SGP’er Dijkgraaf gebruikt Gods woord selectief

Zoals viel te verwachten, bevatte het interview met Tweede Kamerlid Elbert Dijkgraaf van de Staatkundig Gereformeerde Partij een passage over ambtenaren van de burgerlijke stand die zich beroepen op gewetensbezwaren met betrekking tot het burgerlijke homohuwelijk (NRC Weekend, 4 juni). Die bezwaren zijn ongegrond.

In het oudtestamentische boek Leviticus gaan de hoofdstukken 15 (Onreinheid bij mannen en vrouwen), 18 (Huwelijks- en kuisheidswetten) en 20 (Strafwetten) over de instandhouding van het volk Gods. In het belang daarvan moeten de mannen en vrouwen van de stammen Israëls zich zo gedragen dat de menselijke voortplanting optimaal is gegarandeerd. Het naleven van de gedragsregels die deze hoofdstukken ter zake geven, leidt tot het tijdstip waarop geslachtsgemeenschap de grootste kans biedt op bevruchting en zwangerschap.

De eventuele homoseksuele gerichtheid van een vrouw is daarbij niet van belang. Zij kan kinderen baren. De eventuele homoseksuele gerichtheid van een man is daarbij evenmin van belang. Die is niet in staat tot geslachtsgemeenschap met een vrouw. Leviticus 18 vers 22 en Leviticus 20 vers 13 gaan daarom niet over de homoseksuele man. Die teksten gaan over de biseksuele man. Die is in staat tot geslachtsgemeenschap met een vrouw zowel als met een man.

Mannelijke en vrouwelijke heteroseksuelen zijn van nature afkerig van homoseksueel gedrag. Omgekeerd geldt hetzelfde. In de samenleving zijn heteroseksuelen verreweg in de meerderheid. Zij zouden het beneden hun waardigheid moeten achten om hun natuurlijke afkeer van homoseksualiteit te etaleren door het onlogisch en selectief uitleggen van Gods Woord.

Carel Scharten

Rotterdam