Stompe messen in Indonesische abattoirs

In A bloody business glijden stieren uit in hun eigen uitwerpselen en bloeden ze minutenlang dood.

Australische veehouders waren hiervan op de hoogte.

In een slachthuis in een buitenwijk van Medan spartelt een Australische stier over de betonnen vloer, die glad is van de uitwerpselen. Hij glijdt uit en breekt zijn poot. Maar de slachter wil dat hij opstaat. Twintig minuten lang prikt hij het dier met een scherpe stok in zijn zij, stopt zijn vingers in zijn neusgaten en oogkassen, schopt hem en laat water in zijn neus lopen.

Het is een van de gruwelijke taferelen die dierenactivist Lyn White filmde in Indonesische slachthuizen. In de documentaire A bloody business, eind mei uitgezonden door de Australische omroep ABC, eindigt het ene na het andere Australische rund in primitieve Indonesische abattoirs.

Australiërs reageerden woedend, stuurden boze brieven, verzamelden honderdduizenden handtekeningen, kochten minder rundvlees en pleegden hysterische telefoontjes naar parlementariërs. De regering kondigde aanvankelijk een verbod af op export naar de elf slachthuizen die te zien waren in de documentaire. Maar onder druk van parlementariërs ging de minderheidsregering van de Labor Partij verder: gisteren werd de export van vee naar Indonesië voor een half jaar opgeschort. Een verstrekkend besluit, want met een half miljoen runderen per jaar is Indonesië goed voor 60 procent van de Australische vee-export. „Niemand accepteert dat we doorgaan met een handel die zo’n effect heeft op het welzijn van dieren”, zei minister van Landbouw Joe Ludwig gisteren tegen journalisten.

De kwestie laat zien hoe Australische veehouders, die hun mond vol hebben over dierenwelzijn, hun runderen uitleveren aan een derdewereldland waar dierenleed niet terzake doet. Indonesië kwam in 2009 met een wet om het welzijn van dieren te waarborgen, maar die is nooit geïmplementeerd, waardoor er geen manier is om overtreders te straffen. Bovendien leeft het onderwerp niet in een land waar de middenklasse allang blij is dat ze een stukje rundvlees kan betalen. De slachters lieten White rustig filmen, zich blijkbaar van geen kwaad bewust.

Het verschil in opvattingen komt verder door de discussie van het kosjer en halal slachten, die ook in Nederland woedt. Zoals een afgevaardigde van de Indonesische vleesindustrie in de documentaire vertelt, denken veel Indonesiërs dat dieren volgens de islamitische wet moeten worden geslacht, dus terwijl ze bij bewustzijn zijn. Het is een van de redenen dat Indonesië graag levende runderen importeert, in plaats van ingevroren rundvlees.

In de documentaire is te zien hoe runderen zonder verdoving de keel wordt doorgesneden, waarna ze soms nog minutenlang spartelen voor ze zijn doodgebloed. Bovendien gebruiken de slachters soms botte messen, waardoor één keer snijden niet genoeg is. Bidda Jones van dierenwelzijnsorganisatie RSCPA analyseerde de beelden van 49 slachtingen en telde tien sneden per rund.

De Australische vee-industrie kan intussen moeilijk volhouden dat ze deze praktijken niet kent. Veel van de gefilmde abattoirs waren recent nog bezocht door Australische veebedrijven. De vee-industrie zegt al ruim tien jaar te werken aan het dierenwelzijn in de Indonesische slachthuizen. Zij leverden veel van de hokken waar de runderen in worden vastgehouden vóór ze worden geslacht.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar dierenstudies Temple Grandin zijn de hokken ontworpen om de dieren te doen omvallen. „Ik vind het schokkend dat een ontwikkeld land zulke afschuwelijke faciliteiten heeft gebouwd”, zegt ze.

Ook dierenactivist White was verbaasd. In 2006 zorgde zij met schokkend filmmateriaal dat de vee-export naar Egypte werd stilgelegd. „We gingen er vanuit dat de behandeling in Indonesië beter zou zijn. Maar dat hadden we helemaal mis.”