Nu weet ik hoe een chirurg aan het front zich voelt

Met stijgende verbazing zag internist Hans Zantvoort zijn ziekenhuis volstromen met EHEC-patiënten.

„Als de natuur zoiets doet, kijk je met open mond toe.”

In de Klinikum Bremen-Mitte zijn er de afgelopen dagen geen nieuwe EHEC-patiënten meer bijgekomen, alleen mensen die toevallig ook bloed in de ontlasting hebben. Internist Frans Zantvoort, internist en nefroloog in het (academische) ziekenhuis, hoopt dat „de pot nu leeg is”. Wát de oorzaak ook geweest is, de bacterie lijkt te zijn verdwenen.

Op woensdag 18 mei werd Zantvoort gebeld door een arts uit Bremen-Nord: in de ontlasting van een 24-jarige vrouw, opgenomen met een dikkedarmontsteking, was de EHEC-bacterie gevonden. „Ik dacht: raar. Extreem zeldzaam.” Maar ook extreem zeldzaam komt voor. Ze werd naar zijn ziekenhuis gebracht en meteen geopereerd. Maar de bacteriën hadden al te lang hun gif kunnen verspreiden. Vijf dagen later stierf ze. „We konden alleen maar toekijken”, zegt Zantvoort. „Een gezonde, jonge vrouw, fulltime werkend. Ze zou gaan trouwen. Een ramp.”

Zantvoort werkt in Bremen omdat hem twintig jaar geleden werd gevraagd hier een afdeling voor niertransplantaties op te zetten. Daarvoor werkte hij in het UMC Leiden. Hij zit achter zijn bureau op zijn werkkamer, foto’s van zijn vier dochters aan de wand, en verontschuldigt zich voor de rommel. Sinds 18 mei heeft hij geen tijd gehad om op te ruimen, of om bang te zijn voor zijn eigen gezondheid.

Op zaterdag 21 mei werd hij weer gebeld, door dezelfde arts. „Die zei: ik weet dat je me niet gelooft, maar ik heb er weer één.” Toen werd hij mulmig in de maag. Zantvoort belde het Robert Koch Instituut, het Duitse RIVM. „Degene die de telefoon opnam zei: iedereen is naar Hamburg, want daar maken ze hetzelfde mee.” Zantvoort lichtte de deelstadstaat Bremen in. De Duitse bureaucratie, zegt hij, met in iedere deelstaat een zelfstandige gezondheidsdienst, heeft de zaak geen goed gedaan.

Op zondag 22 mei kwamen de volgende twee EHEC-patiënt in zijn ziekenhuis, op dinsdag waren het er vijf en op donderdag was alle apparatuur om nieren te spoelen en bloed te reinigen (plasmaferese) bezet. De intensive care lag vol. „We kregen extra apparaten voor plasmaferese en nierdialyse”, zegt Zantvoort. „Maar het duurde steeds een uur voordat het donorplasma ontdooid was. Er moesten infusen aangelegd worden bij patiënten die door de besmetting een slechte bloedstolling hadden.”

Werkdagen van veertien, vijftien uur, voor al het personeel. „Mensen zegden hun vakantie af. Eten deden we staand. Ik zei: het is oorlog. Een collega zei: nu weet ik hoe een chirurg aan het front zich voelt.”

Het Hauptgesundheidsambt dacht dat de besmetting kwam van asperges met sauce hollandaise light van Knorr. Eén van Zantvoorts patiënten, een jonge vrouw, had dat met familie in een restaurant in Cuxhaven gegeten. Ze waren allemaal ziek geworden. Zantvoort vond het vreemd: een EHEC-besmetting komt gewoonlijk door het eten van ongaar vlees. De bacterie zit in de darmen van dieren. Hoe was die op die asperges gekomen?

Toen er gezegd werd dat de besmetting van sla kwam, en daarna van komkommers, en daarna van taugé, bleef hij denken: hoe dan? Taugé vindt hij aannemelijk. Hij heeft al zijn patiënten, voor zover aanspreekbaar, gevraagd of ze dat gegeten hebben. Ja dus. Maar dan nog: wat doen EHEC-bacteriën op taugé?

