Tijdrit Dauphiné zelfde parcours als Tour: spanning verzekerd

Niet alleen de winnaar, de Duitse renner Tony Martin, was gisteren „really, really happy” na zijn tijdritzege in de Dauphiné Libéré. Ook Bradley Wiggins liet zich na zijn tweede plaats gelukzalig neervallen tegen een busje bij de finish. De Brit nam de gele leiderstrui over van Aleksandr Vinokourov, die ook nog gewoon kon lachen na zijn veertiende plaats. Zelfs Robert Gesink (23ste op 2.49 minuut) keek tevreden terug op zijn tijdrit. „Mooi rondje.”

Bijzonder was de race tegen de klok rond Grenoble vooral omdat de renners straks in de Tour de France op de voorlaatste dag over precies hetzelfde parcours van 42,5 kilometer rijden. „De Tour zal zeker niet beslist zijn, voordat de uitslag van de tijdrit bekend is”, stelde Wiggins na afloop. „Het is een zwaar parcours. Hier kan het klassement nog door elkaar worden geschud. Kijk naar het verschil tussen mij en Vinokoerov of Jurgen Van den Broeck: meer dan twee minuten. Als je de benen niet hebt, kun je veel verliezen.”

Wiggins (31) is één van de Tourfavorieten die zichzelf testen in de Dauphiné, een Franse rittenkoers die zondag eindigt. Naast Vinokoerov en Van den Broeck hield de Sky-kopman ook Cadel Evans (zesde) meer dan een minuut achter zich „Tijdrijden is mijn specialiteit”, relativeerde de nummer vier uit de Tour van 2009 zijn tweede plaats. „De komende bergetappes zijn te vergelijken met Tourritten. Dat is de echte test.”

Voor Gesink is de Dauphiné een trainingswedstrijd in de aanloop naar de Tour. „Vergelijken met anderen heeft geen zin”, stelde de Rabo-kopman. „Ik rijd hier om op te bouwen naar een hoger niveau.” Op hoogtestage in de Sierra Nevada deed hij veel basistrainingen. In de Dauphiné gaat de intensiteit voor het eerst omhoog. „Dat doet best zeer.” Vorig seizoen pakte hij na een zege in de koninginnerit de leiderstrui in de Ronde van Zwitserland. De stress die dat veroorzaakte, kostte kracht voor de Tour. „Nu koers ik voor het eerst als training. Ik hoef niet in topvorm te zijn. Het zwaartepunt van de Tour ligt aan het eind.”