Spookpensionado's

De actualiteit is vaak een spiegel van de literatuur. Deze week fantoom-bejaarden in het licht van Gogols Dode zielen.

‘Duizenden dode Grieken krijgen pensioen’. ‘Miljoenen naar dode Grieken’. ‘Ook dode Grieken vangen pieken’. De Nederlandse media, vooral de gratis kranten en De Telegraaf, konden er deze week niet over uit: de Griekse minister van Arbeid, Louka Katseli, heeft toegegeven dat 4.500 overleden ambtenaren nog steeds een pensioen ontvangen. Aangespoord door de crisis heeft het ministerie haar databanken naast elkaar gelegd, om zo tot de ontdekking te komen dat er jaarlijks 16 miljoen euro verdwijnt in de zakken van (de nabestaanden van) deze spookpensionado’s.

‘Dode zielen’ noemde de Russische schrijver Nikolaj Gogol dit soort melkkoeien in zijn gelijknamige roman uit 1842. In Dode zielen reist de verarmde edelman Tjsitsjikov het Russische platteland af om bij grootgrondbezitters lijfeigenen ‘op te kopen’. Met dit fictieve kapitaal als onderpand hoopt hij een grote lening af te sluiten bij de staatsbank. Het wordt een rondgang langs schilderachtige figuren, onder wie een idealist die Tsjitsjikov de dode zielen gratis geeft, een vrouw die het uiterste van zijn lijmvermogens vergt, en een man die hem een hoge prijs probeert te laten betalen omdat zijn dode zielen zulke uitstekende vaklui waren.

Dode zielen, waarvan het tweede deel helaas door Gogol in een vlaag van godsdienstwaanzin verbrand werd, is een satire – zo een die na meer dan anderhalve eeuw nog steeds supergrappig is én hoogst actueel. Op dezelfde dag dat het nieuws over de dode pensioentrekkers zich als een lopend vuurtje verspreidde, stond in NRC Handelsblad een bericht onder de kop ‘Mugabes krasse kiezers bestaan niet’. Wat blijkt? In Zimbabwe, een land met 13 miljoen inwoners en een gemiddelde levensverwachting van 48 jaar, zijn 41.000 kiezers boven de honderd – vier keer zoveel als in Groot-Brittannië. Tenminste, dat viel op te maken uit de uitgelekte versie van het door een aanhanger van president Robert Mugabe bijgehouden kiezersregister. Meer dan een kwart van de mogelijke fantoomstemmers is tegelijkertijd geboren, op 1 januari 1901. En over honderdplussers gesproken: de Griekse minister van Arbeid maakte maandag ook nog bekend dat haar land op papier ruim 9.000 honderdjarigen met een staatspensioen telde. „We zijn nu aan het controleren of die allemaal nog wel in leven zijn,” verklaarde ze met een aan Gogol gewaagd gevoel voor understatement.

Spookpensionado’s, fantoomkiezers, dode melkkoeien – we bevinden ons midden in het absurdistische universum van de schrijver die ook naam maakte met een toneelstuk over een arme sloeber die zich voordoet als hoge ambtenaar; de schrijver die in Dode zielen noteerde dat ‘het geschreven woord met geen bijl meer [kan] worden weggehakt’. Alleen in zijn pessimistische beeld van de ouderdom was Gogol minder voorspellend, zoals mag blijken uit het volgende (door Charles B. Timmer vertaalde) pareltje uit Dode zielen: ‘Dreigend en onheilspellend doemt de ouderdom op die je niets teruggeeft.’