Ik denk dat andere landen zullen volgen, en dat is schadelijk voor diegenen die vechten voor de rechten van de mens. Het Hof is hun beschermer.”

Volgens Jagland is het schadelijk als landen weigeren uitspraken te volgen. „Als het Hof niet wordt gerespecteerd, dan wordt Europa een soort Verenigde Naties”, zegt hij, „met een prachtige Verklaring van de Rechten van de Mens, maar geen instrument om die te implementeren.” Daarom mag het Hof mag „niet worden gepolitiseerd”, vindt Jagland. „Als bijvoorbeeld Nederland zegt: ‘deze uitspraak vinden we niet leuk dus we volgen dit niet’, kan Rusland dat ook, of Azerbadzjan. Het hele systeem is zo gecreëerd dat de basisrechten in heel Europa hetzelfde zijn.”

Dus krijgen Britse gevangenen dezelfde rechten als de meeste Europese gevangenen, wier stemrecht pas na een gerechtelijke uitspraak kan worden ontnomen. „Het is een basisrecht in de meeste landen”, zegt Jagland. Over de Britse invulling van artikel 8 wil hij niets zeggen: „Dat is hun interpretatie van het Verdrag.”

De discussies zullen het Britse voorzitterschap van de Raad van Europa, vanaf november, wel interessant maken, denkt de secretaris-generaal. Volgens hem staat het Hof aan de vooravond van een grootse en noodzakelijke hervorming, die tijdens dat voorzitterschap moet worden vormgegeven. Straatsburg wordt „overladen” met aanvragen en moet efficiënter en effectiever werken. „Aan 150.000 zaken komen ze niet toe.”

Bovendien zal een historisch „zwart gat” worden gedicht als de Europese Unie lid wordt van de Raad van Europa. De onderhandelingen zijn bijna afgerond. Het betekent dat burgers ook in beroep kunnen gaan tegen Europese wetten die ingaan tegen de rechten van de mens.

Kan dat wel onder een kritisch Brits voorzitterschap worden vormgegeven? Jagland wijst erop dat Winston Churchill een van de oprichters was van de Raad van Europa. De oprichtingsakte uit 1949 heet niet voor niets het Verdrag van Londen.