Vrolijk kat-en -muisspel

Nicci French: Blauwe maandag. Anthos, 369 blz. € 19,95

Nicci French en Dan Brown waren de twee springladingen die rond de eeuwwisseling de huidige lawine aan thrillers veroorzaakten. Sindsdien zwol het genre van prominente tot dominante omvang. Het is dus interessant als één van die twee springladingen beweert om voortaan op een nieuwe manier te exploderen. Nicci French deed dat en Blauwe maandag is de eerste knal.

Het is preciezer om te spreken van drie springladingen: Nicci French is een ‘schrijvers-echtpaar’, een schepsel dat biologisch en bibliologisch bijna uitsluitend wordt aangetroffen onder thrillerschrijvers. Zij staat – of staan – er bovenaan de voedselketen. En ooit zullen Nicci Gerrard en Sean French voor hun schepper verschijnen als het echtpaar dat Europese thrillerlezers en -schrijvers in de ban bracht van spannende boeken over intelligente en door hunkeringen in de war gebrachte vrouwen en mannen die verliefd werden op aanvankelijk spannende, maar uiteindelijk strafbare mannen en vrouwen. Succesvolle voorbeelden zijn Bezeten van mij en Vang me als ik val; boeken over steeds andere protagonisten maar met hetzelfde thema.

Blauwe maandag knalt inderdaad enigszins nieuw en anders. Het is het eerste boek in een reeks over juist één en dezelfde hoofdpersoon: Frieda Klein, psychoanalytica. Hoewel Frieda’s naam bijna bespottelijk Freud- achtig is, is ze Weens noch stoffig. Londen is haar werk-, woon- en wandelterrein. Frieda is een vrouw met bindingsangst die tijdens tobberige omzwervingen door nachtelijk Londen twijfelt aan haar professionele vermogen om zichzelf en andere mensen te duiden.

Wat dat laatste betreft: vooral de daders achter de ontvoering van twee kinderen die, tegen de heersende thrillerconventies in, niet seksueel misbruikt worden maar domweg onteigend. Het kind als tabula rasa, uit de wieg gerukt om te voldoen aan de dromen en grillen van twee ontvoerende pseudo-ouders. Frieda werkt, aanvankelijk stuurs maar allengs met grimmige verbetenheid, samen met de politie om de onbekende ontvoerders te analyseren en potentiële verdachten op haar psychische grill te roosteren. Dat gaat gepaard met heel veel tweeslachtigheid: zowel de misdaden als de houding van Frieda en de daders vertonen veel ambiguïteit. ‘Twee’ is het leitmotiv van het boek, alsof Nicci Gerrard en Sean French hun eigen gespletenheid via Frieda op de lezer botvieren.

Hoewel er steeds door tegenpolen wordt gehandeld en gesproken, is dit verhaal geen ernstige intellectuele dialectische vingeroefening of vermoeiende psycho-babbel. Nicci French speelt simpelweg een vrolijk kat-en-muis spel met het dubbele. En ze doet – of doen – dat op een manier die naar haar – of hun – maatstaven verfrissend is. Blauwe maandag explodeert niet zo nieuw als de auteur(s) het willen doen voorkomen, maar de knal is mooier en luider en veroorzaakt mooie en verwarrende echo’s.