Miljoenenminister wekt te veel argwaan

De miljoenen van minister Palocci werden een te groot politiek gevaar voor zijn baas, de president van Brazilië. Terwijl Palocci juist gekozen was als Rousseff’s redder.

De werkloze van 20 miljoen real, zo beschreef het Braziliaanse dagblad O Dia hem gisteren op de voorpagina. Antonio Palocci, partijgenoot en rechterhand van president Dilma Rousseff en minister van het Casa Civil, vergelijkbaar met het Nederlandse ministerie van Algemene Zaken, stapte dinsdag op als gevolg van een schandaal rond zijn bijverdiensten in het verleden.

Drie weken geleden onthulde het dagblad Folha de São Paulo dat het bezit van de socialist Palocci tijdens zijn tijd als parlementslid, van 2006 tot 2010, van 375.000 real was toegenomen tot 20 miljoen real (ongeveer 8,8 miljoen euro). Hij had het geld op eerlijke wijze bijverdiend als consultant, zo luidde Palocci’s verweer. In Brazilië mogen volksvertegenwoordigers baantjes hebben, zolang er geen directe link bestaat met hun politieke werk.

Maar de grote bedragen wekten argwaan, bij de oppositie, de media en binnen zijn eigen kring. Was het advieswerk van Palocci, een prominent lid van de Braziliaanse Arbeiderspartij (PT), niet gewoon lobbyen? Misbruikte hij zijn positie om voor cliënten zaken te regelen met de overheid? Dat is in strijd met de wetgeving.

De verdenking namen de afgelopen week alleen maar toe. Palocci bleef weigeren de namen van klanten te onthullen, terwijl dat juist alle twijfel had kunnen wegnemen. Een parlementaire enquête hing in de lucht. Palocci wilde die niet afwachten, en vertrok.

De minister van het Casa Civil heeft een sleutelpositie in de Braziliaanse politiek. Iedereen die iets van de president wil, moet eerst zaken doen met hem. Maar omdat Palocci de afgelopen weken bungelde, begon coalitiegenoot PMDB daar gebruik van te maken. Voor steun aan de verzwakte minister wilde de partij wel iets terug. Meer invloed. Een benoeming bijvoorbeeld van een partijgenoot op een ministerie.

De affaire ondermijnde daarmee Rousseff’s macht en was schadelijk voor de reputatie van haar regering, die in januari aantrad. Een linkse minister, een van de oprichters van de PT, die niet kan uitleggen hoe hij zoveel miljoenen in zo’n korte tijd heeft verdiend, is in de ogen van het publiek al snel een boef.

Palocci is een vertrouweling van de voormalige president Lula en was op diens voorspraak binnengehaald door Rousseff. Als aanhanger van de vrije markt en vriend van het bedrijfsleven moest Palocci de angst wegnemen voor staatsinterventie in de economie en. Hij moest de invloed van radicalere partijgenoten beperken.

Toen Lula in 2002 werd gekozen tot president, stelde hij Palocci aan als minister van Financiën, onder meer om de financiële markten gerust te stellen. Veel investeerders dachten dat Brazilië met Lula een radicaal linkse weg zou inslaan. Maar mede dankzij Palocci’s optreden verdween die vrees.

In 2006 moest Palocci echter opstappen als lid van de regering. Hij werd verdacht van betrokkenheid bij een corruptiedossier, maar werd later vrijgesproken. In Brazilië is het vrij normaal dat politici, die ooit in opspraak zijn geraakt, maar niet zijn veroordeeld, terugkeren.

Palocci zet een traditie voort. De PT is voor de derde opeenvolgende termijn aan de macht en tijdens elke regeringsperiode moest een minister van het Casa Civil, allen leden van de PT, vertrekken wegens een schandaal. Zijn opvolgster, senator Gleisi Helena Hoffmann (45), is gewaarschuwd.