Rihm verklankt dionysische gekte

Dionysos van Wolfgang Rihm, door de Nederlandse Opera. Gezien: 8/6 Gashouder Amsterdam. Herh t/m 22/6. ***

Wat drijft een mens tot waanzin? In Dionysos, een ‘opera-fantasie’ van Wolfgang Rihm die gisteren in het Holland Festival in Nederlandse première ging, is het antwoord duidelijk. Half struikelend en met wijde ogen zit de hoofdpersoon als een gefrustreerde Alberich achter de giechelende meisjes aan, maar als een dame hém benadert, slaat hij dicht. Zijn naam luidt N., naar Nietzsche, de met de liefde en religie worstelende filosoof wiens gedichtencyclus Dionysos-Dithyramben tot libretto werd omgesmeed.

Dat deze cryptische teksten een concreet verhaal vervangen, lijkt geen probleem. De heldere regie van Pierre Audi en het basale, krachtige decor van Jonathan Meese scheppen een wereld met eigen logica, waarin bijvoorbeeld het woord ‘labyrint’ afhankelijk van intonatie en handeling diverse betekenissen en consequenties krijgt. De eenzaamheid van N. (de heldere bariton Georg Nigl) is daarbij tastbaar, net als de competitieve vriendschap van ‘ein Gast’, een haantjestenor die de vrouwen wél meekrijgt (Matthias Klink).

Ook helpt Rihms beeldende partituur bij het invoelbaar maken van tekstuele raadsels en mythologische verwijzingen. Zinderende lyriek à la Alban Berg doet het verlangen oplaaien, snelle stemmingswisselingen verklanken de gekte. IJselijk hoge vrouwenstemmen vinden een complement in ijle fluiten, terwijl het koper soms viriel blaft. Ingo Metzmacher gidst het broeierig spelende Nederlands Philharmonisch Orkest secuur door passages van hoge meerstemmige complexiteit.

Maar naarmate de opera ontaardt in langdradige dionysische nachtmerries en al te opzichtige religieuze symboliek, neemt de emotionele distantie toe. Dat N. wordt verleid door buitenaardse wezens met groteske vagina’s en na een botsing met Apollo wordt ontdaan van zijn huid, het zal wel; zijn waanzin kon toch al niet groter. N. blijkt symbool voor allen en dus voor niemand. Het bewust afzien van psychologische diepgang en ontwikkeling wreekt zich: voor een dionysische roes is naast opzwepend slagwerk immers ook maximale betrokkenheid vereist.