Hij denkt niet dat het ontdekt zal worden, want de zaden voor taugé komen van over de hele wereld. Angstaanjagend idee, vindt hij. Zo kan een lokaal probleem mondiaal worden. Ook angstaanjagend: dat de meeste mensen die ziek zijn geworden gezond waren. En welgesteld. Dat komt, zegt hij, waarschijnlijk doordat de besmette taugé alleen in restaurants geserveerd is. Daar kom je niet als je weinig geld hebt.

Frans Zantvoort kijkt op het lijstje dat hij voor zich heeft liggen en begint te tellen. Uiteindelijk lagen er in zijn ziekenhuis 33 EHEC-patiënten, onder wie zes kinderen. Drie volwassen zijn overleden. Elf liggen er nog op de intensive care. „EHEC kun je alleen door de mond naar binnen krijgen”, zegt hij. „Je hebt vijftig tot honderd bacteriën nodig om ziek te worden.” Onvoorstelbaar weinig. „In de darmen gaan ze tussen de andere bacteriën zitten en dan beginnen ze een feestje te bouwen. Ze vermenigvuldigen zich razendsnel en beginnen gif te produceren. Dat gif doodt de cellen aan de binnenkant van de darmen. Daar ontstaan grote schaafwonden.” Vandaar de bloederige diarree.

„Er zijn patiënten bij wie het gif in de bloedvaatjes van de hersenen gaat zitten. Die gaan heel raar doen.” Er was een patiënt, een vrouw van 40, bij wie voor de laatste keer plasmaferese zou worden gedaan. De bacterie leek bedwongen en toen kreeg ze opeens een enorme epileptische aanval. „Haar nierfunctie was al weer normaal”, zegt Frans Zantvoort. „Onbegrijpelijk. En heel frustrerend. Als de natuur zoiets doet, kun je alleen maar met open mond toekijken.”

Afgelopen zondag heeft hij geprobeerd om bij de zes kritieke patiënten de narcose op te heffen. Het was geen succes. Ze werden meteen weer epileptisch. „Als de bloedvaatjes in de nieren kapot zijn, kun je dialyseren”, zegt hij. „Aan kapotte bloedvaatjes in de hersenen kunnen we niets doen.”

Hij loopt naar de afdeling waar de nieren en het bloed van zijn patiënten gespoeld en gereinigd worden. Op de trap zegt hij dat hij thuis op het moment geen rauwe groente krijgt. „Mijn vrouw zet me alleen gekookte groente voor.”

De afdeling is bijna leeg, want het is half vijf en de meeste patiënten zijn klaar voor vandaag. Alleen in de achterste kamer ligt nog een patiënt, een jongen van 17. Hij heet Maurino Kudlorz. Zijn moeder en zijn grootvader zitten in steriele jassen bij zijn bed. Maurino was met vrienden gaan eten in een restaurant. Toen er een schaal met taugé voorbij kwam, had hij er een grote hand – hij doet het voor – van genomen en op zijn bord gelegd. Iedereen had bloederige diarree gekregen, maar Maurino gek genoeg niet. Hij werd wel heel ziek. „Slap en ellendig”, zegt zijn moeder. „Gelige huid. Gelig oogwit.” Maurino lacht, maar zij slikt haar tranen weg. „Ein Albtraum”, zegt ze. Een nachtmerrie.

De bacterie werd ook bij Maurino gevonden. Zantvoort heeft zich veel zorgen om hem gemaakt, want de eerste vijf keer had de plasmaferese geen effect. Maurino’s bloed bleef vol gif zitten. Maar daarna werd het snel minder en nu maakt hij het goed.

Hoe lang zal het duren voordat de bacterie uit zijn darmen is verdwenen? „Weet ik niet”, zegt Zantvoort. „Het lichaam moet het zelf doen.”