Van Hitlers huis tot Mussolini's mausoleum

Frank van Hoorn: Vuil van de reis. Op dictatour door Europa. L.J. Veen. 175 blz. € 17,95

Het geboortehuis van Anton Mussert in Werkendam was ooit een toeristische trekpleister van formaat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het er een komen en gaan van bewonderaars van de NSB-leider. Dit tot ongenoegen van de toenmalige bewoners, die niets met het nationaal-socialisme te maken wilden hebben. Zij leefden noodgedwongen met de gordijnen dicht.

Niet alleen de wieg van Mussert mocht zich de afgelopen eeuw verheugen in de belangstelling van dagjesmensen. Hetzelfde overkwam en overkomt plekken waarvan de geschiedenis verknoopt is met die van alleenheersers als Hitler, Franco en Tito. In zijn vlot leesbare boek Vuil van de reis onderzoekt Frank van Hoorn, voormalig redacteur van weekblad Elsevier en thans speechschrijver op het ministerie van Buitenlandse Zaken, deze bijzondere band tussen dictator en toerist.

Zijn dictatour begint in het Italië van Benito Mussolini. Il duce verwelkomde de toeristen in zijn land, soms zelfs persoonlijk. Van Hoorn trof in het tijdschrift De Reiskroniek der NRV een verslag aan van een groep leraren klassieke talen die door de dictator in 1927 in zijn werkvertrek waren ontvangen. Mussolini sprak de hoop uit dat zijn gasten thuis niets dan de waarheid over Italië zouden vertellen. Aan het eind van de audiëntie ging hij met de docenten op de foto: kin omhoog, armen over elkaar.

Mussolini zei ‘niets dan de waarheid’, maar bedoelde natuurlijk ‘niets dan goeds’. De verhalen van toeristen die naar Italië reisden, moesten als tegenwicht dienen voor de negatieve berichtgeving die zijn fascistische regime ten deel viel in de buitenlandse pers. Dat was de reden dat Mussolini de bezoekers met hun Baedeker-gidsen tolereerde. Want hij had het helemaal niet op al die buitenlanders die Italië vooral beschouwden als een openluchtmuseum en geen oog hadden voor de nieuwe orde.

De ambivalente houding van Mussolini tegenover toeristen was terug te zien bij meer Europese dictators. Buitenlandse bezoekers waren welkom om het geld dat ze achterlieten en de positieve verhalen die ze meenamen naar huis, maar ze werden ook als een bedreiging gezien omdat ze vaak niet het ware geloof aanhingen en daarom de bewoners van de heilstaat in verwarring konden brengen over de juistheid van de koers van de leider.

Er bestond een verschil tussen de motieven van mensen die afreisden naar dictaturen van linkse dan wel rechtse signatuur, concludeert Van Hoorn. De meeste toeristen die in de jaren zeventig de zon opzochten op Franco’s Spaanse stranden, deden dat niet omdat ze politiek affiniteit koesterden voor de caudillo. Zij waren veelal onverschillig. Maar wie op vakantie ging naar Tito’s Joegoslavië stond over het algemeen welwillend tegenover het socialisme van de voormalige partizanenleider.

Van Hoorn onderzoekt in zijn boek niet alleen de verhouding tussen bestaande dictaturen en toeristen. Hij vraagt zich ook af wat mensen ertoe beweegt om na de ineenstorting van een alleenheerschappij de ruïnes van het regime te gaan bekijken. Zelf reist hij onder meer langs het geboortehuis van Hitler, het mausoleum van Mussolini, het buitenhuis van Tito en het graf van de Albanese dictator Enver Hoxha.

Van Hoorn lijkt nergens echt op zijn gemak. ’s Avonds op zijn hotelkamer hangen onuitgesproken vragen in de lucht: wat doe ik hier; is mijn komst naar deze plek wel gepast? En: wat leer ik over nazi- Duitsland door met een groepje toeristen in München voor het appartement van Hitler te staan? Van Hoorn lijkt gelukkiger als hij leest over de voormalige dictaturen die hij bezoekt en nadenkt over wat schrijvers en journalisten op papier hebben gezet. Vuil van de reis is daardoor eerder een antireisboek. Wie een dictatuur écht wil leren kennen, kan beter thuisblijven met een goed boek.