Uitkijken over de Zee der Mogelijkheden

Peter Høeg: De kinderen van de olifantenhoeders. Vert. Gerard Cruys. Meulenhoff, 368 blz. € 19,95

Het is, na het grote succes (van onder andere Smilla’s gevoel voor sneeuw) stil geworden rondom Peter Høeg (Kopenhagen, 1957). Begrijpelijk want hij schreef de laatste jaren aan zijn nu verschenen nieuwe boek. De kinderen van de olifantenhoeders is een complex amalgaam van verhalen en verhaallijnen, fantasierijke figuren, plotse wendingen. Magisch en aards tegelijk, wonderlijk vrolijk en licht van toon. Maar wel een verraderlijke lichtheid. Wie een scène mist, tuimelt uit het verhaal. Hoofdpersoon is de 14-jarige Peter, een voetbaltalent. Met zijn ouders, broer , zusje en hond Basker III ( naar The Hound of the Baskervilles van Conan Doyle) woont hij op het fictieve eiland Finø. De roman begint met een symbolische zin die het boek verklaart: ‘Ik heb een deur gevonden die uit de gevangenis voert. Hij komt uit op de vrijheid. Ik schrijf dit om jou de deur te laten zien.’

Peter groeit op in een pastorie. Zijn vader is de plaatselijke dominee, moeder speelt orgel. De pastorie telt 12 kamers en vele deuren. Het is Peter die deur na deur opent, elke deur komt uit op de vrijheid. Peters definitie van vrijheid is het beste samen te vatten met de schitterende zin: ‘Je bent nooit oud genoeg voor een gelukkige jeugd.’ Vrijheid is in deze roman ook: afwezigheid van ouders. Vader en moeder verdwijnen tijdens een buitenlandse reis. De kinderen beginnen een zoektocht die aanvankelijk hun verrukkelijke vrijheid vertegenwoordigt. Ze liften mee met bezorgde automobilisten, ontmoeten bizarre personages, van wie Leonora Lippenlust wel de leukste is. Ze is een vrouw van in de vijftig die seksuele lessen geeft in een klooster op een hoog duin, en ze is ook een boeddhistische non. Het klooster biedt uitzicht op de Zee der Mogelijkheden, die het eiland Finø omspoelt. Deze scène blijkt cruciaal: het speurwerk van de kinderen valt op bij de geheime dienst, waardoor het boek kantelt. Kinderen en hond worden het doelwit van de politie: de jagers worden de gejaagde.

Høeg handelt in De kinderen van de olifantenhoeders in metaforen. Het beeld van de Zee der Mogelijkheden is doorslaggevend, vergelijkbaar met de deuren in de pastorie. Of de kinderen hun ouders al dan niet vinden, en welke onthutsende ontdekkingen ze doen, is niet de crux. De ouders zijn als ‘olifantenhoeders’ die, volgens een Indiase wijsheid, ‘iets bezitten dat groter is dan zijzelf’. In elk geval is Høegs roman een verhandeling over hoe kinderen zich losmaken van ouders. In die zin is het boek een initiatie en brengt elke ontmoeting vooral Peter dichter bij het geheim van vrijheid; elke keer kunnen kiezen uit een duizelingwekkend weidse zee aan mogelijkheden.