'Kijk, dat zijn wij'

Iedere tijd heeft zijn eigen toerisme. En iedere toerist zoekt zijn eigen weg. Twee historici schreven een reisgids voor het Amsterdam van de 17de eeuw. En wie dat niet speciaal genoeg vindt, gaat op ‘dictatour’, of bereist als mediatoerist de ‘plaatsen van verbeelding’ die film en literatuur hebben achtergelaten.

‘We lopen nu eigenlijk over het water van het IJ,’ zegt historicus Maarten Hell. „Stel je eens het profiel van de stad voor in de 17de eeuw. Een woud van masten van de zeilschepen, een dubbele rij palen die de haven moet beschermen tegen aanrollende golven en ongewenste schepen uit de Zuiderzee en daarachter de stad met zijn torenspitsen, de huizen, de indrukwekkende kerken.”

Hell schreef samen met collega- historica Emma Los het animerende 17de-eeuwse reisboek Amsterdam voor vijf duiten per dag met als verrassende ondertitel ‘Dé gids voor uitgaan, sightseeing, shopping, eten & drinken in het Amsterdam van de 17de eeuw’. In het boek zijn veel historische kaarten opgenomen, op enkele daarvan zijn menselijke figuren afgebeeld. Emma Los wijst op een tweetal dat zich begeeft langs een gracht in de wereldberoemde grachtengordel: „Kijk, dat zijn wij in de 17de eeuw.”

Amsterdam voor vijf duiten per dag is een tijdreis naar de Gouden Eeuw, geschreven in hedendaags Nederlands. Alsof de hectiek van het Amsterdam van nu niet bestaat, alsof er geen auto’s door de straten razen en de stad, zonder Centraal Station, verbonden is met de openheid van het havenfront, zo dwalen de beide historici door de stad. Maarten Hell: „Ik ben altijd op zoek naar het moment dat je het verleden kunt aanraken.”

We hebben afgesproken op de plaats waar de reizigers van toen met beurtschepen, trekschuiten of kleine lichters aankwamen, bij een etablissement dat Hannekes Boom heet, gelegen aan de IJ-zijde van het Oosterdok, in de flank van de hoog gelegen spoorlijn. Op de kaart van ca. 1690 door Daniel de la Feuille zien we de plaats al aangegeven. De doorgangen in de haven werden destijds, na het luiden van de ‘boomklok’ van de Oude Kerk, afgesloten met een drijvende stam. Uitkijkend over het spiegelende water van het Oosterdok moet Hell erkennen dat de ‘historische sensatie’ soms moeilijk te vinden is.

Zilte geur

Gelukkig ligt daar verderop ’s Lands Zeemagazijn, het huidige Scheepvaartmuseum, gebouwd in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het gerenoveerde gebouw spiegelt in het water. We stellen ons voor dat een zilte geur van het IJ en de Zuiderzee in de lucht hangt. Dat was toen zo. Hell: „Wegens de spiegeling werd Amsterdam ook een ‘toverland’ genoemd. We hebben veelvuldig geput uit reisbeschrijvingen van de 17de eeuw, die vormen de bron van het boek en inspireerden ons tot het historische decor.”

De aandacht voor de historie van Amsterdam bloeit volop. Tegelijk met verschijning van Amsterdam voor vijf duiten per dag opent in de museumzaal van de Bijzondere Collecties aan de Oude Turfmarkt de tentoonstelling Toerist in de Gouden Eeuw. Net als het boek geeft deze tentoonstelling met tal van schitterende kaarten, boeken, prenten en voorwerpen, zoals een servies en glaswerk, een beeld van het Amsterdam uit de 17de eeuw. Boek en expositie vullen elkaar aan.

Het voor- en najaar zijn de ideale seizoenen om Amsterdam te bereizen, aldus de reisgids. Maar de onverharde wegen kunnen bij regen gemakkelijk in modderpoelen veranderen. Hell en Los schrijven: ‘De meeste reizigers zullen daarom kiezen voor een tocht over het water. Dat is relatief snel en comfortabel, en is bovendien goedkoop.’ Fijntjes voegen ze eraan toe: ‘Houd rekening met een oncontroleerbare natuur. De boosdoener is meestal het wisselvallige weer, en dan in combinatie met het vele water. Holland wordt grotendeels omringd door zee.’ Ook struikrovers en bandieten hebben het op reizigers gemunt. En vergeet de ziektes niet, zoals pest en cholera. Want de grachten vormden een open riool.

Het Damrak is vanouds de entree tot de stad, ooit omdat de duizenden schepen aanlegden in het havengebied rond het IJ en het Oosterdok. Nu omdat het Centraal Station de toegangspoort is tot de stad. Volgens Los is het op deze zonnige middag in 2011 even druk als in de Gouden Eeuw: „Van echt toerisme kun je in die tijd niet spreken, dat woord dateert van een eeuw later. Er waren verschillende redenen Amsterdam te bezoeken. Mensen zochten werk, dreven handel. Schipperslieden en matrozen kwamen hier passagieren. Gelukszoekers, vluchtelingen en onvermijdelijk gespuis vonden soelaas. Als we nu de sprong in de tijd terug maken, dan ruik je hier op het Damrak de geur van specerijen als nootmuskaat en kruidnagel, vruchten uit de hele wereld liggen uitgestald, sinaasappels, citroenen, ananas.”

