Muziek

Zelfverzekerde rock

Arctic Monkeys: Suck It And See

cd pop

Bij het verschijnen van het vierde album van Arctic Monkeys is zanger en gitarist Alex Turner nog altijd pas 25. De voornaamste songschrijver van de band die binnenkort weer een van de topacts op Lowlands is, moet na het debuut uit 2006 wel eens moe zijn geworden van alle eigenschappen die hem worden toegedicht: groot popdichter, melodieus wonderkind en samenbrenger van liefde voor sixtiespop met een hippe zero’s-indiesound. Na het door Josh Homme in een ruigere richting geduwde Humbug bevat het door James Ford geproduceerde Suck It And See het geluid van de Arctic Monkeys die zich ontspannen, in de wetenschap dat het wel goed zit. Het grotendeels door drummer Matt Helders gezongen Brick by brick is bijna een persiflage op jaren zestig-garagerock, net zoals in The hellcat spangles lalala een klassiek poprefrein uit de collectieve mouw wordt geschud. In hun breeduit galmende melodieën echoën de Arctic Monkeys grote Britse voorbeelden als The Smiths en Echo & The Bunnymen, met name in slotnummer That’s where you’re wrong waarmee ze hun welverdiende plek in het pantheon van tijdloze gitaarbands opeisen.

JAN VOLLAARD

Bejubelde ‘Parsifal’

RFO/Jaap van Zweden: Richard Wagner, Parsifalcd klassiek

Hoera, de cd is er. Of liever: de box met vier SACD’s en een dvd met hoogtepunten. En al zo snel. Moest op de Lohengrin-cd onder leiding van Jaap van Zweden nog bijna een jaar worden gewacht, zijn veelbesproken, alom bejubeld ontvangen uitvoering van Wagners diepzinnigste opera Parsifal – een live opname van de ZaterdagMatinee afgelopen december – is er al na minder dan een half jaar. Hoewel niet zo bedoeld, is de opname een handgeschept muzikaal visitekaartje voor het door bezuinigingen bedreigde Muziekcentrum van de Omroep, een box die vlammend als de beste strafpleiter zonder woorden zegt: Hoor je dit koor? De manier waarop dit orkest onder Van Zweden helderheid paart aan plechtige noblesse, dramatiek en een sublieme dramaturgie? De solistencast is ook al zo bijzonder, met Robert Holl als exemplarische, onvermoeibare Gurnemanz, Klaus Florian Vogt als ideale, lenige Parsifal en Katarina Dalayman als warmklankige Kundry. Komend seizoen, Van Zwedens laatste als chef van het Radio Filharmonisch, staat er helaas niet weer zo’n opera gepland.

Mischa Spel

Gevaarlijk repertoire

Nederlands Kamerkoor: Pärt & Palestrina

cd klassiek

Paradoxaal leidt het streven om muziek ondergeschikt te maken aan het Woord van God vaak tot pure klankschoonheid. De koorwerken van Palestrina en Arvo Pärt zijn zowel devote zettingen van goed verstaanbare teksten als tijdloze abstracties. Risto Joost, per augustus chef-dirigent van het Nederlands Kamerkoor, benadrukt die tijdloosheid door beide componisten op een nieuwe cd om en om te combineren. Het verschil van vier eeuwen lost op in zuivere harmonie. Het koor mag zich na een lange periode zonder chef (overbrugd door koorleider Klaas Stok) verheugen in de komst van de jonge Estse dirigent. Joost, eveneens zanger en orkestdirigent, werkt hoorbaar aan hechte groepsklank en vloeiende fraseringen. Gevaarlijk repertoire is het ook. Elk individueel rafelrandje valt meteen op; de concurrentie van genadeloos strakke kamerkoren uit Scandinavië en de Baltische Staten is groot.

Floris Don

Sfeervolle registratie

Konitz, Mehldau, Haden, Motian: Live at Birdland

cd jazz

Een concert met jazzprominenten naast elkaar kan uitlopen op een staaltje krachtpatserij. Bij het concert van saxofonist Lee Konitz, pianist Brad Mehldau, bassist Charlie Haden en drummer Paul Motian gebeurt echter het tegenovergestelde: hier bekruipt je het gevoel dat eenieder zich inhoudt.

Op een avond in 2009 in de New Yorkse jazzclub Birdland viel er weinig magie te bespeuren in dit kwartet. Niet dat er slecht gespeeld wordt – dat hoor je zelden bij dit soort gevierde namen, maar het ontbreekt aan momenten dat de muziek met de musici aan de haal gaat. Het maakt dit album een wat brave maar sfeervolle liveregistratie – jazz met klasse, in gedimd licht. Lee Konitz, 83 jaar nu, geeft intussen duidelijk de voorkeur aan standards in langzaam of medium tempo. Hij speelt ze met een zachtdroge toon die amper bijt. De momenten dat hij nadrukkelijk met pianist Mehldau duelleert zijn zeldzaam, maar het meest waardevol. In de zachte klassieker I Fall in Love Too Easily tilt Mehldau de saxofonist op met intense klankkleuren. Sonny Rollins’ Oleo is qua dynamiek een uitzondering: Mehdlau maakt aangenaam zoekend de dienst uit, met een evenzo versnellende Charlie Haden die bovendien mooi soleert.

Amanda Kuyper