Verdeelde Opec jaagt prijs omhoog

De Opec verhoogt zijn olieproductie niet, zoals gehoopt. Het kartel is sterk verdeeld door alle onrust in het Midden-Oosten, en de rol van het westen daarin.

In een gedenkwaardige bijeenkomst besloot oliekartel Opec gisteren de gezamenlijke olieproductie niet te verhogen. Het westen had daarop gehoopt, gezien de hoge olieprijzen van het moment.

Dus gingen de olieprijzen gisteren niet omlaag, maar nog verder omhoog. Op de beurs in Londen steeg de prijs van een vat Brent-olie (uit de Noordzee) met ruim 2 dollar naar 118,59 dollar (81,09 euro).

„Dit is een van de ergste bijeenkomsten die we ooit hebben gehad”, zei olieminister Ali al-Naimi van Saoedi-Arabië in een reactie. Saoedi-Arabië is het belangrijkste lid van de Opec, en na Rusland ’s werelds grootste olieproducent. Saoedi-Arabië had van te voren gezinspeeld op een verhoging van de olieproductie door de Opec. Maar het kon geen eenheid smeden onder de twaalf leden van het kartel, die sterk verdeeld zijn geraakt door de onrust in het Midden-Oosten en de rol van het westen daarin. De NAVO-bombardementen op Libië hebben kwaad bloed gezet. Ook de steun van Opec-lid Qatar aan de oppositiebeweging in Libië is slecht gevallen. En Iran is verbolgen over de militaire steun van Saoedi-Arabië aan Bahrein.

Daardoor kreeg Saoedi-Arabië steun van slechts drie landen voor zijn plan om de gezamenlijke productie van bijna 29 miljoen vaten olie per dag met nog eens 1,5 miljoen vaten te verhogen. Dat waren Qatar, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, die het westen over het algemeen goedgezind zijn. Tegen het voorstel stemden Algerije, Libië, Angola, Venezuela, Iran en Irak. Nigeria en Ecuador onthielden zich van stemming.

Meteen werd gespeculeerd over het uiteenvallen van de Opec. Ook waren er speculaties dat Saoedi-Arabië de komende maanden waarschijnlijk op eigen houtje toch zijn productie zal verhogen. Het land controleert het grootste deel van de wereldwijde reservecapaciteit. Dat is de mogelijkheid om snel de olieproductie op te voeren bij in bedrijf zijnde olievelden. Wereldwijd wordt de reservecapaciteit nu geschat op 4,4 miljoen vaten olie per dag, en 70 procent daarvan is in handen van Saoedi-Arabië. Deze ongelijke verdeling van de reservecapaciteit zorgt voortdurend voor fricties binnen de Opec, zei Leonidas Drollas van het Centre for Global Energy Studies in Londen gisteren. Het maakt de Opec volgens hem „structureel disfunctioneel”.

Toch is ook de rol van Saoedi-Arabië niet helemaal zuiver. Na het bijna helemaal wegvallen van de olieproductie in Libië zei het land te zullen inspringen. Maar dat heeft het tot nog toe niet gedaan, blijkt uit cijfers van de Opec. Uit het laatste maandrapport van het kartel blijkt dat de olieproductie van Libië in februari nog 1,36 miljoen vaten per dag bedroeg, en in maart nog maar 375.000. Van een productietoename bij Saoedi-Arabië is vooralsnog geen sprake. In februari produceerde het land 8,92 miljoen vaten olie per dag. In maart was dat gezakt naar 8,76 miljoen en in april was het 8,89 miljoen. Netto geen stijging dus. Wel zijn er berichten dat de productie in mei fors verhoogd is, en dat die in juni verder verhoogd zal worden.

Het Centre for Global Energy Studies, dat altijd kritisch is op de Opec, vermoed dat Saoedi-Arabië een geheime agenda heeft. Het streeft helemaal geen lagere olieprijzen na. In tegendeel. Het is gebaat bij hoge olieprijzen. Die leveren namelijk extra miljarden op. En die heeft het nodig om de onrust in het land af te kopen. De Saoedische koning heeft inmiddels 36 miljard dollar toegezegd voor hogere lonen en betere huisvesting. Met een productie van bijna 9 miljoen vaten olie per dag heeft het land, uitgaande van een prijsstijging van 10 dollar per vat, een jaar nodig om dat extra bedrag binnen te krijgen.

Ook andere Opec-landen hebben inmiddels een prijs boven de 100 dollar nodig om de kosten van de publieke onrust te kunnen betalen, en hun begroting sluitend te krijgen.

De Opec nam gisteren het officiële standpunt in dat een productieverhoging niet nodig is. De markten worden nog steeds goed bediend. De capaciteit van raffinaderijen wereldwijd wordt voor slechts zo’n 80 procent benut. In de vraag naar benzine, diesel en andere eindproducten is prima te voorzien. De prijs van olie wordt vooral opgedreven door speculanten op de beurs. Daar heeft het gedeeltelijk gelijk in, want de handel in oliecontracten is de laatste maanden toegenomen, mede als gevolg van de zwakker wordende positie van de dollar.

De Opec heeft nog een argument. Waarom kan het Westen zelf niet meer doen? De vraag naar olie zal dit jaar naar verwachting met gemiddeld 1,6 miljoen vaten per dag stijgen, naar een totaal van 88 miljoen vaten per dag. Landen buiten de Opec vullen naar verwachting de helft van die groei in. Maar kunnen ze niet meer doen? Kan Canada de winning van teerzanden niet verder opvoeren? Kan Brazilië niet meer olievelden voor de kust in productie nemen? Kan de productie van biobrandstoffen niet verder worden opgevoerd?

Als de Opec zijn productie niet verhoogt, en de olieprijzen verder stijgen zal de markt op een gegeven moment reageren. Consumenten zullen zuiniger gaan rijden, en bij een volgende aanschaf van een auto een zuiniger model kiezen. Ook werken hogere prijzen remmend op de industriële productie, en de mondiale economische groei.

Dat is waar het energie-agentschap van de geïndustrialiseerde landen, het IEA in Parijs, ook steeds voor waarschuwt. Gisteren liet het agentschap weten „teleurgesteld” te zijn met de beslissing van de Opec. Of die druk de komende maanden iets oplevert, valt te bezien.