Globemaker

Halverwege het Damrak passeren we de winkel van de befaamde cartograaf, uitgever, globemaker en schepper van de mooiste atlassen, Joan Blaeu. „Reizigers kochten hier bij Blaeu een plattegrond en gingen verder de stad in,” aldus Hell. We komen uit op de Plaetse bij de Dam en aanschouwden er het ‘achtste wereldwonder’ en ‘het sieraad van Europa’, het Stadhuis ontworpen door Jacob van Campen uit 1655. Nog altijd, als je je oogleden samenknijpt en in je oren het klokgelui van de stad laat weerklinken, kun je je voorstellen welke indruk dit in classicistische stijl opgetrokken bouwwerk op de reiziger maakte, toen, en nog steeds. Aan de hand van tijdreizigers Los en Hell gaan we het huidige Paleis binnen; ze vertellen ons: ‘Bewonder daar in ieder geval de Burgerzaal, een overdekt plein waar Amsterdammers en regenten elkaar ontmoeten. De zaal weerspiegelt de aarde en de hemel: de wereldzeeën en de sterren zijn te zien in drie op de marmeren vloer aangebrachte kaarten van het oostelijk en westelijk halfrond en een sterrenkaart.’

Op de achterzijde torst Atlas het hemelgewelf, met zijn voeten staat hij stevig verankerd op de aarde. Volgens een getuigenis begaven ‘durfallen’ zich in de koperen bol om door de kieren te genieten van een overweldigend uitzicht. We laten ons meevoeren door het gekrioel van modern toerisme en passeren plekken van vermaak, zowel toen als nu. Emma Los: „In de taveernen en herbergen kon je tabak met geestverruimende middelen krijgen, zoals bilzekruid. In feite een soort drug. In dat opzicht is er weinig veranderd. Ook nu komen toeristen voor genot dat ze in hun eigen land niet kunnen krijgen.”

En die vijf duiten, wat waren die waard? „Bijna niets,” zegt Hell. „Je kon er een gestopte pijp voor krijgen en dan hield je nog één duit over.” De keuze voor de titel met ‘duiten’ erin, en niet bijvoorbeeld ‘stuivers’, heeft te maken met die „historische ervaring”, antwoordt Los. „Vijf duiten waren minder waard dan een stuiver, namelijk tien penningen. Er zaten zestien penningen in een stuiver. Maar stuiver roept herinneringen op aan onze eigen stuiver, terwijl ‘duiten’ aangeeft dat onze reisgids verder teruggaat in de tijd.”

Wijnen en spijzen

De vormgeving van Amsterdam voor vijf duiten per dag is niet zozeer die van een reisgids die je in je zak kunt meenemen, zoals bijvoorbeeld de gidsen van Lonely Planet of het eerder verschenen Het Londen van Shakespeare. „De rijkdom van Amsterdam is zo groot, dat we kozen voor een meer historische uitgave. Ook in samenhang met de tentoonstelling Toerist in de Gouden Eeuw,” aldus de auteurs.

We vervolgen onze reis door de geschiedenis. Onder de keurige uitgevershuizen en boekenzaken van toen bevonden zich ‘smulkelders’, waar de meer welgestelde reizigers zich tegoed deden aan wijnen en spijzen. Ongetwijfeld dienden zich in die duistere etablissementen prostituees aan, want in een zeemansstad als Amsterdam tierde het hoerendom welig. Onze betrouwbare reisgids geeft aanwijzingen: ‘De echte hoerenhuizen vind je vooral in de straten en steegjes achter de Geldersekade. Het bodemtarief voor een straathoer is een schelling (zes stuivers), maar meestal betaal je twee schellingen en anderhalve gulden.’ Een 17de-eeuwse dominee deed eens in deze buurt een onofficiële volkstelling: er leefden daar opeengepakt zo'n 4300 personen, van waarden tot hoerenmadammen en de meisjes zelf, allen min of meer betrokken bij de prostitutie.

We zetten onze tocht voort naar de plaats waar de historische sensatie voor Los zo goed als ongeschonden is: daar waar Grimburgwal en Oudezijds Achterburgwal elkaar raken. Hier lag het Herenlogement, een onderkomen voor de allerrijksten met weelderig ingerichte kamers waarvan de wanden bedekt waren met kalfsleer. Men diende er ‘exquise maaltijden op overspoeld door wijn.’ Pal achter dit logement, bereikbaar door een verdwenen poort, lag de Baaierd, de allerlaatste uitwijkmogelijkheid waar degenen die ‘beroofd zijn of al het meegenomen geld hebben vergokt, gratis konden overnachten,’ aldus onze gids, want aan het eind van een dag was van die ‘vijf duiten’ niets meer over. ‘Je bevindt je in het gezelschap van vagebonden en zwervers, maar het is er wel warm en droog. En redelijk veilig: messen en ander wapentuig moeten bij binnenkomst worden afgegeven.’

Hier, op die brug van de Grimburgwal over de Oudezijds, is het of we helemaal in het boek Amsterdam voor vijf duiten per dag zijn verdwenen. We vouwen de kaart open uit 1663 van het Sint-Pietersgasthuis, zoals dit complex destijds heette. Daarna werd het Binnengasthuis. Het Herenlogement bestaat niet meer, maar wel het ongemeen fraaie Huis aan de Drie Grachten, opgetrokken uit baksteen, en de Oudemanhuispoort met zijn rijk versierde entree. Toverland Amsterdam: nog altijd spiegelen de huizen zich in het water, in de grachten maar ook ginds bij het Oosterdok waar de havenstad zich voor schepen en lieden van over de hele wereld openstelde.

Maarten Hell & Emma Los: Amsterdam voor vijf duiten per dag. Athenaeum. € 24,95. Tentoonstelling: Toerist in de Gouden Eeuw. Bijzondere Collecties, Universiteit van Amsterdam, Oude Turfmarkt 129 (Rokin) T/m 4/9. Papieren pracht uit de Amsterdamse Gouden Eeuw. AUP, € 39,50 Dag van de Amsterdamse Geschiedenis met rondleidingen door de stad, 26/6. dag.amsterdammuseum.nl