We drukken graag alles in cijfers uit

De menselijke behoefte alles in cijfers uit te drukken is de laatste twintig, vijfentwintig jaar groter en groter geworden. We proberen ook kwalitatieve onderwerpen in getallen te vangen: wat is de kwaliteit van ons onderwijs, hoe gelukkig zijn we?

Die drang om de samenleving te economiseren is begonnen sinds de economie een grotere plaats inneemt in de maatschappij. Sinds begin jaren tachtig is de Nederlandse politiek een meer monetair beleid gaan voeren: markt en bedrijfsleven werden belangrijker, mede door financiële schaarste en globalisering. De internationale concurrentiepositie van Nederland deed er ineens toe. Ook in de publieke sfeer kwamen ineens bedrijfstermen als return on investment, profit-orientated, evidence-based policy en rendement op. Cijfers en bedragen werden van groter belang, en de enorme technologische ontwikkelingen maakten grootschaliger onderzoek mogelijk.

Tegelijk liggen er sociaal-culturele en psychologische oorzaken ten grondslag aan de behoefte aan getallen en bedragen. Door de individualisering en ontzuiling in Nederland zijn mensen mondiger geworden; ze eisen meer verantwoording en transparantie van de overheid. Overheden moeten zien te bewijzen dat hun beleid het juiste is.

Maar Nederlanders zijn door die individualisering ook hun grip op de samenleving verloren. Cijfers geven houvast als er geen gezamenlijk, ideologisch beeld van de werkelijkheid meer bestaat. Onderzoeksresultaten bieden vaak een vorm van schijnzekerheid door hun onbetrouwbaarheid, en ook dat is een vorm van zekerheid. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de berekening van de kosten en opbrengsten van immigratie: zo’n bedrag geeft het gevoel dat je de materie begrijpt, ook al valt immigratie amper uit te drukken in kosten en baten. Het politieke debat wordt daarmee ‘geobjectiveerd’.

Overigens is de behoefte aan kosten-batenanalyses, cijfers en bedragen niet per se slecht. Zulk onderzoek dwingt om na te denken over de consequenties van goed of slecht beleid: de Nederlandse concurrentiepositie verslechtert natuurlijk wel door slecht onderwijs – alleen hoe véél euro het land daarmee precies misloopt, is nooit met zekerheid te zeggen.

Maar: zonder zulke onderzoeken heb je helemaal niets in handen.